De 18e Infanteriedivisie / 18e Gemotoriseerde Divisie / 18e Pantsergrenadierdivisie was een Duitse infanteriedivisie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijk was dit een infanteriedivisie van de 1e Welle. In november 1940 werd de divisie gemotoriseerd en stond sindsdien bekend als de 18e Gemotoriseerde Divisie (Duits: 18. Infanterie-Divisie (mot.)). In juni 1943 werd de eenheid omgedoopt tot 18e Pantsergrenadierdivisie. De divisie nam deel aan de invasie van Polen, de Westelijke Campagne en de Oorlog tegen de Sovjet-Unie. In 1944 werd ze vernietigd tijdens het Sovjet-offensief ten oosten van Minsk en in hetzelfde jaar opnieuw opgericht. Begin 1945 werd de divisie opnieuw weggevaagd in de Slag om Oost-Pruisen. De divisie werd voor de derde keer gevormd en eindigde de oorlog in Berlijn in mei 1945.
18e Infanteriedivisie Oprichting Na de nederlaag van het Duitse Keizerrijk in de Eerste Wereldoorlog, waren de Duitse strijdkrachten onderworpen aan de beperkingen van de Verdrag van Versailles. Het Deutsches Heer werd ontbonden en er werd een Reichswehr gevormd. De Reichsheer werd opgedeeld in twee Gruppenkommandos (Berlijn en Kassel), drie cavaleriedivisies en zeven infanteriedivisies.
Na de dood van Paul von Hindenburg] en de beëdiging van de strijdkrachten bij Adolf Hitler ("de eed van de Führer"), werd het A-Plan van de Reichswehr, opgesteld in 1932, uitgevoerd en werd het aantal divisies verhoogd tot 21. De leiders van de oude divisies werden nog steeds ingezet. Maar deze hadden een camouflagenaam. De naam van de 3e Divisie in Wehrkreis III (Berlijn) was Infanterieführer III. Op 1 oktober 1934 nam Generaal-majoor Hermann Hoth het bevel over van Infanterieführer III in Liegnitz/Silezië voor de vorming van de 18e Infanteriedivisie uit delen van de 3e en 4e Divisies (in Wehrkreis VIII. Pas op 15 oktober 1934 werd de eigenlijke benaming gebruikt.
Ter voorbereiding op de invasie van Polen werd de divisie gemobilieeerd op 26 augustus 1939. Het werd toegewezen aan het 10e Leger in de Heeresgruppe Süd en op de linkerflank in het gebied Kreuzburg.
Poolse campagne Op 1 september 1939 begon de aanval op Polen en daarmee ook de Tweede Wereldoorlog. De Poolse linies werden snel doorbroken en de divisie rukte op naar Warschau. Onderweg werd Widawka overgestoken, een zijrivier van de Warta.
Van 9 tot 19 september 1939 nam de divisie deel aan de Slag om de Bzura, de beslissende slag om Polen. Al op 19 september werd de artillerie van de divisie ingezet tegen Warschau. Op 26 september namen de 1e, 2e en 10e compagnieën van het Infanterieregiment 51 Fort II (Fort Wawrzyszew) aan de westelijke rand van Warschau in. De divisie nam vervolgens deel aan de verovering van het fort van Modlin.
Tijdens de invasie van Polen werd meer dan 10% van de sterkte van de divisie van 17734 man gedood (717 man), gewond (1278) of vermist (10).
Na het einde van de campagne bleef de divisie als bezettingsmacht in de omgeving van Warschau. In december 1939 werd de divisie overgebracht naar Gelsenkirchen.
