miniatuur|Anion gap (AG) De anion gap (AG of AGAP) is een waarde die wordt berekend op basis van de resultaten van meerdere individuele medische laboratoriumtests. Deze kan worden gerapporteerd met de resultaten van een elektrolytenpanel, dat vaak wordt uitgevoerd als onderdeel van een breder panel.

De anion gap is het verschil in kwantiteit tussen kationen (positief geladen ionen) en anionen (negatief geladen ionen) in serum, plasma of urine. De grootte van dit verschil (de "gap") in het serum wordt berekend om metabole acidose te herkennen. Als de gap groter is dan normaal, wordt de diagnose metabole acidose met een hoge anion gap gesteld.

De term ‘anion gap’ verwijst normaal gesproken naar de serum anion gap, maar de urine anion gap is ook een klinisch gebruikelijke maat.

Berekening De anion gap is een berekende maat. Deze wordt berekend met een formule die gebruikmaakt van de resultaten van verschillende laboratoriumtests, die elk de concentratie van een specifiek anion of kation meten.

De concentraties worden uitgedrukt in milli-equivalenten / liter (mEq/L) of in millimol/liter (mmol/L).

Met kalium De anion gap wordt berekend door de serumconcentraties van chloride en bicarbonaat (anionen) af te trekken van de concentraties van natrium en kalium (kationen):

= ([Na^+] + [K^+]) − ([Cl^-] + [HCO3^- ]) = 20 mEq/L

Zonder kalium Omdat kaliumconcentraties vaak erg laag zijn (3,5-5,0 mmol/L), hebben ze meestal weinig effect op de berekende afwijking. Daarom is het weglaten van kalium algemeen geaccepteerd. Dit resulteert in de volgende vergelijking:

= ([Na^+] − ([Cl^-] + [HCO3^- ]) = 8-16 mEq/L

Vereenvoudigd kan de anion gap worden gedefinieerd als: (het meest voorkomende kation) minus (de som van de meest voorkomende anionen)

(Bicarbonaat kan ook worden aangeduid als totaal CO2 (koolstofdioxide).

Klinisch belang Het berekenen van de anion gap is van klinisch belang omdat het helpt bij de differentiële diagnose van een aantal ziektebeelden. Veelvoorkomende oorzaken van een vergrote anion gap zijn onder andere aspirinevergiftiging, lactaat acidose (door onder andere sepsis), diabetische acidose, alcoholische ketoacidose (door overmatig alcoholgebruik) en nierfalen.

Het totale aantal kationen (positieve ionen) moet gelijk zijn aan het totale aantal anionen (negatieve ionen), zodat de totale elektrische lading neutraal is. Routinematige tests meten echter niet alle soorten ionen. De anion gap representeert daarom het aantal ionen dat niet is meegerekend in de laboratoriummetingen die in de berekening zijn gebruikt. Deze ongemeten ionen zijn voornamelijk anionen, vandaar dat de waarde de "anion gap" wordt genoemd.

Per definitie zijn alleen de kationen natrium en kalium en de anionen chloride en bicarbonaat worden gebruikt om de anion gap te berekenen. Zoals hierboven besproken, kan kalium wel of niet worden gebruikt.

De kationen calcium (Ca2+) en magnesium (Mg2+) worden ook vaak gemeten in laboratoriumtesten, maar ze worden niet gebruikt om de anion gap te berekenen. Anionen die over het algemeen als niet gemeten worden beschouwd, omvatten een paar normaal voorkomende serumeiwitten en enkele pathologische eiwitten (bijvoorbeeld paraproteïnen die worden aangetroffen in multipel myeloom).

Op dezelfde manier meten testen vaak het anion fosfaat (PO43−) specifiek, maar het wordt niet gebruikt om die "gap" te berekenen, ook al is het bekend. Veelvoorkomende 'ongemeten' anionen zijn onder andere sulfaten en een aantal serumeiwitten.

Categorie:Nier Categorie:Geneeskunde Categorie:Fysiologie Categorie:Zuur-basechemie