Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Westelijke Sahara, een betwist gebied aan de noordwestkust van Afrika.thumb|300px|Westelijke Sahara. De rode lijn is de 'berm' of Marokkaanse barrière, die de Marokkaanse en SADR-gebieden van elkaar scheidt
Vroege inwoners De vroegst bekende inwoners van de Westelijke Sahara waren de Gaetuli. Afhankelijk van de eeuw, beschrijven Romeinse bronnen het gebied zoals bewoond door Gaetulische Autololes of de Gaetulische Daradae stammen. Berber-erfgoed is nog steeds duidelijk uit regionale en plaatsnaam toponymie, evenals uit tribale namen.
Andere vroege bewoners van de Westelijke Sahara zijn de BafourThe West Sudanic Empires, Sam Houston State University en later de Serer. De Bafour werden later vervangen of geabsorbeerd door Berber-sprekende bevolkingsgroepen die uiteindelijk op hun beurt samenvloeiden met de migrerende Beni Ḥassān Arabische stammen.
Achtste tot elfde eeuw De komst van de islam in de 8e eeuw speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de regio Maghreb. De handel ontwikkelde zich verder en het gebied was mogelijk een van de routes voor karavanen, vooral tussen Marrakesh en Timboektoe in Mali.
In de 11e eeuw vestigden de Maqil-Arabieren (minder dan 200 personen) zich in Marokko (voornamelijk in de vallei van de Draa-rivier, tussen de rivier de Moulouya, Tafilalt en Taourirt ).History of Ibn Khaldun Volume 6, pg 80-90 door ibn Khaldun Tegen het einde van het Almohad-kalifaat (een Marokkaans Berbers rijk) werden de Beni Hassan, een sub-stam van de Maqil, door de plaatselijke heerser van de Sous opgeroepen om een opstand te onderdrukken; ze vestigden zich in de Sous Ksours en controleerden steden als Taroudant. Tijdens de Marinidendynastie kwamen de Beni Hassan in opstand, maar ze werden verslagen door de Sultan en ontsnapten aan de overkant van de droge rivier de Saguia el-Hamra.Rawd al-Qirtas door Ibn Abi Zar De Beni Hassan waren toen voortdurend in oorlog met de Lamtuna, nomadische berbers van de Sahara. Gedurende ongeveer vijf eeuwen, door een complex proces van acculturatie en vermenging, dat elders in de Maghreb en Noord-Afrika te zien was, vermengden enkele van de inheemse Berberstammen zich met de Maqil-Arabische stammen en vormden een unieke cultuur voor Marokko. Hoewel de Almoraviden hun oorsprong in de 9e-eeuwse westelijke Sahara hebben, waar de plaatselijke Sanhajastammen in contact kwamen met de islam en een serie van militaire campagnes lanceerden tegen gebieden in West-Afrika en Zuid-Marokko. Deze coalitie van Sanhaja stammen (de Lamtuna, de Massufa, de Banu Warith en de Gudala) controleerde vervolgens het zuidelijke deel van de trans-Saharaanse goudhandel, wat het enorme rijkdommen moet hebben opgeleverd. Na het instorten van dit rijk in de 10e eeuw, werden de meeste van deze gebieden bezet door het Koninkrijk Ghana (niet te verwarren met de huidige republiek Ghana) in het zuiden en de Maghrawaden van Sijilmasa in het noorden.
Spaanse kolonie In 1884 vestigde Spanje een protectoraat over de provincies Saguia el Hamra en Rio de Oro, een gebied dat later de naam Spaanse ofwel Westelijke Sahara kreeg. Van 1884 tot 1975 was het gebied, bestaand uit de regio's Saguia el Hamra en Rio de Oro, een kolonie van Spanje onder de naam Spaanse Sahara. Sindsdien is de status van het gebied omstreden.
