Het Centraal-Station voor de Electrische Verlichting Driebergen-Doorn is een gemeentelijk monument aan de Buntlaan 38-44 in de Nederlandse plaats Driebergen-Rijsenburg. Het gebouw is een voorbeeld van vroeg-20e-eeuws industriële architectuur en is een zeldzaam voorbeeld van de particuliere pioniersfase van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening.
Historie Eind negentiende eeuw steeg de behoefte aan elektrische verlichting in de grote buitenplaatsen rond Driebergen. Besloten werd tot de bouw van een gelijkstroomcentrale voor de productie van elektriciteit aan de toen nog onbebouwde Buntlaan. Het zou daarmee de eerste algemene elektriciteitscentrale op de Heuvelrug worden. De Utrechtse heuvelrug. De Stichtse Lustwarande. Dorpen en landelijk gebied, (2000) Het witgeschilderde machinegebouw van de elektriciteitscentrale werd rond 1898-1900 gebouwd door de Industriële Maatschappij uit Amsterdam om elektrische verlichting en stroom te leveren aan de buitenplaatsen en dorpen in de omgeving. Een bovengronds leidingennet kon zo zowel Driebergen als Doorn van elektriciteit voorzien. De voor die tijd geavanceerde draaistroomcentrale was een ontwerp van ingenieur R.W.H. Hofstede Crull (1863-1938) uit het Twentse Borne. Crull had in Duitsland elektrotechniek gestudeerd en in Amerika ervaring opgedaan. Hij was een van de latere oprichters van de Heemaf. De exploiterende Industriële Maatschappij uit Amsterdam zou het gebied tot 1919 van energie voorzien.
Herbestemming Begin twintigste eeuw werd de regionale elektriciteitsvoorziening steeds meer gecentraliseerd en werd heel Utrecht aan de PUEM gekoppeld. Na de overname van het Driebergense bedrijf door de PUEM werd het gebouw overbodig. In het pand kwam in 1922 een melkfabriek dat de bijbehorende schoorsteen goed kon gebruiken. Het gebouw werd aangepast aan deze NV Hygiënische Melkinrichting en Zuivelfabriek. Na de Tweede Wereldoorlog bleek de melkfabriek niet meer rendabel en sloot in de jaren vijftig. Het pand werd vervolgens overgenomen door het bedrijf van de gebroeders Van de Wetering. Hun bedrijf in Driebergen maakte voor de oorlog onder meer wringers en karntonnen voor boerenbedrijven maar was na de oorlog overgeschakeld op de productie van wasmachines. Het bedrijf verhuisde later naar Coevorden, waar het CV-ketels produceerde onder de naam Intergas. Een van de broers Van de Wetering vestigde zich in het leegstaande pand van de melkfabriek aan de Buntlaan. Hier werden nog een jaar of tien wasmachines geproduceerd onder het merk D.W.F.: Driebergse Wasmachine Fabriek. Na 1970 werden door het metaalbedrijf andere producten gemaakt zoals hijsklemmen voor de scheepvaart. Ten slotte werden delen van het complex omgebouwd tot woningen. Daarbij zijn de gevels hergebruikt.
Architectuur
De naam van de fabriek staat op de voorgevel aangegeven op een Jugendstil-tegeltableau. Naast de lage brede hal staat een grote schoorsteen. Het fabrieksgebouw heeft een zadeldak met in de gevels getoogde vensters. Boven de getoogde inrijdeuren in de zijgevel zijn ontlastingsbogen aangebracht. Aan de voorzijde van het gebouw stond een transformatorhuisje.
Op het terrein werd in 1910 een rijtje van drie arbeiderswoningen gebouwd voor de arbeiders van de elektriciteitsfabriek. Na een renovatie werden de panden in 1968 in gebruik genomen als kantoor. Het middelste venster van het huizenblokje was vroeger een deur. Op het mansardedak staan drie dakkapellen met een gekoppeld schuifvenster.
Zie ook Lijst van gemeentelijke monumenten in Driebergen-Rijsenburg
Categorie:Gemeentelijk monument in Driebergen-Rijsenburg