Bartel Hoogenboom (Renesse, 29 september 1842 – Leiden, 21 september 1924), was een Nederlands waterbouwkundig ingenieur. Hij is op 19 mei 1871 te Smilde getrouwd met Johanna Martina van der Veen, afkomstig uit Smilde.
In 1863 slaagde hij voor het examen civiel ingenieur aan de Koninklijke Akademie te Delft. Daarna doorliep hij alle rangen bij de waterstaat t/m die van Inspecteur-Generaal. Hij werkte aan de aanleg en verbetering van vaarwegen zoals de Zuid-Willemsvaart, de haven van Hoorn en de toegang tot Enkhuizen. Hij vertegenwoordigde Nederland op het Algemeen Ingenieurscongres te Glasgow in 1901 en het Internationaal Wegencongres te Brussel in 1910. Met name van het wegencongres heeft hij een uitgebreid verslag gemaakt.
Hij was arrondissements-ingenieur o.a. bij de Zuid-Willemsvaart en bij de havenwerken voor Hoorn. In 1904 heeft hij nog een review geschreven over het op dat moment vigerende plan voor het Wilhelminakanaal.
Hij ging in 1907 met pensioen. Ook na zijn pensionering trad hij nog regelmatig op als adviseur van Rijkswaterstaat. Zo was hij in 1914 samen met Prof.ir. Kraus en prof.ir. Behrends lid van de Commissie van Advies inzake de wijze van verdediging en versterking van Delfland's zeewering.
Hij is begraven op kerkhof "Rhijnhof" bij het Haagsche Schouw.
Publicaties van ir. Hoogenboom
Categorie:Nederlands waterbouwkundige