Westerse campagne Vanaf 10 mei 1940 nam de divisie deel aan Fall Gelb, als onderdeel van het 6e Leger. Het Julianakanaal en de Maas werden op de eerste dag bij Elsloo overgestoken. Op 11 mei werd het Albertkanaal overgestoken. De Dijlelinie, een geallieerde verdedigingslinie in België, werd op 13 mei 1940 aangevallen en op 16 mei doorbroken. De verdere opmars was in de richting van Rijsel en vervolgens Ieper. Op 24 mei waren Duitse eenheden nog maar ongeveer 15 km van Duinkerke. Hier stopte de opmars als gevolg van een controverse tussen Hitler en het Opperbevel. De geallieerden maakten van deze stop, die meer dan drie dagen duurde, gebruik om een verdedigingsring rond Duinkerke aan te leggen, die het mogelijk maakte om te evacueren. Begin juni trok de divisie Duinkerke binnen.
Na het einde van deze eerste fase van de campagne werd de divisie een OKH-reserve en volgde de aanvallende Duitse eenheden naar het gebied van Le Mans tijdens de Slag om Frankrijk. De divisie verloor in deze veldtocht 558 gesneuvelden, 1993 gewonden en 39 vermisten.
De divisie bleef in Le Mans als bezettingsmacht tot eind september 1940. In deze periode werd het Infanterieregiment 30 van de divisie als een garderegiment in Parijs ingezet. In oktober verhuisde de divisie terug naar de Heimat in Wehrkreis VIII.
18e Gemotoriseerde Divisie Vanaf november 1940 startte de motorisering van de divisie die in mei 41 werd voltooid, en de omdoping naar 18e Gemotoriseerde Divisie.
Operatie Barbarossa Met het einde van de motorisering in mei 1941, werd de 18e Gemotoriseerde Divisie toegevoegd aan de Panzergruppe 3, die vanaf het begin van Operatie Barbarossa behoorde tot Heeresgruppe Mitte]. De eenheid vocht in de Slag om Białystok-Minsk, de daaropvolgende Slag bij Smolensk en nam met het 16e Leger] deel aan de opmars naar Leningrad. Op 26 augustus veroverde de divisie Ljoeban en trok vervolgens naar Kirisji. Met deze beweging zou Leningrad worden afgesneden. Vanaf 16 oktober 1941 nam de divisie deel aan het Tichvinoffensief. De stad Tichvin werd op 8 november 1941door de divisie ingenomen. Maar daar strandde het offensief. De Sovjettroepen gingen tot de tegenaanval over en aan en aan het einde van het jaar trok de divisie terug over de Volchov.
Tijdens het winteroffensief van 1941/42 verloor de eenheid 9000 man en werd van het front teruggetrokken met nog ongeveer 700 man resterend.
Staraja Roessa thumb|right|De situatie rond Demjansk, begin 1942 Maar al in januari 1942 verplaatste de divisie zich naar Staraja Roessa, zuidelijk van het Ilmenmeer. De Sovjets hadden in dit gebied een grote aanval ingezet en de divisie verdedigde met succes deze sleutelstad. Wel werden iets zuidelijk ongeveer 100.000 Duitsers ingesloten in de Demjansk-pocket. Vanaf 20 maart 1942 nam de divisie deel aan de aanval om de pocket te ontsluiten, hetgeen lukte. Daarna nam de divisie weer stellingen in rond Staraja Roessa en bleef gedurende ruim een jaar, tot medio mei 1943, ongeveer in dezelfde stelling. Op 20 mei 1943 werd de divisie dan van het front teruggetrokken in reserve.
18e Pantsergrenadierdivisie Op 23 juni 1943 werd de divisie bij Jelnja omgedoopt tot 18e Pantsergrenadierdivisie en kreeg daarbij Panzer-Abteilung 118 toegewezen, die was uitgerust met Sturmgeschützen. Op 21 juli 1943 werd de divisie dan als reserve naar Heeresgruppe Mitte gestuurd rond Smolensk. In september kwam de divisie onder bevel van het 4e Leger) en vocht in dit gebied tot begin oktober 1943. Tussen 9 oktober en 4 december 1943 verdedigde de divisie de "Panther-positie" ten zuiden van de Dnjepr in het gebied ten oosten van Orsja. Van januari tot medio 1944 vocht de divisie succesvolle defensieve gevechten ten zuidwesten van Chausy.
