De Reuzen van Aalst, ook wel Aalsterse (stads)reuzen genoemd, zijn de reuzen van de stad Aalst (met inbegrip van de deelgemeenten) in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen.

De stadsreuzen openen, net na de Aalsterse Gilles, het jaarlijkse Aalst Carnaval, dat erkend is als Vlaams Immaterieel Erfgoed. In verschillende stoeten dansen ze mee: Iwein en Lauretta, Keizer Kamiel, Ons Paula, Floreken en Florisken. Ook het Ros Balatum, als parodie op het Ros Beiaard van Dendermonde, keert jaarlijks terug in de stoet. De reuzen zijn niet alleen in Aalst te zien, ze lopen ook mee in stoeten buiten de stad zoals in Bergen op Zoom (in 2017 en 2022), Parijs en Maastricht.

De meeste stadsreuzen worden sinds 1987 officieel beheerd door de carnavalsvereniging De Stopnoillekes. Thematische reuzen worden beheerd door de desbetreffende carnavalsgroep en de lokale dorpsreuzen door een lokale vereniging.

Geschiedenis Vijftiende tot negentiende eeuw De eerste vermelding van de reuzen gaat terug tot 1477 en is terug te vinden in de stadsrekening van Aalst. In een grote processie die in 1497 uitgaat vanuit de Sint-Martinuskerk zijn er naast religieuze taferelen, ook een Ros Beiaard, reuzen, een draak en hellewagen te bekijken. In hetzelfde jaar wordt de reus van de Sint-Jorisgilde, die meeging tijdens de jaarlijkse ommegang, vernieuwd op kosten van stad.

De ommegang/processie van 1528 gaat door met het Ros Beiaard, dat toen eigendom was van de Nering der Winkeliers (Sint-Nikolaasgilde). In 1536 wordt de deelname van de Reuzin vermeld in de processie, in 1538 gevolgd door een reus.

Op negen februari 1540 passeert Keizer Karel V passeert in Aalst gezien Aalst de oorlogsbelasting braaf had betaald. Hij werd samen met Alva, de prins van Oranje e.a. plechtig en luisterrijk ontvangen door het stadsbestuur o.l.v. Ghysbrecht de Bosch. De ontvangst bestond onder andere uit een mis in de Sint-Martinuskerk; een stoet met Ros Beiaard en reuzen, een beiaardspel, gevolgd door een eetmaal en overnachting van keizer en gevolg.

In 1582 vallen de Geuzen de stad binnen, waardoor de reuzen uit de processies verdwijnen. Tijdens de kermisdagen in die jaren mogen de reuzen echter wel nog van stal gehaald worden.

In 1889 gingen, tijdens de liberale carnavalsstoet, het Ros Beiaard en de drie reuzen Polydoor, Polydora en Polydoorken mee. De opdracht om het Ros Beiaard te maken, kwam van de muziekvereniging Oude Garde en werd gegeven aan Hippoliet Rogghé. Het Ros begeleidde de Oude Garde tot de jaren 1900.

Twintigste eeuw miniatuur|Reuzen Cans, Iwein en Lauretta (De Stopnoillekes uit Aalst) te Maaseik (2026) De Aalsterse stadsreuzen doen hun intrede in de carnavalstoet van 1927. In opdracht van het Feestcomité maakte de kunstenaar Gustaaf Van Der Meersch een reuzenpaar, naar ontwerp van Jan Van Mulders. In 1932 openen twee nieuwe reuzen, Majoor Cans en de Kat, de stoet.

Op 1 oktober 1950 trouwt het reuzenpaar en krijgen ze de namen Iwein (van Aalst) en Lauretta (van Dirk van den Elzas). Maar liefst 60 Oost-Vlaamse reuzen waren aanwezig om feest te vieren naar aanleiding van Ommegang van Oost-Vlaamse Reuzen op de Vierde Provinciale Cultuurdag. Het Ros Balatum loopt voor het eerst mee in de stoet van 1951.

In 1955 vroeg de begeleidingsgroep van het Ros Balatum aan Marc De Bruyn om een nieuwe kop te maken voor hun Ros. Marc stond niet meteen achter het idee, maar liet zich uiteindelijk toch overtuigen. Eind de jaren 1960 was de kop van het Ros Balatum beschadigd geraakt, waardoor Marc een nieuwe kop in polyester voor het Ros creëerde. In 1956 kocht toenmalig voorzitter Edmond Steleman een reuzenpaar aan: Reus Philippus en Reuzin (cantinière) Madelon. De reuzen liepen tot 1976 mee in de stoet, waarna ze verloren raakten.

