Josephine Gottschall-Delmonte (Amsterdam, 26 mei 1918 - Weesp, 29 mei 2014) was een Nederlands Engelandvaarder en modiste.
Levensloop De vader van Josephine Delmonte, Salomon Delmonte (1879-1943) is een diamantslijper en later makelaar in diamant. Hij trekt in 1905 naar Antwerpen maar komt bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 terug naar Nederland. Hij heeft al een dochter met zijn vrouw Betje Speijer (1879-1943) en tijdens het verblijf in Amsterdam wordt de tweede geboren, Josephine. In 1919 verhuizen ze terug naar Antwerpen.Stadsarchief Amsterdam, toegang 5416, inv.nr. 153
Delmonte gaat in Antwerpen naar de lagere school en de school voor ModistenEtymologiebank Nederland:modiste = vrouw die modeartikelen voor dames, i.h.b. hoeden, vervaardigt en verkoopt. tot 1934. Daarna werkt ze in de hoedenwinkel van haar zus Femma (1906-1987).O. Pinto 1944, p.117 In october 1939 trekt de familie terug naar Amsterdam.
Op 14 mei 1941 trouwt Delmonte met de Duits-Joodse vluchtelingLiz Eijsbouts-Gottschall (geen datum) Arthur Gottschall,Stadsarchief Amsterdam, toegang 30408, inv.nr. 118 vertegenwoordiger en vennoot van de firma E.C. Poppert & Co,Pim Ligtvoet, Erik Schaap, Marja Eijkhoudt (Joods Monument Zaanstreek) (2016). Over E.C. Poppert, zijn vrouw Herta Speier en de fabriek. een hoedenfabriek in Zaandam. De fabriek wordt in augustus 1941 geconfiskeert door de duitse bezetter en Gottschall wordt gedwongen om aan te blijven als adviseur.
Op 5 juli 1942 worden Delmonte en haar echtgenoot opgeroepen voor deportatie en zich 15 juli te melden op het Centraal Station van Amsterdam. Gottschall en Delmonte hebben vermoedelijk een illegaal Nederlands paspoort onder de naam Gotschal met een adres in Montpellier.Zowel Delmonte als Gottschall worden in de verslagen van de verhoren Gotschal (met 1t en 1 l) genoemd Op 10 juli vertrekken Delmonte en Gottschall naar Tilburg waar een voormalige klant iemand vind om het paar over de grens naar Poppel (België) te brengen van waar ze door reizen per trein naar familie van Delmonte in Antwerpen.O. Pinto 1943, p.114-115
Het echtpaar Gottschall-Delmonte reist via de zogenaamde zuidelijke route.van Nederland via België, Frankrijk, Spanje en Jamaica naar de Verenigde Staten en soms via Canada naar het Verenigd Koninkrijk Na omzwervingen door Frankrijk en Spanje worden Gottschall en Delmonte vanuit Portugal naar het vluchtelingenkamp Gibraltar op JamaicaHet vluchtelingenkamp Gibraltar op Jamaica is door de Britse regering opgezet om burgers van Gibraltar te evacueren vanwege de dreiging van Duitse aanvallen op Gibraltar in juni 1940. Omdat het kamp onder bezet was werden o.a. ook Joodse vluchtelingen opgevangen. Nadat het kamp verlaten was werd het terrein omgebouwd tot wat nu de "University of the West Indies" is. Een aantal kampgebouwen worden nog steeds gebruikt. overgebracht. Gottschall is dienstplichtigLiz Eijsbouts-Gottschall (geen datum). Gottschall heeft de Duitse nationaliteit maar door het illegale paspoort is hij Nederlander. Daarom en door zijn leeftijd is hij dienstplichtig. en heeft zich in Madrid aangemeld voor het Nederlandse leger. Ze reizen na een kleine maand in het vluchtelingenkamp door naar New York waar ze op op 3 mei 1943 aankomen. Gottschall gaat naar het trainingskamp van de Prinses Irene Brigadesite van de Prinses Irene Brigade in Guelph, Canada. Hij wordt overgeplaatst naar het Verenigd Koninkrijk en komt daar op 2 september aan. Josephine Delmonte wordt te werk gesteld bij de Netherlands Purchasing CommissionNPC (Nederlandse Inkoop commissie), opgericht in 1941 door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen "centraal aankoopkantoor voor de hele Nederlandse overheid", voor zowel militaire en burgerlijke overheidsdiensten en gevestigd in San Diego en New York tussen 1940-1945. in New York als filing clerck.Een klerk die verantwoordelijk is voor het organiseren en bewaren van documenten. Ze blijft daar werken tot 21 maart 1944.
Gottschall vraagt in Londen een visum aan voor zijn vrouw zodat zij naar het Verenigd Koninkrijk kan reizen. Dat wordt toegekend in oktober 1943. Op 4 april 1944 komt ze per boot aan in Gourock in Schotland. Het verhoor van Pinto met Delmonte is niet uitgebreid omdat hij ervan uit gaat dat het verhaal al door Gottschall is verteld. Uit het verhoor blijkt dat Delmonte naast Nederlands Engels, Frans en Duits spreekt en lid was van de Zionistische Vereniging Maccabi.
Op 12 oktober 1945 wordt Delmonte met de s.s. Batavier II gerepatrieerd naar Nederland.Ministerie van Justitie, Hoofdbureau London (1945) p.3
Haar ouders zijn op 2 april 1943 vermoord in Sobibór, haar zus overleeft de oorlog.
Het huwelijk van Josephine en Arthur Gottschall-Delmonte eindigt door zijn overlijden op 29 oktober 1982.
Categorie:Engelandvaarder