Op 20 juni 1944 bevond de divisie zich ten zuidoosten van Mogilev. Op 22 juni 1944 werd de divisie zwaar getroffen door het Sovjet zomeroffensief tegen Heeresgruppe Mitte: Operatie Bagration. Tot 27 juni verdedigde de divisie ten oosten van de Dnjepr en vervolgens ten westen van Mogilev. Daarna trok de divisie zich terug naar het gebied ten zuidoosten van Minsk, waar de restanten van de divisie werden omsingeld en weggevaagd. De laatste restanten van het Grenadierregiment 51 (mot) probeerden zich een weg naar het zuidwesten te banen. De restanten van het Grenadierregiment 30 (mot) probeerden op 7 juli door te breken naar het noordwesten. De commandant van de divisie, Generalleutnant Karl-Ludwig Zutavern, pleegde op 6 juli 1944 zelfmoord om gevangenneming te voorkomen.
Ontbonden in 1944 De restanten van de divisie, ongeveer 2.160 man, verzamelden zich vanaf 16 juli 1944 op Oefenterrein Mielau en op 28 juli 1944 werd de 18e Pantsergrenadierdivisie officieel opgeheven. Uit de restanten van de divisie werd de Panzerbrigade 105 gevormd op Oefenterrein Milau in Wehrkreis I.
Heropgericht in 1944 De divisie zou op 7 september 1944 opnieuw opgericht worden, uit de Panzerbrigade 105 gereorganiseerd als Kampfgruppe 18.'nbsp; Panzergrenadier-Division op het militaire oefenterrein Neuhammer voor Wehrkreis VIII. Dit werd niet uitgevoerd, maar volgde wel op 2 december 1944 in de Wehrkreis I. Opnieuw naar het oostfront gestuurd, werd de divisie deel van het 4e Leger.
Oost-Pruisen In januari 1945 werd de zich vormende divisie versterkt door de vorming van drie nieuwe bataljons en werd overgeplaatst naar Gumbinnen. Eigelijk nauwelijks klaar werd de divisie meegetrokken in de maalstroom van het Sovjet Oost-Pruisenoffensief. Hierbij belandde de divisie al vrijwel meteen in de Omsingelingsslag van Heiligenbeil. Al tijdens deze slag was de jonge divisie gereduceerd tot schamele resten en verdween voor het midden van maart 1945 al van de slagordelijsten.
Ontbonden in 1945 Als gevolg hiervan werd de 18e Panzergrenadierdivisie al in maart weer ontbonden en de divisiestaf kreeg de opdracht om de Infanteriedivisie Ulrich von Hutten te vormen. Delen van de zelf divisie konden zich via de Oostzee evacueren.
Heropgericht in 1945 A op 21 maart 1945 werd de divisie opnieuw opgericht, weer als 18e Pantsergrenadierdivisie. Ditmaal werden delen van de Pantserdivisie Holstein en de Pantserdivisie Schlesien gebruikt. Dit gebeurde bij de Heeresgruppe Weichsel achter de Oder.
Heeresgruppe Weichsel De divisie bevond zich aanvankelijk in het Eberswalde-gebied. Toen de Sovjets hun eindoffensief bij Berlijn inzetten op 16 april 1945 werd de divisie al snel aangevallen en werd langzaam Berlijn zelf ingedrukt. Het laatste deel van de gevechten vond op 2 mei plaats in de wijk Berlijn-Charlottenburg. Schamele resten konden nog uitbreken en kwamen tot aan Ketzin/Havel.
Einde De 18e Panzergrenadierdivisie werd op 2 mei 1945 vernietigd in Berlijn.
Bovenliggende bevelslagen