miniatuur|De zeven Amsterdamse stadsdelen sinds de herindeling van 2010. Sinds 2022 kent Amsterdam daarnaast het stadsgebied Weesp.

De stadsdelen van Amsterdam zijn zeven territoriale delen van de gemeente Amsterdam waaraan een vorm van binnengemeentelijk bestuur is verbonden. Amsterdam kent daarnaast het stadsgebied Weesp, waarvoor een afwijkende bestuursvorm geldt. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders besturen de gehele gemeente; de stadsdeelbesturen voeren binnen stedelijke kaders lokale taken uit en vertegenwoordigen het perspectief van inwoners, ondernemers en organisaties in hun gebied.

De term stadsdeel heeft in Amsterdam door de tijd heen verschillende bestuurlijke betekenissen gehad. Vanaf 1981 werd hij gebruikt voor territoriale decentralisatie binnen de gemeente. In de periode vóór 19 maart 2014 waren de bestuurlijke stadsdelen uiteindelijk tevens deelgemeenten in de zin van de toenmalige Gemeentewet. Na de wettelijke afschaffing van de deelgemeenten bleven de zeven stadsdelen als territoriale eenheden bestaan, maar werd hun bestuursvorm gewijzigd. Verdere hervormingen volgden in 2018 en 2022.

Het huidige stelsel is geregeld in de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 en is gebaseerd op onder meer artikel 83 van de Gemeentewet.

Huidig bestuurlijk stelsel De gemeente kent zeven stadsdelen: Centrum, West, Nieuw-West, Zuid, Oost, Noord en Zuidoost. Elk stadsdeel heeft een dagelijks bestuur en een rechtstreeks gekozen stadsdeelcommissie. Het stadsgebied Weesp heeft één rechtstreeks gekozen bestuurscommissie waaruit een dagelijks bestuur wordt gevormd.

De stadsdeelbesturen zijn geen zelfstandige gemeenten of afzonderlijke bestuurslaag. Zij maken deel uit van de gemeente Amsterdam en functioneren binnen de kaders die de gemeenteraad, het college en de burgemeester vaststellen. Dit onderscheidt het huidige stelsel van de voormalige deelgemeenten.

Dagelijks bestuur In ieder stadsdeel is een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet ingesteld die als verlengd lokaal bestuur van het college optreedt. Deze bestuurscommissie bestaat uit een dagelijks bestuur van drie leden, onder wie een voorzitter.

De leden worden op voordracht van het college door de gemeenteraad benoemd. Voordat de raad over de benoeming beslist, hoort de stadsdeelcommissie de kandidaten en brengt zij daarover advies uit. Ook de voorzitter wordt volgens deze procedure benoemd.

Het dagelijks bestuur is belast met dagelijkse bestuurs- en beheerstaken in het stadsdeel. Het oefent taken en bevoegdheden uit die door het college of de burgemeester aan het stadsdeelbestuur zijn opgedragen. Het grootste deel daarvan wordt in mandaat uitgeoefend, waardoor het college of de burgemeester juridisch verantwoordelijk blijft; voor enkele bevoegdheden is sprake van delegatie.

Stadsdeelcommissie Naast het dagelijks bestuur kent elk stadsdeel een afzonderlijke stadsdeelcommissie. Ook deze is sinds 2022 een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet, maar zij wordt ingesteld door de gemeenteraad. De stadsdeelcommissie vertegenwoordigt de inwoners van het stadsdeel, geeft richting aan het dagelijks bestuur en controleert de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent.

De leden worden iedere vier jaar rechtstreeks gekozen, gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen. Het aantal leden is afhankelijk van het inwonertal en bedraagt volgens de huidige verordening tussen elf en zeventien. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.

De stadsdeelcommissie geeft gevraagd en ongevraagd advies over aangelegenheden die het stadsdeel raken. Het dagelijks bestuur moet de commissie onder meer betrekken bij gebiedsopgaven, bepaalde ruimtelijke en andere ingrijpende lokale besluiten en de prioritering van beschikbare budgetten. De commissie kan daarnaast onderwerpen zelf agenderen en vragen stellen aan het dagelijks bestuur.

