Gioconda Belli Pereira (Managua, 9 december 1948) is een Nicaraguaanse dichteres, romanschrijfster, essayiste en politiek activiste. Ze is internationaal een van de bekendste Latijns-Amerikaanse auteurs. Terugkerende thema's in haar werk zijn vrouwelijkheid, liefde, politiek en de strijd voor sociale rechtvaardigheid. Ze was betrokken bij de revolutie in Nicaragua en bekleedde na de overwinning op dictator Anastasio Somoza Debayle verschillende belangrijke posities binnen de Sandinistische partij.

Levensloop Belli werd op 9 december 1948 in de Nicaraguaanse hoofdstad Managua geboren als tweede kind van Humberto Belli en Gloria Pereira. Ze groeide op in een welgesteld gezin met Noord-Italiaanse wortels. Haar vader was zakenman en haar moeder de oprichter en directeur van het Teatro Experimental (Experimenteel Theater) in Managua. Het echtpaar kreeg ik totaal twee zonen (Humberto en Eduardo) en drie dochters (Gioconda, Lucía en Lavinia).

Belli volgde middelbaar onderwijs aan het Colegio de La Asunción in Managua. Vanaf haar veertiende studeerde ze aan de meisjeskostschool Real Colegio de Santa Isabel in Madrid (Spanje), waar ze de opleiding in 1965 succesvol afrondde met een Bachelorgraad. Belli wilde geneeskunde studeren, maar dit werd ontmoedigd door haar ouders, omdat ze bang waren dat Belli na de jarenlange opleiding te oud zou zijn om nog een man te vinden. Belli koos daarop voor de opleiding Reclame en Journalistiek aan het Charles Marcus Price College in Philadelphia (Verenigde Staten). Na haar afstuderen keerde ze terug naar Managua, waar ze de eerste vrouwelijke accountmanager in de reclamewereld werd.

In 1966 trouwde Belli op 18-jarige leeftijd in de Nejapa Country Club van Managua met Mariano A. Downing. Het echtpaar kreeg twee dochters. De eerste dochter werd in 1969 geboren. Haar echtgenoot wilde dat Belli na de geboorte van hun eerste kind zou stoppen met werken. Maar ze keerde terug naar haar werk bij het reclamebureau, waar ze verliefd werd op een collega, die ze "De Dichter" noemde en met wie ze een affaire kreeg. Na negen jaar huwelijk scheidde Belli van Downing.

In 1975 ontvluchtte Belli Nicaragua in verband met haar politieke activiteiten voor het Frente Sandinista de Liberación Nacional (FSLN; Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront). Ze verbleef korte tijd in Mexico, maar vestigde zich vervolgens in Costa Rica, waar ze werd herenigd met haar twee dochters. Ze vond er werk bij een reclamebureau. Dankzij haar betrokkenheid bij het FSLN leerde Belli Eduardo Contreras kennen. Contreras opereerde binnen het FSLN onder de schuilnaam Marcos. Belli en Contreras hadden een relatie tot Contreras in november 1976 door de Nicaraguaanse Nationale Garde werd vermoord.

Na de dood van Contreras ontmoette Belli een Braziliaan, die ook onderdeel uitmaakte van het FSLN. Met hem kreeg ze een zoon. Het stel koos om principiële redenen voor een publiek ziekenhuis in plaats van een privékliniek waar hun vroeggeboren zoon bijna overleed door de onhygiënische omstandigheden.

Nog steeds actief voor het FSLN ontmoette Belli vervolgens de legendarische guerrillacommandant Modesto, wiens echte naam Henry Ruiz was. Ze kregen een relatie, die tot een aantal jaar na de overwinning van het FSLN duurde.

Nadat de Nicaraguaanse dictator Anastasio Somoza Debayle door het FLSN was verdreven, keerde Belli in 1979 terug naar Nicaragua. Begin jaren tachtig kwam ze daar in contact met de Amerikaanse journalist Charles Castaldi, die voor de National Public Radio (NPR) in Managua werkte. Omdat op dat moment Belli voor het FSLN werkte en de Verenigde Staten de gewapende tegenstanders van het FSLN steunden, werd hun relatie door beide partijen als een risico gezien. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken was bang dat Castaldi dankzij Belli Sandinistische propaganda zou verspreiden. En de Nicaraguaanse minister van Binnenlandse Zaken Tomás Borge vreesde dat Belli gevoelige informatie met Castaldi zou delen. Belli stemde in met het verzoek van Borge om de relatie te beëindigen, totdat zij besefte dat mannelijke Sandinisten vaak affaires hadden met Amerikaanse vrouwen zonder dat iemand daar kritiek op had. Daarop veranderde ze van gedachten en vroeg ze Castaldi uiteindelijk zelfs ten huwelijk. Het stel trouwde in 1987.

Toen in 1990 de FSLN de verkiezingen van Violeta Chamorro verloor, verhuisden Belli en Castaldi naar de Verenigde Staten. Ze woonden eerst in Washington D.C., maar vestigden zich na enige tijd in Santa Monica vlakbij Los Angeles. In 1993 kreeg het stel een dochter. Jarenlang woonde het echtpaar de helft van het jaar in de Verenigde Staten en de andere helft in Nicaragua.

