thumb|200px|Voorbeeld van het woord shodō in een lichte gyōsho-stijl. Japanse kalligrafie (Japans: 書道 , Hepburn: shodō; Nederlands: De weg van het schrijven) is een vorm van kalligrafie voor het Japans. Het Japanse schrift is ontstaan uit het man'yōgana (万葉仮名), het gebruik van het Chinese schrift om Japanse woorden fonetisch te schrijven. Met de komst van de Japanse syllabische schriften hiragana en katakana ontstonden eigen Japanse kalligrafiestijlen. Vincent's Calligraphy - Shodo (書道) and Chinese Calligraphy (書法) vincentpoon.com; geraadpleegd: 17-12-2025

Etymologie Het woord 書道 (しょどう; shodō), bestaande uit 3 morae: [sho-do.o; しょどう] is de rōmaji-transcriptie van de kanji: 書 + 道 [しょ + どう]. Het is een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden. Het eerste karakter 書 [sho] "schrift" is in de on-lezing. Het karakter is een kango-lexeem. Jisho - 書 jisho.org; geraadpleegd: 17-12-2025 Het tweede karakter is 道 [dō] "weg", "pad" of "leer" is eveneens in de on-lezing. Het karakter is eveneens een kango-lexeem. Jisho - 道 jisho.org; geraadpleegd: 17-12-2025 Gezamenlijk vormen 書 + 道 een kango-samenstelling. De letterlijke betekenis is: "weg van het schrift" maar wordt in het Nederlands doorgaans vertaald als "De weg van het schrijven".

Stijlen thumb|130px|Kalligrafie van de monnik en kalligraaf Musō Soseki. De karakters: 別無工夫 [betsu mu kufū] ("Geen spirituele betekenis") zijn geschreven in een vloeiende en aaneengesloten sōsho-stijl. Shodō is voortgekomen uit de Chinese kalligrafie, tijdens de middeleeuwse Tangdynastie. Veel van de principes en technieken zijn sterk vergelijkbaar. Vincent's Calligraphy - Introduction: What is Chinese Calligraphy? vincentpoon.com; geraadpleegd: 17-12-2025

Zegelschrift (篆書 Tenshō) (pinyin: zhuànshū) - Tenshō ontstond in de Zhou- en Qin-dynastieën in China en werd vooral gebruikt voor zegels, titels en inscripties vanwege zijn heldere, krachtige stijl. In het jaar 57 gaf de Chinese keizer Hàn Guāngwǔdì (漢光武帝) een gouden zegel aan een koning van een kleine regio nabij wat tegenwoordig bekend is als Fukuoka prefectuur. Ook al was dit zegel niet gemaakt in Japan, er wordt alom aangenomen dat het de eerste voorbeeld is van tenshō in Japan. De eerste keer dat tenshō is gebruikt in Japan was in de Naraperiode (646-794), het betreft een kamerscherm, bekend als het Tenshō Vogelveervouwscherm (Torige tenshō byōbu), bestaande uit zes panelen dat is gedecoreerd met tenshō en kaisho. Elk paneel is verdeeld in twee kolommen en elke kolom bestaat uit acht karakters. De tekst herinnert de eigenaar, een heerser, om te luisteren naar de raad van wijze ministers om rechtvaardig te heersen. 5 Scripts of Japanese Calligraphy calligraphytokyo.com door Kyoko Imai 23-11-2024; geraadpleegd: 17-12-2025

Klerkenschrift (隷書, Reisho) (pinyin: lìshū) - Reisho is het klerkenschrift dat krachtig en bevelend oogt; dit komt doordat de strepen met nadruk worden gezet. De stijl was in China standaard gedurende de Han-dynastie (206 v.Chr. - 220 na Chr.). Dit was ook zo het geval in Japan tot aan de Edoperiode (1603–1868) toen het werd beschouwd als een vorm van kalligrafie. Vanwege de krachtige stijl wordt reisho nu eigenlijk alleen nog maar gebruikt voor op plakkaten, reclameborden, titels, etc.

Standaardschrift (楷書, Kaisho) (pinyin: kǎishū) - Kaisho is het duidelijke, gestandaardiseerde blokschrift, vergelijkbaar met Romeinse kapitalen. Kaisho is gebaseerd op Chinees kaisho (vooral Sui- en Tang-dynastie), maar ontwikkelde tijdens de Heianperiode een unieke Japanse variant, voortkomende vanuit een beweging die streed voor culturele onafhankelijkheid. Kaisho werd primair gebruikt voor het kopiëren van de Lotussoetra.

