De Westelijke Qin-dynastie (385-400, 409-431) was een niet-Chinese dynastie die regeerde over een deel van Noord-China tijdens de periode van de Zestien Koninkrijken (304-439). Destijds was dat gebied verdeeld in staten die voor het merendeel door niet-Chinese ruiternomaden waren gevormd. Westelijke Qin wordt door Cui Hong (478-525) in zijn Lente- en herfstannalen van de Zestien Koninkrijken gerekend tot de Zestien Koninkrijken.

Samenvattend overzicht Westelijke Qin werd in 385 gesticht door Qifu Guoren (, r.385-388). Hij behoorde tot de Qifu, een tak van de Xianbei. Zijn staat omvatte het zuidwesten van de huidige provincie Gansu en het noordoosten van Qinghai. Economisch gezien bevond Westelijke Qin zich in de overgangsperiode van nomadisch veeteelt naar landbouw. De staat was gebaseerd op militaire veroveringen en bestond uit instabiele allianties met lokale stammen. Voortdurende oorlogen met Latere Liang en de Tuyuhun hadden Westelijke Qin zo verzwakt dat in 400 Qifu Qiangui (, r.388-400, 409-412) zich moest onderwerpen aan de Latere Qin (384-417). Hij werd gedwongen zich te vestigen in hun hoofdstad Chang'an, maar wist in 409 de onafhankelijkheid van Westelijke Qin te herstellen. In 414 werd Zuidelijke Liang door Qifu Chipan (, r.412-428) van Westelijke Qin veroverd, waarop hij de titel "koning van Qin" (秦王, Qin wang) aannam. De naam "Qin" is afgeleid van de voormalige locatie van de Qin-staat tijdens de Periode van de Strijdende Staten. De belangrijkste tegenstander van Westelijke Qin werd nu Noordelijke Liang, zeker nadat die staat in 421 Westelijke Liang had vernietigd. Na een zware militaire nederlaag die in samenwerking met Noordelijke Liang in 426 was toegebracht door het leger van de staat Xia, besloot de laatste heerser van Westelijke Qin, Qifu Mumo (, r.428-431) zich te onderwerpen aan de Noordelijke Wei. Hij trok met zijn stam oostwaarts in hun richting, maar werd in 431 met zijn clan uitgeroeid door Xia.

Politieke geschiedenis Voorgeschiedenis

Qifu Guoren, de stichter van Westelijke Qin, werd geboren in het district Xiangwu (襄武) in het huidige Longxi (隴西), provincie Gansu. Hij was afkomstig uit de familie van stamleiders van de Qifu-stam, een onderdeel van de Xianbei. Zijn vader, Qifu Sifan ((乞伏司繁, r.371-376) werd in 371 aangevallen door Wang Tong (王統, †392), een generaal in dienst van Fu Jian (苻堅, r.357-385), heerser van Vroegere Qin. Qifu Sifan onderwierp zich aan Fu Jian en werd zijn vazal. Hij ontving de titel "Zuidelijke Chanyu" (南單于) en mocht zijn Qifu-stam in Yongshichuan (勇士川, in het huidige Lanzhou, Gansu) blijven leiden. Daar werd hij in 373 aangevallen door Bohan (勃寒), leider van een Xianbei-stam. Fu Jian benoemde Qifu Sifan tot "Generaal van het Westelijke Grensleger" (鎮西將軍, Zhenxi jiangjun). Die versloeg Bohan en kon zo zijn eigen machtspositie versterken.

Qifu Sifan overleed in 376 en werd opgevolgd door zijn zoon Qifu Guoren. Hoewel die op dat moment de beschikking had over een aanzienlijke troepenmacht, bleef hij een vazal van Fu Jian van Vroegere Qin. Toen die besloot de zuidelijke Jin-dynastie aan te vallen om zo geheel China onder zijn gezag te verenigen, stelde hij Qifu Guoren aan als een van zijn generaals. In 383 kwam Qifu Butui (乞伏步頹), een oom van Qifu Guoren, in opstand tegen Fu Jian. Qifu Guoren kreeg opdracht om eerst die opstand te onderdrukken. Eenmaal daar aangekomen sloot hij zich echter aan bij zijn oom en beschouwde zich niet langer onderworpen aan de Vroegere Qin. Nadat Fu Jian een zware nederlaag bij de Slag aan de Fei rivier had geleden en vervolgens werd vermoord, verklaarde Qifu Guoren zich in 385 ook formeel onafhankelijk. Hij voerde zijn eigen kalender in door het aannemen van de jaartitel Jianyi (建義, 385-388). In de Chinese historiografie kreeg zijn staat vanaf dat moment de naam "Westelijke Qin" en vormde een van de Zestien Koninkrijken.

