Het barnsteenmosklokje (Galerina atkinsoniana) is een schimmel uit de familie Galerinaceae. Hij komt voor op levende bladmossen.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 10-30 mm. De vorm is breed, kegelvormig tot gewelfd, uiteindelijk vrijwel vlak met een umbo. De kleur is warm geelbruin tot roestbruin met donkerder centrum. Het oppervlak is doorschijnend gestreept, pruïneus dat te zien is met een loep. Hoed is hygrofaan en in vochtige toestand doorschijnend gestreept.mycologen.nl

Lamellen De lamellen staan wijd uiteen, zijn aangehecht, roestbruin met gewimperde tot gekartelde, blekere snede.

Steel De steel is heeft een lengte van 20-50 en een dikte van 1-3 mm. De vorm is cilindrisch. De kleur is geelbruin tot roodbruin. Het over de hele lengte pruïneus (berijpt) met goed ontwikkelde caulocystiden.

Geur en smaak Het vlees is zeer dun, waterig en breekbaar en geelbruin tot okerkleurig.E-Flora BC Atlas Page De geur en smaak zijn schimmelig.

Microscopische kenmerken De basidia zijn 4-sporig. De sporen zijn amandelvormig, grof wrattig met duidelijke plage en meten 11-14 x 6,5-8 μm. De caulocystiden zijn talrijk aanwezig en flesvormig. Deze soort heeft overvloedig pileocystiden (afmeting 50–90 × 7,5–15(20) µm) waarmee het zich onderscheidt van het barnsteenmosklokje, die deze niet of extreem zelden heeft.FENF.be De pleurocystiden staan verspreid, zijn spoelvormig tot buikig, dunwandig en kleurloos tot soms enigszins bruin in KOH en meten 38–70 × 10–15(16) µm. De cheilocystiden zijn talrijk tot verspreid, smal tot breed spoelvormig-buikig, dunwandig, kleurloos of soms bruinachtig in KOH en meten 28–40(60) × (8)9–18 µm. Er zijn gespen aanwezig.

Verspreiding In Nederland komt het behaard barnsteenklokje algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.

Foto's

Categorie:Galerinaceae Categorie:Schimmelsoort