Taken en bevoegdheden De concrete taakverdeling tussen het centrale gemeentebestuur en de stadsdelen is vastgelegd in de verordening en de daarbij behorende taken- en bevoegdhedenregisters. Het takenpakket omvat onder meer onderdelen van:

inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte, groen, speelplaatsen en parken; afvalinzameling en gebiedsgerichte dienstverlening; vergunningverlening, toezicht en handhaving voor aangewezen lokale onderwerpen; bepaalde vormen van gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer; subsidieverlening en gebiedsgerichte maatschappelijke taken; bewonersparticipatie, buurtinitiatieven en contacten met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties; het opstellen en uitvoeren van gebiedsopgaven binnen de stedelijke beleids- en begrotingskaders.

Niet alle gemeentelijke taken worden door de stadsdelen uitgevoerd. Voor stedelijke projecten, hoofdnetten, stedelijke belangen en andere in de verordening aangewezen onderwerpen blijven taken en bevoegdheden bij het centrale gemeentebestuur. Het college kan bovendien binnen de daarvoor geldende regels bevoegdheden terugnemen of ingrijpen wanneer een dagelijks bestuur zijn taken niet naar behoren uitvoert.

Stadsgebied Weesp Op 24 maart 2022 werd de voormalige gemeente Weesp bij Amsterdam gevoegd. Weesp vormt sindsdien samen met Driemond het stadsgebied Weesp. Driemond behoorde daarvoor tot stadsdeel Zuidoost.

Voor Weesp is bij de gemeentelijke herindeling bewust een andere bestuursvorm gekozen dan voor de zeven stadsdelen. Het stadsgebied heeft één rechtstreeks gekozen bestuurscommissie van elf leden. Deze commissie treedt op als verlengd lokaal bestuur van het college en benoemt uit haar eigen midden een dagelijks bestuur, bestaande uit een voorzitter en twee andere leden.

Weesp wordt bestuurlijk daarom niet als achtste stadsdeel aangeduid, maar als stadsgebied.

Positie van Westpoort Westpoort neemt een bijzondere positie in. Het gebied werd vanaf 1990 in Amsterdam als stadsdeel aangeduid, maar heeft nooit een gekozen stadsdeelraad gehad en was geen deelgemeente. Het bleef onder het centrale gemeentebestuur vallen.

Met ingang van 1 januari 2015 werden grote delen van het toenmalige stadsdeel Westpoort toegevoegd aan de stadsdelen West en Nieuw-West. Het resterende deel van Westpoort dat tot het havengebied behoort, maakt volgens de huidige verordening geen deel uit van een stadsdeel, stadsgebied of onderliggend bestuurlijk gebied. De weinige inwoners van dat gebied nemen daardoor niet deel aan verkiezingen voor een stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp.

Huidige stadsdelen

De onderstaande indeling betreft de bestuurlijke stadsdelen en het stadsgebied. Voor de geografische en statistische onderverdeling in gebieden, wijken, buurten en bijbehorende codes, zie Buurten en wijken in Amsterdam.

Naam Status Gekozen commissie Centrum Stadsdeel 11 leden West Stadsdeel 15 leden Nieuw-West Stadsdeel 17 leden Zuid Stadsdeel 15 leden Oost Stadsdeel 15 leden Noord Stadsdeel 11 leden Zuidoost Stadsdeel 11 leden Weesp Stadsgebied 11 leden

De aantallen commissieleden zijn vastgelegd in de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 en kunnen bij een wijziging van de verordening worden aangepast aan de bevolkingsontwikkeling.

Geschiedenis Aanloop naar decentralisatie

In de jaren zestig en zeventig ontstond in Amsterdam een discussie over de afstand tussen het centrale gemeentebestuur en de bevolking. Bestuurlijke conflicten en maatschappelijke onrust, waaronder het Bouwvakkersoproer en de Nieuwmarktrellen, droegen bij aan kritiek op de bestuurlijke cultuur van de stad.

In 1972 publiceerde buurtactivist en later PvdA-wethouder Michael van der Vlis het rapport Macht voor de wijken, waarin verdergaande decentralisatie werd bepleit. In 1978 nam de gemeenteraad een principebesluit over decentralisatie van het stadsbestuur.

Eerste stadsdelen vanaf 1981 In 1981 besloot de gemeenteraad te beginnen met stadsdeelbesturen in Noord en Osdorp. Op 28 oktober 1981 werden voor beide gebieden stadsdeelraden gekozen en op 1 december gingen de stadsdelen van start.

