Theologeem (van het Oudgriekse θεός theós, ‘God’, en λόγος lógos, ‘woord’, ‘toespraak’, ‘leer’, en het achtervoegsel -em) verwijst naar een betekenisvolle tekst, een theologisch-religieus element of gebeurtenis, of, meer specifiek, naar een theologisch leerstuk, een kernbewering of religieuze uiting, een concept of een theorie. Het woord is een neologisme.
Theologemen vertegenwoordigen de kleinste linguïstische en betekenisvolle eenheden van een religieuze bewering of geloofsuiting. Voor het gebruik van de term is de voorwaarde een coherent systeem van religieuze aannames, dat wil zeggen: uitspraken binnen de context van een religieuze traditie. Met andere woorden, de term verwijst naar een meer tastbare en concretere betekeniseenheid dan het geheel van het religieuze systeem.
Hoewel de term veelvuldig wordt gebruikt in de academische literatuur, is een uniforme, precieze definitie of bewijs van bronnen die de oorsprong van de term aantonen momenteel vrijwel onmogelijk. De Amerikaanse islamgeleerde Ian Richard Netton biedt de volgende definitie:
Ian Richard Netton: Allah Transcendent: Studies in the Structure and Semiotics of Islamic Philosophy, Theology and Cosmology. Routledge, Milton Park, Oxfordshire UK 1989, ISBN, , p. 79 Eigen vertaling: [Het theologeem vertegenwoordigt] (...) Een basiseenheid van het theologisch discours, dat ook als teken kan functioneren.”
De Franse semioticus Algirdas Julien Greimas beschrijft ze daarentegen als “constitutieve eenheden van mythen met een theologische inhoud”.geciteerd uit Hilaire Kallendorf: Exorcism and Its Texts: Subjectivity in Early Modern Literature of England and Spain. University of Toronto Press, Toronto 2003, , p. 9
Dit type neologisme is afkomstig uit de taalkunde. De Amerikaan Kenneth Pike leidde de algemene termen etic en emic af van het paar fonetiek en fonemiek, waarbij het foneem de basiseenheid vormt. Termen die eindigen op -em duiden, vanuit een systeemgeoriënteerd en emic perspectief, de elementaire eenheden van een systeem aan.Thomas Krefeld: Die ‚emische‘ und die ‚etische‘ Forschungsperspektive. Lehre in den Digital Humanities. Ein Portal der IT-Gruppe Geisteswissenschaften der LMU, 28. April 2016, auf dh-lehre.gwi.uni-muenchen.de dh-lehre.gwi.uni-muenchen.de Verwante, analoge neologismen zijn onder andere theoreem, philosopheem en mythemen.Jacques Derrida: Eyes of the University: Right to Philosophy Translated by Jan Plug et al., Stanford University Press, Stanford, CA 2004, geciteerd uit Samir Haddad: Derrida’s Rethinking of Professorial Authority. Journal of the American Philosophical Association, (2017) 3(04), 430–445. doi:10.1017/apa.2017.32, zie hier p. 7Jacques Derrida: Punktierungen – die Zeit der These. (1997). In: Hans-Dieter Gondek, Bernhard Waldenfels (red.): Einsätze des Denkens. Zur Philosophie von Jacques Derrida. Suhrkamp, Frankfurt am Main, p. 19–39
Voorbeelden van theologemen zijn uitspraken over zonde, de kruisiging als het lijden van God en de opstanding uit de dood in het christendom; de kwestie van rituele reinheid in het jodendom; Tawhied in de islam en het soefisme; de Amesha Spenta in het zoroastrisme; de vier edele waarheden en saṃsāra in het boeddhisme; en orenda in de traditionele religie van de Iroquois. Andere voorbeelden binnen het christendom zijn de werkelijke tegenwoordigheid, het vagevuur en, binnen de islam, fī sabīl Allāh.
Bronnen van Maas, S. A. F. (2002). Doorbraak en idolatrie. Olivier Messiaen en het geloof in muziek. [Thesis, fully internal, Universiteit van Amsterdam]. ASCA, zie hier 258; 259; 291
Voetnoten
Categorie:Godsdienstfilosofie Categorie:Godsdienstwetenschap