Qifu Guoren (376/385-388) thumb|Ligging van Westelijke Qin in 391. Qifu Guoren riep zichzelf in 385 uit tot "Grootcommandant" (大都督, Da dudu), "Grootgeneraal" (大將軍, Da jiangjun), "Groot-Chanyu" (大單于, Da Chanyu) en "Gouverneur van de provincies Qin en He" (領秦河二州牧. Ling Qin He er zhoumu). Hij benoemde Yizhan Yinqi (乙旃音埿) tot zijn linkerkanselier (左相, zuoxiang), Wuyin Chuzhi (屋引出支) tot zijn rechterkanselier (右相, youxiang), Dugu Piti (獨孤匹蹄) tot zijn linkerassistent (左輔, zuofu) en Wuqun Yongshi (武群勇士) tot zijn rechterassistent (右輔, youfu). Zijn jongere broer Qifu Qiangui (乞伏乾歸) werd tot hoogste generaal (上將軍, shangjiangjun) benoemd. De hoofdstad werd Yongshicheng (勇士城, het huidige Yuzhong (榆中) in Lanzhou, provincie Gansu). Westelijke Qin werd verdeeld in twaalf districten (郡, jun), Wucheng (武城), Wuyang (武陽), Angu (安固), Wushi (武始), Hanyang (漢陽), Tianshui (天水), Lueyang (略陽), Qiangchuan (漒川), Gansong (甘松), Kuangpeng (匡朋), Baima (白馬) en Yuanchuan (苑川).

Gedurende de volgende twee jaar consolideerde Qifu Guoren zijn rijk door de hem omringende stammen te onderwerpen. Nadat Miyi (秘宜), clanleider van een Qiang-stam zich met meer dan 30.000 huishoudens had overgegeven, werden hij en zijn broer Mohouti (莫侯悌) benoemd tot cishi (刺史, gouverneur). In 387 viel Qifu Guoren met 30.000 ruiters de drie Xianbei-stammen van Migui (密貴), Yugou (裕苟) en Tilun (提倫) aan en versloeg hen bij de Kehun-rivier (渴渾川). Daarbij werden 3.000 stamleden onthoofd en 5.000 paarden buitgemaakt. De drie verslagen stamleiders ontvingen daarentegen na hun overgave een adellijke titel en werden benoemd tot generaal. Eveneens in 387 werd Chilu Wuguba (叱盧烏孤跋), een generaal in dienst van Qifu Guoren die tegen hem een opstand was gekomen, door hem verslagen, waarna hij de generaal toch weer zijn oude positie teruggaf. Ook viel Qifu Guoren de Xianbei-stamleider Yuezhi Chili (越質叱黎) aan in Pingxiang (平襄), versloeg hem en nam meer dan 5.000 leden van zijn stam gevangen.

Hoewel Qifu Guoren zich in 385 onafhankelijk had verklaard van Vroegere Qin, accepteerde hij in 387 van Fu Deng (苻登, r.386–394), heerser van Vroegere Qin toch de titel "Koning van Yuanchuan" (苑川王). Daarmee verklaarde hij zich tot vazal van Vroegere Qin, maar omdat hij zijn eigen kalender en jaartitel bleef gebruiken was deze status eerder nominaal van aard. In 388 overleed Qifu Guoren. Hij werd postuum benoemd tot koning Xuanlie (宣烈王) en ontving als tempelnaam Liezu (烈祖). Omdat zijn zoon, Qifu Gongfu (乞伏公府, †412), nog jong was, werd Qifu Guoren opgevolgd door zijn jongere broer Qifu Qiangui (乞伏乾歸).