Een doel van de decentralisatie was gemeentelijke dienstverlening en besluitvorming dichter bij inwoners te organiseren. Noord en Osdorp verschilden onder meer in omvang en stedelijk karakter, waardoor zij ook als proefgebieden voor verschillende vormen van stadsdeelbestuur konden dienen.

De wettelijke vorm van territoriale binnengemeentelijke decentralisatie veranderde gedurende de daaropvolgende decennia. De eerste stadsdeelraden waren gebaseerd op de destijds geldende commissieregelingen in de Gemeentewet. In latere versies van de Gemeentewet werd de territoriaal gedecentraliseerde bestuursvorm afzonderlijk geregeld en uiteindelijk als deelgemeente aangeduid.

Uitbreiding 1987–2002 In 1987 kregen ook De Pijp, Watergraafsmeer, Buitenveldert en Zuidoost een stadsdeelbestuur. In 1990 volgde een verdere uitbreiding van de decentralisatie over vrijwel de gehele stad. Voor de financiering van de stadsdelen werd een stadsdeelfonds ingesteld.

Het aantal en de grenzen van de stadsdelen werden daarna verschillende malen gewijzigd. In 1998 vonden fusies plaats. Oost en Watergraafsmeer gingen verder als Oost/Watergraafsmeer, terwijl uit onder meer Buitenveldert en Rivierenbuurt Zuideramstel ontstond en De Pijp met een groot deel van het toenmalige Zuid opging in Oud-Zuid.

In 2002 werd de binnenstad als laatste woongebied een zelfstandig bestuurlijk stadsdeel, aanvankelijk onder de naam Binnenstad en later als Centrum. Aan de instelling was een referendum voorafgegaan waarin een grote meerderheid van de deelnemers tegen een afzonderlijk stadsdeel voor de binnenstad stemde; de opkomst was echter onvoldoende om de instelling tegen te houden.

Westpoort vormde in de gemeentelijke gebiedsindeling een uitzondering: het werd als stadsdeel aangeduid, maar kreeg geen gekozen stadsdeelraad en werd centraal bestuurd.

Herindeling naar zeven stadsdelen in 2010 miniatuur|300x300px|De Amsterdamse stadsdelen vóór de herindeling van 1 mei 2010.

In de jaren 2000 nam de kritiek op de schaal en bestuurlijke complexiteit van het stadsdelenstelsel toe. Oud-wethouder Mark van der Horst pleitte in 2006 in Bestuurlijke spaghetti voor een vermindering van het aantal stadsdelen. In 2008 stelde de gemeente de commissie-Mertens in om de bestuurlijke inrichting te onderzoeken.

Begin 2009 werd voorgesteld de veertien bestuurlijke stadsdelen met een eigen bestuur samen te voegen tot zeven. Burgemeester en wethouders namen het voorstel op 14 april 2009 over en de gemeenteraad stemde op 10 juni 2009 met de herindeling in.Amsterdam halveert aantal stadsdelen, NU.nl. Gearchiveerd op 7 juli 2018.Aantal stadsdelen wordt gehalveerd, Het Parool, 10 juni 2009. Gearchiveerd op 21 december 2018.Amsterdam neemt afscheid van helft stadsdelen, Het Parool, 10 juni 2009. Gearchiveerd op 1 april 2018.

Op 1 mei 2010 ontstonden de zeven stadsdelen Centrum, Noord, West, Nieuw-West, Zuid, Oost en Zuidoost.Amsterdam telt vanaf 1 mei 2010 zeven stadsdelen, Amsterdam.nl, juli 2009. De stadsdeelgrenzen tussen West en Nieuw-West bleven daarbij op onderdelen afwijken van de A10; onder meer de Kolenkitbuurt en het Rembrandtpark speelden een rol in de grensdiscussie.College: halvering stadsdelen, Het Parool, 15 april 2009. Gearchiveerd op 1 april 2018.

De hervorming van 2010 was in de eerste plaats een schaal- en grensherindeling van het bestaande stadsdelenstelsel. De zeven nieuwe stadsdelen bleven beschikken over gekozen stadsdeelraden en dagelijks besturen en behielden tot 19 maart 2014 de wettelijke positie van deelgemeente. De grote juridische breuk in het stelsel vond dus niet in 2010 maar in 2014 plaats.

Stadsdelen als deelgemeenten tot 2014