De Compagnie du chemin de fer du Bas-Congo au Katanga, afgekort BCK, was een spoorwegmaatschappij die actief was in de Congo-Vrijstaat en Belgisch-Congo en later in de Democratische Republiek Congo en Zaïre. Het grootste deel van de spoorlijnen bevond zich in de zuidelijke provincie Katanga, met verbindingen naar de Kasaï-rivier voor het vervoer van minerale exportproducten richting Léopoldville en verder naar de haven van Matadi, alsook een verbinding met het Angolese spoorwegnet voor transport naar Lobito aan de Atlantische Oceaan.

Geschiedenis Oprichting Het Comité spécial du Katanga (CSK) richtte in 1902 de Compagnie de chemin de fer du Katanga (CFK) op. Het bedrijf had een kapitaal van 1.000.000 frank. Congo-Vrijstaat bezat 2.400 aandelen, terwijl de zakenman en industrieel Robert Williams 1.600 aandelen in handen had. Théodore Heyvaert was voorzitter en Robert Williams vicevoorzitter. De CFK had als doel spoorverbindingen aan te leggen naar de regio waar later de stad Élisabethville zou worden gesticht. Eén lijn moest aansluiten op de Rhodesische spoorwegen bij Sakania, terwijl een andere lijn de haven van Bukama aan de Lualaba-rivier moest verbinden. De Union Minière du Haut Katanga (UMHK) werd in 1906 opgericht om mijnen in Katanga te ontwikkelen. De onderneming zou ook deelnemen aan de bouw van een spoorlijn om materiaal en uitrusting naar de mijnen te vervoeren en de gewonnen mineralen af te voeren.

Op 31 oktober 1906 richtten het CSK, Congo-Vrijstaat en de Société générale de Belgique de Compagnie du chemin de fer du Bas-Congo au Katanga (BCK) op. Het doel was een spoorverbinding aan te leggen van Bukama naar Port-Francqui aan de Kasaï-rivier en mijnbouwonderzoek te verrichten in een bepaald gebied. In hetzelfde jaar werden twee andere grote ondernemingen opgericht: Forminière en UMHK. De UMHK verwierf bijna 10% van de aandelen in de BCK, maar de regering bleef de grootste aandeelhouder. Jean Jadot, die eerder de 2.215 kilometer (1.376 mijl) lange spoorlijn Peking–Hankou in China had gebouwd, werd benoemd tot algemeen directeur.

De BCK beheerde de CFK namens de regering en had de volgende opdrachten: Het opmeten, aanleggen en exploiteren van een spoorlijn van Katanga naar Bas-Congo, de lijn Bukama–Port-Franqui. Het opmeten, aanleggen en exploiteren van een lijn die de mijnen van Katanga verbond met de Portugese Benguela-spoorweg, de lijn Tenke–Dilolo. Het overnemen van het aandeel van Congo-Vrijstaat in de CFK en het opmeten, aanleggen en exploiteren van een spoorlijn die het bevaarbare deel van de Lualaba-rivier verbond met de zuidgrens van Katanga, de lijn Sakania–Bukama.

Aanleg spoorlijnen thumb|Het spoornet in koloniaal Congo De spoorlijn van Élisabethville naar Bukama aan de Lualaba-rivier werd begonnen in 1911 en voltooid in 1918. In 1919 richtte de BCK de dochteronderneming Société minière du Bécéka op voor mijnbouwkundig onderzoek.

De BCK verbond de mijnen in Zuid-Katanga (ook bekend als Shaba) met de haven van Port-Francqui aan de Kasaï-rivier. De 1.123 kilometer (698 mijl) lange spoorlijn van Bukama naar Port-Francqui werd begonnen in 1923 en voltooid in 1928. In Port-Francqui werden de mineralen overgeladen op rivierboten, die ze vervoerden naar Léopoldville. Van daaruit gingen ze via de spoorlijn Matadi–Kinshasa naar de Atlantische haven van Matadi voor export. In de jaren 1920 werd voorgesteld een spoorverbinding aan te leggen tussen Port-Francqui en Kinshasa, maar dit plan werd nooit uitgevoerd.

De Société des chemins de fer Léopoldville-Katanga-Dilolo (LKD) werd opgericht op basis van een overeenkomst van 16 september 1927 tussen de regering en de BCK. Het was een administratief en financieel vehikel waarvan de regering de belangrijkste aandeelhouder was. De LKD kreeg concessies voor drie spoorlijnen: Bukama–Port-Francqui, Tenke–Dilolo en Port-Francqui–Léopoldville. De bouw en exploitatie van deze lijnen werd uitbesteed aan de BCK. De BCK was verantwoordelijk voor de aanleg van het spoor en beheerste het netwerk en het materieel als geheel. De 523 kilometer (325 mijl) lange lijn van Tenke naar Dilolo werd voltooid in 1931. In Dilolo sloot het BCK-netwerk aan op de Benguela-spoorweg, die goederen vervoerde naar de haven van Lobito aan de Atlantische Oceaan.