Qifu Qiangui (388-400; 409-412) Benoemingen Qifu Qiangui nam de titels "Grootcommandant", "Grootgeneraal" en "Groot-Chanyu" over van zijn broer, maar noemde zich "koning van Henan" (河南王). Daarmee werd niet de huidige provincie Henan bedoeld, maar de delen van de huidige provincies Gansu en Qinghai ten zuiden van de Gele Rivier. Verder nam hij een nieuwe jaartitel aan, Taichu (太初, 388–400) en verplaatste zijn hoofdstad van Yongshi naar Jincheng (金城, ten westen van het huidige Lanzhou). Hij benoemde zijn echtgenote Bian tot koningin (邊王后, Bian wanghou) en hun zoon, Qifu Chipan (乞伏熾磐, †428) in 393 tot kroonprins. Chulian Qidou (出連乞都, †399) werd zijn kanselier (丞相, chengxiang); Mohou Tijuan (莫侯悌眷), de gouverneur van Liangzhou (梁州) werd keizerlijke censor (御史大夫, yushi dafu); Bian Rui (邊芮) uit Jincheng (金城) werd linker hoofdsecretaris (左長史, zuo zhangshi); Miyi (秘宜), gouverneur van Dongqinzhou (東秦州) werd rechter hoofdsecretaris (右長史, you zhangshi); Zhai Qing (翟勍, †417), gouverneur van Wushi (武始) werd linker minister van oorlog (左司馬, zuo sima); Wang Songshou (王松壽) uit Lüeyang (略陽) werd hoofdsecretaris (主簿, zhubu); Qifu Kedan (乞伏軻彈), een neef van Qifu Qiangui, werd gouverneur (牧, mu) van Liangzhou (梁州); Qifu Yizhou (乞伏益州), jongere broer van Qifu Qiangui gouverneur van Qinzhou (秦州) en Qifu Qujuan (乞伏屈眷) gouverneur van Hezhou (河州).

Militaire ontwikkelingen 388-400 Qifu Qiangui versterkte zijn binnenlandse positie zowel door diplomatieke druk als door militaire acties. Duru (獨如), een stamhoofd van de Zuidelijke Qiang onderwierp zich met 7.000 stamleden. De stammen van Xiaguan Adun (休官阿敦) en Hou Nian (侯年), elk met 5.000 huishoudens werden verslagen nadat ze de Qiantun-berg hadden bezet. Hierop stuurde Murong Shilian (慕容視連, r.371-390), leider van de Tuyuhun een gezantschap om eerbetoon te brengen aan Qifu Qiangui. De Xianbei-stamleiders Douliuyi (豆留䩭), Chidouhun (叱豆渾), Nanqiu Lujie (南丘鹿結), Xiuguan Hehunu (休官曷呼奴) en Lushui Weideba (盧水尉地跋) onderwierpen zich aan Qifu Qiangui en ontvingen daarvoor officiële titels. Xianbei-leider Yuezhi Jiegui (越質詰), zoon van de in 386 bij Pingxiang verslagen Yuezhi Chili en prefect van Longxi (隴西), kwam in 390 in opstand tegen Qifu Qiangui. Hij riep zichzelf uit tot "Rechter Wijze koning" (右賢王). Qian Gui versloeg hem in 391, maar verleende hem de titel "Liyi-generaal" (立義將軍).

Eveneens in 391 vroeg een stamhoofd, Mo Yigan (沒奕干) aan Qifu Qiangui om hem te steunen in zijn strijd met Da Dou (大兜), een Xianbei-stamhoofd en stuurde twee van zijn zonen als gijzelaar naar Qifu Qiangui. Nadat Da Dou was verslagen, stuurde Qifu Qiangui die twee zonen van Mo Yigan terug naar huis. Ondanks de verleende steun keerde Mo Yigan zich tegen Qifu Qiangui en verbond zich met Liu Weichen (劉衛辰, r.359-391), het stamhoofd van de Tiefu-stam. Toen Qifu Qiangui hierop een veldtocht tegen Mo Yigan begon, maakte generaal Lü Bao (呂寶, †392), een broer van Lü Guang (呂光, r.386-399), heerser van Latere Liang van de gelegenheid gebruik om Westelijke Qin aan te vallen. Qifu Qiangui werd verslagen bij de Mingque-kloof (鳴雀峽) en trok zich vervolgens terug naar Qing'an (青岸, nabij de hoofdstad Jincheng). Lü Bao achtervolgde hem, maar Qifu Qiangui stuurde zijn generaal, Peng Xinian (彭奚念) om een eventuele terugtocht van Lü Bao te blokkeren. Qifu Qiangui leidde vervolgens een tegenaanval, waarbij Lü Bao en meer dan 10.000 van zijn soldaten sneuvelden. Deze aanval vormde het begin van een reeks gevechten tussen Latere Liang en Westelijke Qin.

thumb|Ligging van Westelijke Qin in 398, na de vernietiging van Vroegere Qin in 394.