Een ablutievat (van het Latijn ablutio = afwassing) behoort tot de altaarbenodigdheden in een katholieke kerk en is een liturgisch gebruiksvoorwerp voor de ablutie (vingerwassing) na de communie.
thumb|left|upright|Tekening van een ablutievat
Wanneer de priester of diaken, de hostie heeft aangeraakt, kleven er wellicht nog deeltjes (partikels) aan de vingers. Het ablutievat, gevuld met water, wordt dan gebruikt om de vingertoppen te reinigen. Deze vingerwassing geschiedt normaliter boven een kelk, waarna de inhoud daarvan, indien mogelijk, dient opgedronken te worden. In de Tridentijnse mis giet de misdienaar daarbij wijn en water over de vingers van de celebrant. Water uit een apart ablutievat wordt gewoonlijk in het sacrarium uitgegoten. In de Mis van Paulus VI gebeurt dit in de misorde via de purificatie van kelk en pateen; een apart ablutievat is daarvoor niet voorgeschreven. In de tridentijnse liturgie wordt het gebruikt bij het uitreiken van de Communie buiten de Mis en bij het vieren van meerdere Missen achter elkaar, wat alleen voorkomt op Allerzielen en Kerstmis.
Een logische plek voor het ablutievat is op het hoogaltaar, maar staat ook vaak wel terzijde het altaar op een laag tafeltje. Het ablutievat heeft steeds een deksel en is vaak van glas.
Categorie:Liturgisch voorwerp in de katholieke kerk Categorie:Tridentijnse ritus