In 1952 fuseerde de LKD met de CFK tot de Compagnie des chemins de fer Katanga-Dilolo-Léopoldville (KDL). De KDL bezat de spoorconcessies in Katanga, terwijl de BCK verantwoordelijk bleef voor de exploitatie. Tussen 1952 en 1956 bouwde de Compagnie du chemin de fer du Congo supérieur aux Grands Lacs africains (CFL) een 246 kilometer (153 mijl) lange lijn van Kabalo naar Kabongo. In september 1955 werd de CFL-spoorbreedte gewijzigd van 1.000 mm (3 ft 3⅜ in) naar 1.067 mm (3 ft 6 in) om overeen te komen met de KDL-breedte. De verbinding van Kabongo naar Kamina werd gebouwd door de BCK ten behoeve van de KDL.

Post-onafhankelijkheid De Democratische Republiek Congo werd onafhankelijk in 1960. In 1961 werd de BCK opgesplitst in twee bedrijven: een oude BCK naar Belgisch recht en een nieuwe BCK naar Congolees recht. Laatstgenoemde werd in 1970 overgenomen door de Compagnie de chemin de fer de Kinshasa-Dilolo-Lubumbashi (KDL). De oude BCK werd in 1972 tot Études et réalisations de génie civil et ferroviaire (Gecifer) omgedoopt en zette haar activiteiten voort als ingenieursbureau van de KDL.

Op 1 juli 1974 werd in het kader van de zaïrisering van president Mobutu de KDL overgenomen door de staatsmaatschappij Société nationale des chemins de fer zaïrois (SNCZ), die voortaan alle spoorwegen in Congo in bezit had. Gecifer sloot vervolgens contracten met andere bedrijven. In 1979 nam het dochteronderneming Sodecotra over en werd het Gecifer-Sodecotra. In 1980 consolideerde Gecifer haar activiteiten als ingenieursbureau binnen dochteronderneming Gecifer-Sodecotra Engineering. Gecifer zelf werd een puur financiële onderneming.

Spoorlijnen Het spoorwegnet had een lengte van 1.645 kilometer (1.022 mijl). De spoorbreedte van alle lijnen bedroeg 1.067 mm (3 ft 6 in), dezelfde als die in Zuid-Afrika. Het ging om enkelsporige lijnen met kruisingsstations. De hellingsgraad bedroeg maximaal 12,5‰, met compensatie voor bochten met een straal kleiner dan 1.000 meter (3.300 ft). Tussen Tenke en Bukama kwamen hellingen voor van 15‰ tot 20‰. De minimale boogstraal was 300 meter (980 ft), en in zeldzame gevallen 200 meter (660 ft). Bukama – Port-Franqui: 979 km (608 mijl), geopend in juli 1928 voor passagiersverkeer. Bukama – Kamina: 1.452 km (902 mijl), geopend op 20 mei 1926. Kamina – Mwene-Ditu: 313,6 km (194,9 mijl), geopend op 1 maart 1928. Mwene-Ditu – Kananga: 243 km (151 mijl), geopend op 30 november 1927. Kananga – Mweka: 250 km (160 mijl), geopend op 13 februari 1928. Mweka – Port-Franqui: 172 km (107 mijl), geopend op 1 maart 1928. Kamina – Kabalo: 445,6 km (276,9 mijl). Kamina – Kabongo: 200 km (120 mijl), geopend op 1 juni 1955. Kabongo – Zofu: 235 km (146 mijl), geopend op 11 april 1956. Zofu – Kabalo: 10,6 km (6,6 mijl), geopend op 15 april 1956.

Tegen de jaren 1950 waren delen van het spoorwegnet geëlektrificeerd.

Literatuur Compagnie du chemin de fer du Bas-Congo au Katanga, 1906-1956, Brussel, Weissenbruch, 1956. Pierre JOYE en Rosine LEWIN, Les trusts au Congo, Brussel, Société populaire d'éditions, 1961, 223-225. Frans BUELENS, Congo, 1885-1960. Een financieel-economische geschiedenis, Berchem, EPO, 2007, 182-187. F. Scott BOBB, 'Railways', in Historical Dictionary of the Democratic Republic of the Congo, Plymouth, Scarecrow Press, 2010, 449.

Externe links Compagnie du Chemin de fer du Bas-Congo au Katanga. BCK, AfricaMuseum - Archives BCK - KDL - Le site des chemins de fer du Katanga Compagnie de Chemin de Fer du Bas-Congo au Katanga, devenu en 1961 Ancienne Compagnie de Chemin de Fer du Bas-Congo au Katanga S.A., en 1972 Gecifer S.A. et en 1978 Gecifer-Sodecotra S.A., Archiefpunt

Categorie:Spoorwegmaatschappij in Congo-Kinshasa Categorie:Verkeer en vervoer in de Onafhankelijke Congostaat Categorie:Verkeer en vervoer in Belgisch-Congo Categorie:Economie van de Onafhankelijke Congostaat Categorie:Economie van Belgisch-Congo Categorie:Geschiedenis van Katanga