thumb|De vogel van Zimbabwe, het nationale symbool van Zimbabwe De geschiedenis van Zimbabwe omvat de pre-koloniale, koloniale en post-koloniale geschiedenis van de republiek Zimbabwe.

Prekoloniale periode

miniatuur|Ruïnes van Groot-Zimbabwe thumb|Illustratie van Noord-Ndebelekrijgers uit 1835 Jagers uit de IJzertijd, gerelateerd aan de huidige Khoisan, bewoonden het gebied ongeveer 5000 jaar geleden of eerder. Zij beeldden scènes van het leven uit in rotstekeningen door geheel Zimbabwe; deze staan bekend als Bushman paintings. In ongeveer 300 n. Chr. begonnen Bantoe-sprekende volken naar deze regio te migreren, en de eerder aanwezige jagers te verdringen. Onder deze Bantoe-volkeren waren ook de voorouders van de Shona. De ruïnes van Groot-Zimbabwe (vermoedelijk een Shona-sprekend rijk) getuigen hiervan. Vandaag de dag vormen de Shona ongeveer vier vijfde van de totale bevolking. Gekoppeld aan het ontstaan van contacten met moslim-handelaren aan de kust van de Indische Oceaan rond de 10e eeuw begon Groot-Zimbabwe zich in de 11e eeuw te ontwikkelen. Dit rijk verhandelde goud, ivoor en koper voor onder andere textiel, glas en keramiek. Halverwege de 15e eeuw viel dit Shona-rijk uiteen.

Gedurende een onrustige periode in Zuidelijk Afrika, bekend als Mfecane, trokken onder leiding van Mzilikazi de Noord-Ndebele (ook Matabele genoemd) in 1834 vanuit het huidige Zuid-Afrika het huidige Zimbabwe in. De Noord-Ndebele waren oorspronkelijk onderdeel van het Zoeloekoninkrijk van Shaka. In het huidige Zimbabwe streden zij onder anderen tegen de Shona en vormden uiteindelijk het koninkrijk Mthwakazi. Gedurende de migratie en strijd werden vele lokale clans en individuen opgeslokt in het rijk van de Noord-Ndebele. Het Sindebele werd de lingua franca.

Koloniale geschiedenis thumb|Cecil Rhodes In de eerste helft van de 19e eeuw werd het gebied voornamelijk bewoond door de Shona en de Noord-Ndebele. De Noord-Ndebele stonden onder leiding van koning Mzilikazi en waren vooral veeboeren.

De British South Africa Company, onder de leiding van Cecil Rhodes, begon in 1888 met de ontginning van de aanwezige ertsen. Hij noemde het gebied dat het huidige Zimbabwe en Zambia omvat naar zichzelf: Rhodesië. Het was het begin van de kolonisatie. Cecil Rhodes sloot een verdrag met Lobengula, de toenmalige koning van de Noord-Ndebele en zoon van Mzilikazi. Lobengula wilde geen land afstaan aan Rhodes, alleen mijnrechten. Waarschijnlijk heeft Lobengula niet beseft dat mijnbouw ook grond zou kosten. Na het verdrag vestigden zich pioniers in Rhodesië en uiteindelijk werd Lobengula als machtsfactor uitgeschakeld. In 1889 kreeg Rhodes' firma (BSAC) van de Britse regering de machtiging om het land ook effectief te besturen. Rhodes begon ook de bezetting van Mashonaland te organiseren. Aanvankelijk hielden de pioniers zich bezig met de winning van ertsen, maar later gingen ze ook het land bewerken. De lokale bevolking en de pioniers leefden strikt gescheiden. De Noord-Ndebele en later ook de Shonastam kwamen in opstand in 1896 en 1897, maar deze werden neergeslagen door de Pioniers. Vandaag wordt deze opstand als de eerste 'Chimurenga' of bevrijdingsoorlog herdacht.

In het zuidelijk deel van Rhodesië hadden zich van het begin af aan de meeste blanke kolonisten gevestigd, vooral plantagehouders die een steeds groter deel van de grond voor zich opeisten. Dit deel kreeg in 1923 een grote mate van zelfbestuur, waar de gekozen chiefs zitting hadden in de Senaat en een stem voor hun stammen. Zo werd het huidige Zimbabwe gevormd, een zelf-regerende Britse kolonie met als naam Zuid-Rhodesië. De blanke kolonisten behielden wel het recht om zelf over alle binnenlandse aangelegenheden te beslissen. De "Land Apportionment Act" van 1931 deelde Rhodesië op in 'inheems' gebied (37 procent van het land) en 'Europees' gebied. Aanvankelijk was deze landverdeling geen groot probleem, toen de pioniers zich in Rhodesië vestigden woonden er slechts 250.000 Afrikanen in het gebied. Maar met de ontwikkeling van het land groeide de bevolking snel, stamhoofden hadden te weinig grond voor hun mensen. In de loop der jaren werd het land 50/50 verdeeld.

