De Kathedraal van Saint-Louis de Blois is een rooms-katholieke kathedraal gelegen in Blois, in het Franse departement Loir-et-Cher, in de regio Centre-Val de Loire. De Cathédrale de Saint-Louis de Blois is de zetelkerk van het bisdom Blois.
Sinds een kapel van Saint-Pierre waarvan het bestaan in de zesde eeuw door geschreven bronnen werd onderbouwd, is de huidige kathedraal, na vier herbouwcampagnes, de vijfde kerk die op deze locatie in de historische stadswijk Haut-Bourg heeft bestaan. De voormalige kerk van Saint-Solenne (sinds ca. 980) is sinds de oprichtingsbul van paus Innocentius XII in 1697 de zetel van het bisdom Blois en de kathedraal van de stad, maar was op het moment van die creatie nog in volle reconstructie (1680-1702) na de verwoesting door een storm in de nacht van 6 op 7 juni 1678. Tot 1697 was de regio Blois altijd deel geweest van het bisdom Chartres. De Saint-Solennekathedraal werd officieel ingewijd door de tweede bisschop van Blois, Monseigneur François Lefebvre de Caumartin op 9 juli 1730 en kreeg toen ter ere van de toenmalige koning van Frankrijk en diens voorgangers Saint-Louis als patroonheilige. Tijdens de Franse Revolutie werd de abdij omgebouwd tot een ziekenhuis, het "Hôtel Dieu", waardoor zij van de verwoesting werd gered.
Sinds 9 augustus 1906 is de kathedraal als monument historique geklasseerd. In 2000 werd de kathedraal en andere historische bouwwerken in Blois en het departement als onderdeel van het Loiredal tussen Sully-sur-Loire en Chalonnes-sur-Loire tijdens de 24e sessie van het UNESCO Werelderfgoedcomité uitgeroepen tot werelderfgoed.
Geschiedenis Op de vlucht voor de Noormannen zochten benedictijner monniken van het klooster van Corbion in de Moutiers-au-Perche in 924 hun toevlucht in Blois. Zij kregen het volledige eigendom over de hele wijk Foix. Daar bouwden zij een klooster, waarvan de meeste gebouwen inmiddels zijn verdwenen.
In de 12e eeuw legde de graaf van Blois, Theobald IV, in 1138 de fundamenten van de kerk. De abdijkerk zou later de kerk van Sint-Laudomarus worden, genoemd naar de stichter van het eerste klooster. Tijdens de middeleeuwen was de kerk een belangrijke pelgrimsplaats vanwege de relieken die er werden bewaard: die van Sint-Leobinus, Sint-Laudomarus en Maria van Egypte, evenals een fragment van het kruis. De pelgrimstocht naar Sint-Marculphus begon tijdens de Franse Revolutie en vindt nog steeds ieder jaar op 1 mei plaats.
Het eerste gedeelte van de kerk, het koor en het transept van Sint-Laudomarus (later gewijd aan Sint-Nicolaas), werd gebouwd tussen 1138 en 1186. De eerste vier traveeën van het schip, evenals de westgevel, zijn uitgevoerd in de zogenoemde Chartres-gotische stijl en dateren uit de jaren 1220 en 1230. De rest van de kerk werd aan het begin van de daaropvolgende eeuw voltooid. De zijbeuken zijn rechtstreeks geïnspireerd op de kathedraal van Chartres.
Tijdens de Godsdienstoorlogen werd de kerk beschadigd door de protestanten. De plundering van Blois door de hugenoten vond plaats in 1568, en ook de abdij werd verwoest. In de 17e en 18e eeuw werd de kerk opnieuw opgebouwd.
Interieur In het midden van de kerk bevindt zich het koor. Hier staan het altaar, waar de priester de mis opdraagt, en de ambo, vanwaar de Schrift wordt voorgelezen. Achter het altaar bevindt zich de kooromgang. Wanneer je omhoogkijkt, kun je het oude ribgewelf bewonderen, evenals de kapitelen die zijn versierd met acanthusbladeren en scènes van gevechten. Hogerop, in het koor en het transept, zie je medaillons met groteske of monsterlijke figuren. Op het niveau van het triforium loopt een galerij met bogen langs de muren van het schip. De kooromgang herinnert ons eraan dat we ons in een pelgrimskerk bevinden.
In de axiale kapel, aan de achterkant van de kerk, bevindt zich een beeldhouwwerk van de uit Blois afkomstige beeldhouwer Gaspard Imbert: de Tenhemelopneming van de Maagd Maria. In het noordelijke transept staat een gebeeldhouwd stenen altaarstuk met scènes uit het leven van de heilige Maria van Egypte, een onlangs gerestaureerde Aanbidding der Wijzen en een beeld van de heilige Nicolaas. Dit beeld is afkomstig uit de aan deze heilige gewijde kerk van de schippers, die tijdens de Franse Revolutie werd verwoest. De gelovigen zijn de voormalige abdij van Sint-Laudomarus altijd blijven gebruiken; dit is tegenwoordig de kerk van Sint-Nicolaas.
Buiten de kerk valt de westgevel op, die in wezen bestaat uit een hoge, stevige muur. Aan de onderzijde liepen de drie portalen, net als de rest van de kerk, schade op tijdens de Honderdjarige Oorlog, de Godsdienstoorlogen en de Franse Revolutie. Het centrale portaal heeft zijn drie archivolten behouden. Deze zijn versierd met engelen, apostelen en belijders (heiligen die hun geloof hebben beleden en verkondigd). De gebeeldhouwde houten deuren dateren uit 1643. De torens worden bekroond door spitsen die dateren uit de 19e eeuw. Als je langs de noordelijke toren loopt, zie je schietsleuven. De kerk diende tijdens de Honderdjarige Oorlog namelijk ook als verdedigingswerk.
In de kooromgang en de straalkapellen zorgen moderne glas-in-loodramen voor een bijzondere sfeer, met geel of blauw licht dat uitnodigt tot bezinning. Het glas-in-loodraam in de apsis, gemaakt door Max Ingrand, stelt Christus in Majesteit voor, omringd door de vier evangelisten: Marcus, Lucas, Matteüs en Johannes. Aan de rechterkant bevindt zich het zuidelijke transept met glas-in-loodramen van eveneens Max Ingrand. De doorgang onder het triforium is versierd met typische romaanse beeldhouwwerken. De glas-in-loodramen in de kapel van Saint-Laumer zijn afkomstig uit het atelier van Pierre Gaudin.
Categorie:Rooms-katholieke kathedraal in Frankrijk Categorie:Basiliek in Frankrijk Categorie:Bouwwerk in Loir-et-Cher Categorie:16e-eeuwse architectuur Categorie:Historisch monument in Centre-Val de Loire Categorie:Monument historique Categorie:Werelderfgoed in Frankrijk