Jarich van Mariëngaarde, ook wel Jarich van Hallum, Jarichus of Jaricus (Friesland, ca. 1160 - 24 juni 1240) was van 1238 tot zijn dood abt van het cisterciënzer klooster Mariëngaarde. Hij schreef commentaren op Genesis en het Hooglied. Enkele van zijn gedichten ter ere van Maria, en een aantal preken zijn van hem bewaard gebleven.
Vroege jaren Jarich van Mariëngaarde werd waarschijnlijk in Friesland geboren. Over zijn jeugd is niets bekend. Volgens Van der Aa werd hij na het afronden van zijn studie tot pastoor gewijd en benoemd tot abt van van het kerspel Wartna.Van der Aa, pp. 128-129. Met Warta bedoelt Van der Aa waarschijnlijk het dorp Wartena, maar er is niets bekend over een klooster ter plaatse. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat een pas gewijd priester tot abt benoemd zou worden. Het is waarschijnlijker dat Jarich ter plaatse werd aangesteld als parochievicaris.
Kloosterleven Later, het is onduidelijk wanneer, verbond Jarich zich als kanunnik met de abdij Mariëngaarde. Kort daarna zou hij pastoor te Hallum geworden zijn en op het toenmalige eiland Griend.Molhuysen et. al., Deel 6, 857 Volgens Bremmer preekte hij in het Fries voor het gewone volk, waarna hij deze preken in het Latijn vertaalde en opschreef.Bremmer, p. 31 Alleen wanneer zijn gehoor bestond uit geestelijken, preekte hij het in het Latijn.
Omdat de scholen op Griend niet aan de eisen voldeden, liet Jarich ze overbrengen naar de abdij.
Volgens de 16e-eeuwse Norbertijn Sibrandus Leo bekleedde Jarich in de abdij het ambt van koster en was hij een pleitbezorger van de verering van de Heilige Maagd. Hij zou een bekwaam dichter geweest zijn, die een aantal gedichten in het Latijn geschreven zou hebben ter ere van Maria. Deze gedichten zijn echter verloren gegaan. Over de kwaliteiten van Jarich als dichter is een aardige anekdote bekend. Hij zou ooit een leerling van de kloosterschool een spore hebben aangereikt, met het verzoek die aan zijn schoen vast te maken. De jongen sprak, nogal vrijpostig: ‘Alleen als u het in dichtvorm zegt,’ waarop Jarich antwoordde: "Ferro cinge pedem, properat Jaricho ad edem" ("Doe dat ijzer aan mijn voet, en Jaricho vertrekt met spoed").
Sibrandus Leo meldt verder dat Jarich het liber explanacionum super cantica canticorum (een boek met uitleg over het Hooglied) geschreven zou hebben, maar dit was in zijn tijd al verloren gegaan.
Op 14 september 1238 werd Jarich, die inmiddels tachtig jaar bijna oud was, benoemd tot abt van Mariëngaarde, als opvolger van Sibrand. Volgens Van der Aa vond zijn benoeming plaats in 1230. Dat was echter het jaar waarin Sibrand abt werd.
De novicenmeester Tammon, die tevens pastoor in Wartna was, nam het bestuur van de scholen van Jarich over, maar ook tijdens zijn korte loopbaan als abt zette Jarich zich in voor het onderwijs.
Overlijden Op bevel van de apostolische stoel reisde Jarich naar Jelsum in de buurt van Leeuwarden, maar onderweg werd hij ernstig ziek. In 1239 zond hij een afgevaardigde naar het generaal-kapittel te Prémontré om voor hem ontslag te vragen. Dit ontslag werd verleend en op 21 maart 1240 legde hij, in tegenwoordigheid van de abten van Steinveld, Lidlum en Berne, het bestuur van zijn abdij neer. Hij overleed op 24 juni 1240.
Van de Aa heeft een andere beschrijving van het overlijden van Jarich. Volgens hem reisde Jarich in 1240 naar Jelsum en overleed hij onderweg op 22 juni tussen Dokkum en Hallum, wat op een onlogische route van de abdij naar Jelsum zou duiden.
Jarich werd overeenkomstig zijn laatste wens in de kloosterklerk onder de treden naar het altaar begraven.
De Friese historicus Suffridus Petrus noemde Jarich sanctus, maar er is geen bewijs dat hij ooit formeel heilig verklaard zou zijn.
Jarich werd als abt opgevolgd door Ethelgerius, ook bekend als Ethelger Jelger, die dat ambt zou vervullen tot 1259.
Geschriften Van de werken van Jarich is niets bewaard gebleven, maar uit bronnen weten we dat hij onder andere de volgende werken heeft geschreven:
Multa in Genesin commentaria (Veel commentaren op Genesis) Commentarii in Cantica Canticorum (Commentaren op het Hooglied, mogelijk hetzelfde werk als het door Sibrandus Leo genoemde liber explanacionum super cantica canticorum)
Categorie:Cisterciënzer abt Categorie:Nederlands rooms-katholiek geestelijke Categorie:Fries dichter