Half-cursief (行書, Gyōsho) (pinyin: xíngshū) - Gyōsho is een iets cursievere, zachtere en afgeronde versie van kaisho. Het is onderverdeeld in drie subcategorieën, te weten: 1. seigyō (整行) (minst cursief); 2. gyō (行) (middenvorm); 3. gyōsō (行草) (meest cursief binnen gyōsho). Gyōsho is zeer populair in Japan vanaf de Heianperiode, vooral de eigen Japanse variant, omdat het goed paste bij zowel kanji als hiragana en natuurlijk aanvoelde. Het vormde de basis voor veel kalligrafiescholen. Gyōsho wordt gekenmerkt door geplande penbewegingen waarbij de individuele strepen soms zijn verbonden.

Cursief (草書, Sōsho) (pinyin: cǎoshū) - Sōsho is een snelle, vloeiende cursieve stijl die ontstond in de Han-dynastie als schrift voor notitie. Deze techniek is gemakkelijk te herkennen aan de vele strepen die eindigen met een vloeiende beweging naar rechtsboven, in de vorm van een brekende golf. Sōsho is in Japan geïntroduceerd door Kūkai in de vroege Heianperiode, die sosho-teksten uit China meebracht. Sōsho wordt gekenmerkt door één dominante penbeweging die alleen wordt onderbroken wanneer dat onvermijdelijk is.

Voorbeelden

Materiaal Voor het creëren van Japanse kalligrafie zijn een aantal materialen nodig."Chinese karakters kalligraferen" door: Jean Long; jaar: 1987; Uitgeverij: Uitgeverij Kosmos; NUGI:931; ; Hfd: 7, blz 78-104 De belangrijkste zijn de Vier schatten van de studeerkamer, dit zijn:

Een penseel [] Een inktstaaf [] Een washipapier [] Een inktsteen []

Eventuele aanvullende materialen zijn: Een waterdruppelaar [] Een presse-papier [] Een onderlegger [] Een stempel []

Geschiedenis Chinese oorsprong thumb|200px|Inscriptie op de aureool van het beeld van de Bhaisajyaguru in de Hōryū-ji-tempel. De Chinese oorsprong van de Japanse kalligrafie gaat terug tot de 13e eeuw voor het begin van de jaartelling, in de late Shang-dynastie. In die periode werden pictografische voorlopers van de latere Chinese karakters gebruikt voor religieuze doeleinden in botten gegraveerd. Mettertijd ontwikkelde het schrift zich tot een instrument van de staatsadministratie en hierdoor ontstond de behoefte aan een uniform schrift. Li Si, de eerste minister van Qin ten tijde van de Qin-dynastie, standaardiseerde daarop zowel het schrift als de wijze waarop het moest worden geschreven. Hij stelde een schriftvorm vast die was gebaseerd op vierkanten van gelijke grootte, waarin alle karakters met acht basisstrepen konden worden geschreven. Daarnaast formuleerde hij de streepvolgorde. Omdat de tekens met scherpe instrumenten werden ingekerfd, waren de lijnen aanvankelijk hoekig. Later, door de introductie van penseel en inkt konden strepen met meer variatie worden gezet dan met een mes. Karakters behielden de vierkante vorm en ook de constructie van elk karakter was gebaseerd op de acht basisstrepen, maar de schrijver was nu in staat om karakters te creëren die esthetisch aantrekkelijker waren, waardoor de schrijver een specifieke stijl kon communiceren. De kalligrafie in de Chinese traditie werd omstreeks het jaar 600, aan het einde van de 6e eeuw, in Japan geïntroduceerd. De oudste bewaarde kalligrafische tekst in Japan is de inscriptie op de aureool van het beeld van de Bhaisajyaguru in de Hōryū-ji-tempel."The Art of Japanese Calligraphy" door: Yujiro Nakata; jaar: 1973; Uitgeverij: John Weatherhill, Inc.

Voor de Naraperiode thumb|left|Gakkiron, geschreven door Keizerin Kōmyō in 744. Zij kopieerde deze tekst van de Chinese kalligraaf Wáng Xīzhī, de tekst wordt beschouwd als een van de belangrijkste kopieën van Wáng Xīzhī's kalligrafie. De Hōryū-ji-tempel herbergt ook commentaren op de Lotussoetra: de Geannoteerde commentaren op de drie soetra's (法華義疏 [Hokke gisho]) is geschreven in de vroege 7e eeuw en wordt beschouwd als de oudste Japanse tekst. Het is geschreven in een cursief schrift en toont dat kalligrafie tijdens de Asukaperiode al zeer verfijnd was. De oudste handgeschreven soetra in Japan is de Soetra van het Diamantveld uit de Darani (金剛場陀羅尼経 [kongō jōdaranikyō]), deze werd geschreven in de vroege 7e eeuw, gekopieerd door de priester Hōrin in het jaar 686 en toont invloeden van Ouyang Xun.