In 1953 voegden de Britten Zuid- en Noord-Rhodesië samen met Nyasaland, het huidige Malawi. Dit samengevoegde land heette de 'Federatie van Rhodesië en Nyasaland'. Deze federatie, ook wel de Centraal-Afrikaanse Federatie genoemd, werd gedomineerd door Zuid-Rhodesië. Groeiend Afrikaans nationalisme en algemene ontevredenheid zorgde ervoor dat de Britten de federatie in 1963 weer ophieven: de federatie viel uiteen in drie kolonies: Nyasaland (nu Malawi), Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) en Noord-Rhodesië (nu Zambia). Zambia en Malawi werden zelfstandig en er werden zwarte Afrikaanse meerderheidsregeringen gevormd. In Zuid-Rhodesië werd het Rhodesian Front gekozen en kwam de macht in handen van een blanke minderheidsregering onder leiding van Ian Smith. Deze wenste eveneens zelfstandigheid, maar de Londense regering wilde daar niet op ingaan maar de macht geven aan Joshua Nkomo, die toen de leider was van de Noord-Ndebele. Ian Smith, de minister-president, was op dat punt echter onwrikbaar. In 1965 werd eenzijdig de onafhankelijkheid uitgeroepen.

Blank minderheidsbewind thumb|Officiële vlag van Rhodesië tot 1980 thumb|Feitelijke vlag van Rhodesië van 1965 tot 1979 thumb|Vlag van Zimbabwe Rhodesië in 1979 Op 11 november 1965 eindigde de Britse overheersing van Zuid-Rhodesië. De regering onder leiding van Ian Smith riep de onafhankelijkheid uit met de 'Unilateral Declaration of Independence' (UDI), een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid. De Britse regering bestempelde de UDI als een daad van rebellie, maar probeerde niet de macht opnieuw te vestigen. De Britse regering Wilson, van Labour verklaarde een economische boycot. Deze leidde op 18 maart 1970 tot een resolutie van de Veiligheidsraad die alle leden van de VN verplichtte de relaties met Rhodesië te verbreken. Maar dankzij de Zuid-Afrikaanse en Portugese steun konden deze sancties worden omzeild. Het werd moeilijker toen Mozambique onafhankelijk werd en in maart 1975 de grenzen sloot. Rhodesië werd internationaal alleen door de regering van Zuid-Afrika erkend. In 1970 doopte de regering Rhodesië om tot de Republiek Rhodesië.

Burgeroorlog Niet alleen internationaal stond Rhodesië onder druk, ook intern waren de Afrikanen het niet eens met het blanke minderheidsbewind en al snel brak er een burgeroorlog uit waarbij de regering het op moest nemen tegen het door Afrikanen geleide ZAPU (Zimbabwe African People's Union) van Joshua Nkomo en de ZANU (Zimbabwe African National Union) van Robert Mugabe. Deze groeperingen werden gesteund door de buurlanden Zambia en Mozambique, de Sovjet-Unie, China en de westerse wereld. Mugabe was een fel tegenstander van de overheersers en zat van 1964 tot 1974 vast als politieke gevangene.

Nieuw kiessysteem Hoewel Rhodesië geen apartheidsregime kende, werd Smith door ZANU, ZAPU en de internationale gemeenschap gezien als een racist en blanke supremacist. Smith voerde een gelimiteerd kiesrecht in waardoor alleen goed opgeleide inwoners van Rhodesië mochten stemmen. In aanvang waren dit vooral blanke inwoners, later kwamen daar meer en meer zwarten bij. Van de 66 parlementszetels werden er in aanvang 16 bezet door zwarten. De regering van Rhodesië ging ervan uit dat op den duur, naarmate de zwarte Rhodesiërs beter opgeleid werden, er meer zwarte kiesgerechtigden zouden komen en dat de zwarte bevolking geleidelijk beter vertegenwoordigd zou zijn in het parlement en in de regering. Het was de bedoeling dat blanke en zwarte Rhodesiërs de macht in de toekomst zouden delen op grond van een 50-50 regeling, en dat men niet op grond van etnische afkomst maar van politieke voorkeur zou stemmen.