Op 16 december 1965 maanden de Verenigde Naties Spanje, om een einde te maken aan de koloniale overheersing van Ifni – noordelijk van Westelijke Sahara – en de Spaanse Sahara en onderhandelingen te gaan voeren over hun onafhankelijkheid.Question of Ifni and Spanish Sahara. Resolutie 2072 (XX), 16 dec 1965 [A/RES/2072(XX)] Op 20 december 1966 herbevestigde de Algemene Vergadering het zelfbeschikkingsrecht van de inheemse bevolking van Ifni en de Spaanse Sahara en riep Spanje op om samen met Marokko stappen te ondernemen voor de overdracht van macht, om tegemoet te komen aan hun wensen. Voorgesteld werd een referendum te houden onder toezicht van de VN, waaraan alleen de inheemse bevolking mocht deelnemen, waarbij de bannelingen mochten terugkeren.Question of Ifni and Spanish Sahara. Resolutie 2029 (XXI), 20 dec 1966 [A/RES/2029(XXI)]
Aanspraken van Marokko Toen Marokko in 1956 onafhankelijk werd van Frankrijk, gaf Spanje nauwelijks grondgebied uit handen. De Spaanse kolonisator behield het gezag in zowel de noordelijke enclaves Ceuta en Melilla, als in de Westelijke Sahara. In het pas onafhankelijke Marokko gingen echter steeds meer stemmen op om dit gebied, dat in Marokko als zuidelijke provincie werd gezien, eveneens onder Marokkaans bestuur te brengen. In het verleden zouden namelijk sterke banden hebben bestaan tussen de Marokkaanse sultan en de nomaden die de Westelijke Sahara bevolken. Een deel van de Senhajastam koos ervoor om zich aan te sluiten bij het Marokkaanse koninkrijk.
Aanspraken van Mauritanië Mauritanië maakte eveneens aanspraak op het gebied. Het land beweerde dat het gebied in historisch, religieus en cultureel opzicht en qua taal tot Mauritanië behoorde.
Aanspraken van Polisario In 1973 was het Frente Popular para la Liberación de Saguia el Hamra y Rio de Oro – kortweg Polisario – opgericht, dat een gewapende strijd voerde tegen de Spaanse kolonisator voor onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara. De beweging wilde een eigen staat creëren voor de oorspronkelijke bevolking van het gebied, veelal aangeduid als de Sahrawi. Bovendien maakte ook buurland Mauritanië aanspraak op de woestijnregio. Op 27 februari 1976 werd met steun van Algerije de Sahrawi Arabische Democratische Republiek (SADR) uitgeroepen als een onafhankelijke staat. Polisario werd lid van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAU), de latere Afrikaanse Unie. Reeds in mei 1977 hadden negen leden van de OAU Polisario erkend als de legitieme regering van Westelijke Sahara.Sahara War Strains Morocco. The Washington Post, 30 mei 1977
Uitspraak van het Internationaal Gerechtshof In augustus 1974 stemde de Spaanse regering eindelijk in met het VN-voorstel uit 1966 en kondigde aan dat in de eerste helft van 1975 een referendum zou plaatsvinden. Marokko maakte echter onmiddellijk bezwaar tegen de mogelijkheid van een onafhankelijk Westelijke Sahara. Het stelde voor om de zaak voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof.
Uiteindelijk werd de kwestie in 1975 voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het Hof deed vervolgens een ondubbelzinnige uitspraak: het erkende dat er reeds vóór de Spaanse kolonisatie banden hadden bestaan tussen de Westelijke Sahara enerzijds en Marokko en Mauritanië anderzijds maar dat beide staten nooit daadwerkelijk gezag hadden uitgeoefend over het gebied. Het Hof kwam dan ook tot de conclusie dat de Westelijke Sahara gedekoloniseerd diende te worden, waarbij het zelfbeschikkingsrecht van de lokale bevolking voorop stond.
Polisario beschouwde de uitspraak als een overwinning, omdat het de weg leek te effenen naar een onafhankelijke staat voor de Sahrawi. Koning Hassan II van Marokko legde de uitspraak echter in zijn voordeel uit. Immers, het Hof had bevestigd dat er historische banden tussen de sultan en de Westelijke Sahara bestonden, en in Hassans ogen rechtvaardigden deze banden een aanspraak op het gebied. Op 6 november 1975 organiseerde de vorst een Groene Mars, waarbij 350.000 Marokkanen naar het grensgebied werden gezonden. Deze datum is tegenwoordig een nationale feestdag in Marokko.