Voor carnaval 1957 mocht De Bruyn van de stad Aalst een nieuw reuzenpaar ontwerpen en uitwerken. Hij creëerde een moderne versie van de oude stadsreuzen en creëerde ook een nieuw Kindeke Baba. De reuzen van De Bruyn werden Polydoor en Polydora genoemd, zoals de oude reuzen van Rogghé. De stadsreuzen van De Bruyn werden door de stad niet goed bewaard, waardoor ze eind de jaren 1970 verloren gingen. In 1978, ter gelegenheid van de 50ste jubileumstoet (en het koningsbezoek van Boudewijn en Fabiola), werden de oude reuzen (1927-versie) teruggevonden en gerestaureerd door “De Prinsencaemere”. Tijdens deze restauratie werden ze aangepast: voortaan op wieltjes zodat ze makkelijker konden gedragen worden.

Bij de carnavalstoet in 1978 werd van gerenommeerd carnavalist en voorzitter van de Aalsterse Gilles Gustaaf De Stobbeleir een reus meegedragen.

In 1985 stichtten Paul Backaert, leerling van De Bruyn, en Maurice Coppens hun carnavalsgroep, De Stopnoillekes. De groep zorgde ervoor dat de -toen verwaarloosde- stadsreuzen Iwein en Lauretta gered en opgeknapt konden worden. Backaert was een bekend beeldhouwer in de streek en maakte reeds enkele carnavalskoppen.

In 1988 maakten de Stopnoillekes een nieuwe reus, genaamd Ons Paula, een eerbetoon aan de Voil Jeanet. In 1989, mochten de Lotjonslos van de stad een kopie van de oorspronkelijk historische reus Majoor Cans bouwen. Deze versie van Cans hield het maar een jaar vol. In 1992 zagen de twee reuzenkinderen Floreken en Florisken het levenslicht.

21ste eeuw In 2000 bouwde De Stopnoillekes, samen met De Tettemoesjen, de unieke, fietsende reus Kamiel als eerbetoon aan en naar aanleiding van het dertigjarig keizerschap van de carnavalskeizer Kamiel Sergant. De vraag om de reus te bouwen kwam in september 1999 van de stad.

Toen het Kommetee tot Behaad van den Aftelkalender (KBA) in 2023 een aftelkalender naar Aalst Carnaval maakte rond de Aalsterse reuzenfamilie, beslisten ze om de zorgwekkende toestand van de reuzen onder de aandacht te brengen. In een reuzenmanifest, dat ondertekend werd door 60 prominente carnavalisten, maakten ze zich openlijk zorgen over de staat van de Aalsterse stadsreuzen, maar droomden ze ook luidop over de terugkeer van enkele historische reuzen.

Reus Majoor Cans werd in februari 2025 opnieuw officieel opgenomen in de Aalsterse reuzenfamilie en opent de stoet. Het jaar voordien keerde hij al terug dankzij het KBA en De Saazers. In 2025 schonk het KBA de reus aan de stad Aalst, waarmee hij opnieuw een stadsreus werd.

Reuzen Een overzicht van de bestaande en verdwenen Aalsterse stadsreuzen, dat zich beperkt tot de reuzen die hebben meegelopen in ommegangen en stoeten van klein-Aalst. Gevolgd door een beperkt overzicht van de sporadisch reuzenfiguren binnen de thema’s van verschillende carnavalsgroepen. Tot slot hebben enkele deelgemeenten van groot-Aalst hun eigen dorpsreuzen. Zo bezitten Baardegem, Gijzegem, Herdersem en Hofstade elk reuzen die te zien zijn tijdens lokale stoeten en kermissen. Deze laatste twee categorieën zijn geen officieel erkende stadsreuzen.

Bestaande stadsreuzen

Het Ros Balatum (1953) is de Aalsterse parodie op het Ros Beiaard van Dendermonde. Het Aalsterse paard is kleiner dan het Dendermondse dat gedragen wordt, terwijl het Aalsterse ros op wieltjes door de straten gaat, aangedreven door een benzinemotor.

