Het Canonical Text Services (CTS)-protocol is een webgebaseerd protocol dat de Uniform Resource Name (URN) gebruikt om naar specifieke passages of tekstdelen in een bron te verwijzen. En het is een protocol voor “requests and responses” tussen client en server. Bovendien wordt de CTS response in de HTTP response verwerkt. Verder was het protocol een onderdeel van het Homer Multitext project.

Canonical De term Canonical in het CTS-protocol betekent een gestandaardiseerde manier om tekstpassages te verkrijgen die zich in een tekst bevinden. Het wordt in de CTS-response gebruikt om te verwijzen naar een bepaald deel in een tekstpassage. Deze standaard helpt om consistentie te creëren in de manier van het verwijzen naar tekstpassages en verwarring tussen honderden verschillende responses te voorkomen.

Sessie De client begint met de communicatie in het CTS-protocol, daarom zal de client de request sturen en de server de response. Dit gebeurt allemaal binnen het HTTP-protocol met een GET of POST request of response, want het CTS-protocol is een extensie van het HTTP-protocol dat wordt gebruikt bij het tonen van websites. De eerste request van de client in de notatie van het CTS-protocol is 'GetPassage'. Het vraagt om een specifieke passage in relatie tot de URN op te vragen. De parameters die aan een HTTP request worden meegegeven die de URL boven een webpagina weergeeft zal er dan als volgt uit zien: 'http://myhost/mycts?configuration=default\&request=GetPassage'. Hier achteraan stuurt de client de tweede request naar de server 'GetValidReff'. Hier vraagt de client om alle mogelijke referenties die in een bepaalde passage kunnen worden gedaan. De HTTSP request die de URL boven een webpagina weergeeft zal er dan als volgt uit zien: 'http://myhost/mycts?configuration=default\&request=GetValidReff'. En daarna de laatste request 'GetCapabilities'. Hier vraagt de client om alle mogelijke notaties in CTS van de server. De HTTP request die de URL boven een webpagina weergeeft zal er dan als volgt uit zien: 'http://myhost/mycts?configuration=default\&request=GetCapabilities'. De server zal dan vervolgens antwoorden met een volledige CTS-response in de HTTP GET of POST response dat zo is genoteerd binnen het HTTP-protocol: 'urn:cts:name_space:work_identifier:passage_identifier'. Deze output heet ook wordt ook wel eens het CTS-record genoemd. In de paragraaf voorbeeld zal dit verder toegelicht worden. Maar dit zijn de vier stappen in de sessie drie requests vanaf de client en een volledige CTS-response van de server.

Voorbeeld CTS-notatie De structuur van een CTS-notatie in URN is: 'urn:cts:name_space:work_identifier:passage_identifier'. En de 'work_identifier' heeft de volgende structuur: 'text_group.work.version.exemplar'.

Als bijvoorbeeld het boek van Shakespeare als uitgangspunt wordt genomen om een bepaald woord uit een sonnet te citeren zal het als volgt worden genoteerd met het CTS-protocol: 'urn:cts:demo:shakespeare.sonnets.en.1:1.1'.

Dit vertelt dat het standaard URN wordt gebruikt voor het protocol CTS, de citering heet als name_space demo en de work_identifier is het werk van Shakespeare en dan het Engelstalige sonnet 1. Vervolgens is dan de eerste versie van het sonnet de passage_identifier.

Homer Multitext project Een voorbeeld van software waarin het CTS-protocol wordt toegepast is het Homer multitext project. De basis van dit project was dat het werk van Ilias en de Odyssee werd verzameld. Het houdt zich bezig met het onderzoeken van de orale compositie van de Homerische werken. En het geeft gratis toegang tot een bibliotheek met allemaal Homerische werken. Het CTS-protocol maakte deel uit van het project en hielp om specifieke verwijzingen naar tekstpassages concreter te maken.

Externe link

Specificatie

Categorie:Internet Categorie:World wide web Categorie:Computerstandaard