Spaanse afstand en verdeling thumb|al-Ajoen Kolonisator Spanje bezweek onder de druk. De aandacht was namelijk vooral op eigen land gevestigd omdat dictator Franco op sterven lag en het land zich daardoor in een diepe politieke crisis bevond. Spanje kon geen oorlog riskeren., Breve historia de España II, El camino hacia la modernidad, ed. Nowtilus, Madrid, 2010, P 209 Op 14 november 1975 werd het Akkoord van Madrid gesloten, waarbij twee derde van de Westelijke Sahara onder Marokkaans gezag werd gebracht; de rest van het grondgebied kwam onder bestuur van Mauritanië. Als tegenprestatie kreeg Spanje een voorkeursbehandeling bij de exploitatie van de viswateren voor de Marokkaanse kust. Op 26 februari 1976 deelde Spanje de VN-Secretaris-Generaal mee dat het zich vanaf die datum niet meer verantwoordelijk achtte voor het gebied.Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 231. De volgende dag werd in Bir Lehlou de Sahrawi Arabische Democratische Republiek uitgeroepen als een onafhankelijke staat.Informatiedocument Democratische Arabische Republiek Sahara 2006, Stichting Zelfbeschikking West-Sahara
Sahrawi Arabische Democratische Republiek
In 1975 werd de Westelijke Sahara ingelijfd door Marokko, maar reeds in 1973 was het Frente Popular para la Liberación de Saguia el Hamra y Rio de Oro – kortweg Polisario – opgericht, dat een gewapende strijd voerde tegen de Spaanse kolonisator voor onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara. De beweging wilde een eigen staat creëren voor de oorspronkelijke bevolking van het gebied, veelal aangeduid als de Sahrawi. Bovendien maakte ook buurland Mauritanië aanspraak op de woestijnregio. Op 27 februari 1976 werd met steun van Algerije de Sahrawi Arabische Democratische Republiek (SADR) uitgeroepen als een onafhankelijke staat. Polisario werd lid van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAU), de latere Afrikaanse Unie. Reeds in mei 1977 hadden negen leden van de OAU Polisario erkend als de legitieme regering van Westelijke Sahara.
Strijd tussen Marokko en Polisario De daaropvolgende inlijving van de Westelijke Sahara door Marokko en Mauritanië deed een felle strijd met Polisario ontbranden. De strijd tegen de guerrillabeweging had echter grote negatieve economische en sociale gevolgen voor Mauritanië: het land stond aan de rand van een financiële instorting en er dreigde een burgeroorlog. Het land gaf in 1979 alle aanspraken op de Westelijke Sahara op.
Marokko nam vervolgens ook het zuidelijk deel van de regio over van Mauritanië en zette de strijd tegen Polisario voort. De beweging werd gesteund door Algerije, dat het expansionisme van Hassan II met argusogen bekeek. De guerrilla die Polisario eind jaren zeventig voerde bleek al gauw succesvol doordat de beweging militaire steun kreeg van Algerije en Libië. Ook waren de troepen gewend aan de extreme weersomstandigheden in het woestijngebied en kenden zij het gebied beter dan het Marokkaanse leger. Uiteindelijk slaagde de beweging erin een groot deel van de Westelijke Sahara te veroveren. Tevens riep Polisario in 1976 de Sahrawi Arabische Democratische Republiek uit, die als de politieke tak van de beweging ging fungeren en die echter tot op heden slechts uit een regering in ballingschap bestaat, verblijvend in Algerije.
thumb|Kaart met de verschillende stadia van de Marokkaanse barrière door de jaren heen Alhoewel de annexatie van de Westelijke Sahara volkenrechtelijk niet werd erkend en Polisario zowel militaire als politieke successen boekte, was Marokko niet van plan voor deze druk te zwichten. Koning Hassan II gaf opdracht een aarden verdedigingswal aan te leggen, die de Westelijke Sahara van noord naar zuid doorsnijdt. Het gebied ten westen van de wal – circa vijf zesde van het gebied – kwam onder Marokkaans gezag, het resterende deel staat onder de VN vredesmacht en is gedemilitariseerd. De verdedigingswal was aangelegd om de strijders buiten het door Marokko gecontroleerde deel van de woestijnregio te houden. In de officiële documenten van de VN wordt de verdedigingswal de Marokkaanse berm genoemd.