De reus Iwein (1985) is een mannelijke reus met een grijze bloes, een rok met afwisselend zwarte en gebloemde repen stof en een zwart kapje. Hij is gebaseerd op Iwein van Aalst, bijgenaamd de Kale, een belangrijke Vlaamse ridder en heer van Aalst. Door zijn toedoen verkregen de poorters van Aalst in 1174 hun eerste vrijheden. De reuzin Lauretta (1985) verwijst naar Lauretta van de Elzas, de vrouw van Iwein. Nadat hij vermoord werd, is zij nog drie keer hertrouwd. Ze scheidde van Hendrik I om non te worden. Zij overleed in 1175. Ons Paula (1988) is de stadsreus die symbool staat voor de Aalsterse Voil Jeanet. Ze werd ontworpen om deze carnavaleske traditie nieuw leven in te blazen en loopt sindsdien trots mee in de stoet, samen met de andere stadsreuzen. Met haar speelse houding, vogelkooi met haring en levendige uitstraling is ze uitgegroeid tot een icoon. miniatuur|Reus Floreken en Kamiel tijdens Aalst Carnaval 2024 Ons Paula krijgt in 1992 twee reuzenkindjes Floreken en Florisken. Zij werden vlak voor carnaval feestelijk gedoopt op de Grote Markt. Ze kregen in 2025 een nieuwe outfit. Reus Kamiel, als eerbetoon aan Keizer Kamiel, fietst sinds 2000 mee. De reus opent sindsdien elk jaar het carnavalsweekend. De creatie kwam tot stand onder leiding van beeldhouwer Paul Backaert. De indrukwekkende reus is zes meter hoog, vier en een halve meter breed en weegt tussen de 1.500 en 1.800 kilogram. Tijdens zijn eerste deelname aan de stoet werd hij begeleid door dertig figuranten. In 2025 maakte de goedlachse Majoor Cans zijn herintrede. Majoor Cans verwijst naar Petrus Jacobus Cans, hoofd van de Aalsterse Burgerwacht die in 1830 een actieve rol speelde in de Belgische Revolutie. Tussen 1932 en 1967 liep Cans mee als reus in de stoet. Carnavalsgroep De Saazers bouwde de reus in 2024 opnieuw, als hun stoetthema. De Stopnoillekes adopteerden de reus en voegen hem toe aan de Aalsterse reuzenfamilie.

Verdwenen stadsreuzen

Polydoor, Polydora en Polydoorken (1889) zijn drie iconische reuzen uit de Aalsterse stoetgeschiedenis, vaak in één adem genoemd met het Ros Beiaard. Hun oorsprong ligt in het einde van de negentiende eeuw, toen ze werden gecreëerd als speelse knipoog naar de Dendermondse trots rond Polydoor De Keyser. De Kat was een bekende Aalsterse wijkreus, ontstaan uit de tradities van de Kattekermis in de wijk rond de Ridderstraat, Keyzerstraat en het Vredeplein. Tussen 1932 en 1977 liep de reus met tussenpozen (1932-1950 (eerste versie), 1950-1957 (tweede versie) en 1957-1977 (derde versie)) mee in de carnavalsstoet, waarbij ze verschillende gedaantewisselingen kende. In het jaar 1965 ging een reus die Vosse Kilo, de bijnaam van Frans Breckpot (1893-1973), voorstelt mee met de carnavalsgroep De Lachers. In 1967 werd er een tweede versie van de reus gemaakt, naar aanleiding van een televisiereportage over Breckpot. Deze versie werd een officiële stadsreus. Momenteel bestaat enkel nog het hoofd van de reus. De reus Hopduvel werd eind jaren 1960 gemaakt door het Wijkcomité Hof Somergem en ging enkele jaren mee in de carnavalsstoet, de hopfeesten van de wijk en de Wieze-oktoberstoet. Reus Gustaaf werd in 1978 door de Aalsterse Gilles gemaakt als hulde aan hun toenmalige voorzitter Gustaaf De Stobbeleir, een sleutelfiguur in het Aalsterse carnaval en medeorganisator van de allereerste stoet in 1923. De imposante reus vergezelde de Gilles meer dan drie decennia lang in de carnavalsstoet en verscheen ook bij andere gelegenheden als promotiefiguur. Momenteel bestaat enkel nog het hoofd van de reus.

Thematische reuzen De eerste themareuzen doken op in 1978. Het waren het Reuzenhert van De Zwanzers en het Ros van de groep Aaft Ons Vast dat de verbroedering tussen het Ros Beiaard en het Ros Balatum in de stoet verbeeldde. Ook 2019 was een succesvol jaar met o.a. de reuzen van Beschomt met het thema Kere Weerom, 'Safier' es vedrom. Zij brachten een eigen versie van de reuzen Iwein, Lauretta, Vosse Kilo, Staaf, Ons Paula en het Ros Balatum. De Poipleplekkers maakten in 2019 voor het thema Noeit t'aad ver carnaval een reus van Ajuinboer Julien De Cock, Nicole De Cuyper van de Aalsterse Gilles en cantinière Nicole Schellinck. De groep Lekken en Plekken brachten dat jaar een heruitgave van de reuzen Majoor Cans en Vosse Kilo met het thema Weir zén gegroeid. In 2024 waren twee thema's gewijd aan reuzen, met name voor het thema Draeckenier, drauken door! maakte Krejeis de meterslange Draak van Krejeis. en voor het thema Zjaloezie maakte Es E Liejlek Bistjen maakte de groep Eirg een negen meter hoge draak, genaamd Draak van Eirg.

Dorpsreuzen groot-Aalst