In de 7e eeuw vestigde de Tang-dynastie haar hegemonie in China. De tweede keizer van de Tang-dynastie, Tang Taizong, waardeerde de kalligrafische teksten van Wáng Xīzhī en die waardering beïnvloedde Japanse kalligrafen. Alle originele door Wáng Xīzhī geschreven teksten zijn verloren geraakt. Kopieën zoals Verhandeling over Gaku Ki (楽毅論 [gakkiron]), geschreven in 744 door Keizerin Kōmyō (701-760), de gemalin van keizer Shomu (701-756), worden beschouwd als belangrijke bronnen voor de stijl van Wáng Xīzhī. De invloed van Wáng Xīzhī op de Japanse stijl is groot geweest en de essentie van zijn stijl is in de moderne tijd nog steeds merkbaar.

Heianperiode Keizer Kammu (735-806) verplaatste de hoofdstad van Heijō-kyō in de prefectuur Nara naar Nagaoka-kyō in 784 en vervolgens naar Heian-kyō, het huidige Kyoto, in 794. Dit markeert het begin van de Heianperiode, die vaak wordt beschouwd als de "Gouden eeuw" van Japan. Ten tijde van het regime van keizer Saga (786-842) bestudeerden leden van de keizerlijke familie, de aristocratie en zelfs hofdames kalligrafie door Chinese poëtische teksten in een artistieke stijl te kopiëren. De invloed van Wáng Xīzhī bleef dominant en is duidelijk zichtbaar in kalligrafieën van Kūkai en Saichō.

Tegelijkertijd ontstond er een kalligrafische stijl die specifiek Japans was. Het schrijven werd breder verspreid en het kana-lettergrepenschrift werd ontwikkeld om kenmerken weer te geven die niet met de overgenomen Chinese karakters konden worden geschreven. Japanse kalligrafen bleven de basiskarakters, kanji (漢字) genoemd, inpassen in de vierkante structuur die eeuwen eerder was vastgelegd. Een tekst uit het jaar 749, genaamd: 韓藍花歌切 (Kara-ai no hana utagire), wordt beschouwd als de eerste tekst die een eigen Japanse kalligrafische stijl vertoont. De titel kan worden vertaald als: Het liedfragment "Kara-ai no hana". De incipit-titel 'Kara-ai no hana' kan bij benadering worden vertaald als: "Exotische paarskleurige bloem". Het fragment bevat een tanka-gedicht, geschreven in man’yōgana, een oud Japans systeem waarbij Chinese karakters fonetisch werden gebruikt om het Japans weer te geven, en wijkt daarmee af van de toenmalige Chinese kalligrafie.

Drie vooraanstaande kalligrafen: Ono no Michikaze (小野 道風) (894-966), Fujiwara no Sukemasa (藤原 佐理) (944-998), en Fujiwara no Yukinari (藤原 行成) (972-1028), collectief bekend als de Sanseki (三跡) "Drie Penseelsporen", gelden als de grondleggers van de authentieke Japanse wayō-stijl, soms ook wel wayō-shodō (和様書道) genoemd. Ono no Michikaze fungeerde als archetype voor de Shōren-in-stijl, vernoemd naar de Boeddhistische tempel in Kyoto, deze zou later uitgroeien tot de Oie-stijl. Deze Oie-stijl, vergelijkbaar met het klerkenschrift Reisho (隷書), werd in de Edoperiode gebruikt voor officiële documenten en was de overheersende stijl die werd onderwezen in de terakoya (寺子屋), de toenmalige privéscholen.

Kamakura- en Muromachiperiode De bestijging van Minamoto no Yoritomo tot de titel van shōgun, na de Hōgen- en Heiji-opstanden, en de overwinning van de Minamoto-clan op de Taira-clan, markeerde het begin van de Kamakuraperiode (1185-1333). De periode wordt soms het Tijdperk van de krijgers genoemd. De periode wordt gekenmerkt door een overgang van hofinvloed naar een leidende rol van de militaire macht. Tegelijkertijd bleven uitwisselingen met China, tijdens de Song-dynastie plaatsvinden, en het Boeddhisme floreerde. Zenmonniken zoals Shunjō (俊芿) (1166-1227) studeerden in China, en de kopieën die hij mee terugbracht, worden beschouwd als zeer invloedrijk voor de Chinese stijl (唐様 [Karayō]) van die tijd, met een duidelijke kaisho-stijl.