Naar een zwarte meerderheid Internationaal viel zowel het blanke minderheidsregime als de voorgenomen 50-50-regeling niet in goede aarde. De blanken vertegenwoordigden met nog geen 300.000 inwoners rond de 5,5% van de totale bevolking, een 50-50-machtsverdeling werd daarom niet als redelijk gezien. De internationale gemeenschap eiste een zwarte meerderheidsvertegenwoordiging. Ook intern bleef er verzet tegen de blanke minderheidsregering, dit verzet werd geleid door ZANU en ZAPU. Vanwege het blanke minderheidsregime bleven de internationale economische sancties van kracht. De interne onlusten en de internationale boycot begon z'n tol te eisen.

In 1978 kwam onder druk van Zuid-Afrika een machtsdelingsovereenkomst (Internal Settlement) tot stand tussen blanke en zwarte Rhodesiërs (Chief Chirau, Abel Muzorewa, Ndabaningi Sithole en James Chikerema en hun partijen). De machtsdelingsovereenkomst hield in dat de zeggenschap over de politie, ambtenarij en rechterlijke macht in handen bleef van de blanken, ook zouden de blanken recht hebben op 1/3 van de parlementszetels. In april 1979 werden er vrije verkiezingen gehouden die resulteerden in een zwarte meerderheid in het parlement. Op 1 juni 1979 werd de zwarte bisschop Abel Muzorewa gekozen en na de verkiezingen minister-president. Het land werd omgedoopt in Zimbabwe Rhodesië. De regering van Muzorewa werd echter niet internationaal erkend en ook intern woedde de burgeroorlog voort omdat de partijen ZAPU en ZANU niet wilden meedoen maar onmiddellijke overdracht eisten zonder verkiezingen. Zij gingen door met hun geweld tegen de bevolking en wilden macht "door de loop van het geweer."

Einde burgeroorlog In september 1979 nodigde de Britse regering Ian Smith, Muzorewa en de leiders van het Zimbabwaans Patriottisch Front (bestaande uit ZANU en ZAPU samen) uit voor een conferentie in Lancaster House in Groot-Brittannië. Tijdens de conferentie zou de onafhankelijkheid en toekomst van Zimbabwe Rhodesië besproken worden, ook wilden de Britten proberen de interne onlusten via diplomatie te beëindigen. De door Lord Carrington geleide conferentie zou drie maanden duren (van 10 september tot 15 december 1979). Op 21 december 1979 tekenden de delegaties uiteindelijk het 'Lancaster House Agreement', waarmee een einde kwam aan de burgeroorlog. Het akkoord voorzag in het begin van een grondwet, het beëindigen van de binnenlandse gewelddadigheden, nieuwe verkiezingen waaraan ook ZANU en ZAPU mee zouden doen en een herschikking van de macht: voortaan zouden de blanken in Zimbabwe Rhodesië nog recht hebben op 20% van de parlementszetels. Grootste struikelblok tijdens de conferentie was het landhervormingsprogramma van Mugabe; Mugabe wilde dat de blanken het land teruggaven aan de zwarte bevolking. Uiteindelijk zegden de Britten Zimbabwe Rhodesië 630 miljoen Britse Ponden toe waarmee de zwarte bevolking land kon kopen van de blanken, hiermee werd 20.000 km² land aangekocht voor zwarte inwoners.

Verkiezingen van 1980, Rhodesië wordt Zimbabwe De nieuwe verkiezingen waren vooral een eis van de internationale gemeenschap onder leiding van de Amerikaanse president Jimmy Carter en de Britse premier Margaret Thatcher. Aan de nieuwe verkiezingen deden ook de guerrillabewegingen ZANU (als ZANU-PF) en ZAPU (als PF-ZAPU) mee. In de periode tussen het Lancaster House Agreement en 18 april 1980 nam Groot-Brittannië het beheer over het gebied over. De verkiezing in februari 1980 werd met grote meerderheid van stemmen gewonnen door ZANU-PF van Robert Mugabe.

Aanhangers van ZAPU, veelal Noord-Ndebele wonend in Matabeleland, waren het niet eens met de overwinning van Mugabe (een Shona), zij verweten hem intimidatie van kiezers. Ook de blanken waren niet gelukkig met de overwinning door Mugabe, Ian Smith beschuldigde ZANU-PF eveneens van intimidatie. De Gemenebest-toezichthouders noemden de verkiezingen echter eerlijk gegeven de situatie waarin ze gehouden waren.