Belli wilde haar laatste levensjaren in Managua doorbrengen. Maar in 2022 werd ze op 74-jarige leeftijd wederom gedwongen om het land te verlaten, nadat zij zich keer op keer kritisch had uitgesproken over de steeds gewelddadigere en autoritaire koers van de regering onder leiding van Daniel Ortega, die sinds 2007 weer namens het FSLN aan de macht was. In 2023 ontnam die regering Belli, samen met 300 andere landgenoten waaronder de schrijvers Freddy Quezada en Sergio Ramirez, het Nicaraguaans burgerschap. Ze werden tot verraders van het land bestempeld, gedwongen tot een leven in ballingschap en hun bezittingen en pensioenen werden hen afgenomen. Belli bezat op dat moment al het Italiaanse burgerschap en kreeg in verband met haar ballingschap ook het burgerschap van Chili en Spanje aangeboden. Tegenwoordig woont ze met Castaldi in Madrid.

Verzet en politiek Belli groeide op in de tijd dat de dictatoriale familie Somoza aan de macht was in Nicaragua. Haar conservatieve familie was tegen de liberale Somozas en familieleden namen deel aan complotten en demonstraties tegen de machthebbers. Belli zelf was gevoelig voor mensen, die het minder goed hadden dan zij zelf.

Ze was 22 jaar oud toen ze zich In 1970 aansloot bij de revolutionaire beweging (later politieke partij) Frente Sandinista de Liberación Nacional (FSLN), die tegen de dictatuur vocht. Als schuilnaam koos Belli Eva Salvatierra (Eva die de wereld redt), een combinatie van de oervrouw Eva en een bevrijdende revolutionair.

Vijf jaar lang vervoerde Belli als koerierster geheimagenten, wapens, geld, documenten en brieven. Ze gebruikte haar baan bij een reclamebureau als dekmantel om informatie te verzamelen over prominente burgers en bedrijven waar Somoza bij betrokken was. Ze hielp met het regelen van medicijnen, voorraden en veilige onderkomens voor de rebellen die zich in de bergen ophielden. Ook maakte ze deel uit van een groep artiesten, die poëzievoordrachten en bewustwordingsbijeenkomsten in volkswijken organiseerden.

Eind 1974 plande de FSLN een gijzelingsactie en de bezetting van een ambassade waarmee ze de vrijlating van gevangengenomen kameraden af wilden dwingen. Belli kreeg de opdracht om verschillende ambassades te bezoeken en te doen alsof ze culturele attachés wilde ontmoeten terwijl ze plattegronden van de locaties tekende. miniatuur|Gioconda Belli (1989) In 1975 ontvluchtte Belli Nicaragua, omdat de politie haar op de hielen zat. Ze bracht vier jaar in ballingschap door in Mexico en Costa Rica, terwijl ze bij verstek door het regime van Somoza werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens subversieve activiteiten. Tijdens haar ballingschap vormde Belli een belangrijke schakel tussen de Sandinisten in Nicaragua en intellectuelen in andere Latijns-Amerikaanse landen. Ze reisde door Europa en Latijns-Amerika als lid van de Politiek Diplomatieke Commissie van het FLSN om buitenlandse steun voor de beweging te krijgen. Haar woning in Costa Rica werd gebruikt als militair trainingscentrum en wapendepot.

In 1979 vloog Belli de dag na de val van dictator Somoza vanuit Costa Rica terug naar Managua met de eerste editie van de krant van de nieuwe regering in haar bagage. Aanvankelijk werkte ze op de media-afdeling van het Sandinistische partijkantoor en leidde ze als directeur de twee televisiestations van Nicaragua. In de daaropvolgende jaren bekleedde ze verschillende functies binnen de partij. Zo reisde ze als vertegenwoordiger van de Sandinistische regering de wereld over. Ze bezocht socialistische landen, zoals Algerije, Cuba, Libië, voormalig Oost-Duitsland en de Sovjet-Unie en ontmoette de Cubaanse president Fidel Castro, de Panamese generaal Omar Torrijos, de Vietnamese generaal Vo Nguyen Giap en de toekomstige gouverneur van Rio de Janeiro, Leonel Brizola. Ook was ze actief als uitvoerend secretaris van de kiescommissie en woordvoerster van de FSLN tijdens de verkiezingscampagne in 1984.

Midden jaren 80 begon Belli haar vertrouwen in de Sandinisten te verliezen, omdat de partij beloftes niet waarmaakte. Ook namen de mannelijke leiders de vrouwelijke collega's niet serieus. In 1993 verliet ze daarom, net als veel andere vrouwen, de FSLN.

In 1990 verloor de FSLN de verkiezingen van Violetta Chamorro (1990-1997). Zij werd als presidente opgevolgd door Arnoldo Alemán (1997-2002) en Enrique Bolaños (2002-2007). Waarna in 2007 het FSLN onder leiding van Daniel Ortega weer aan de macht kwam. Belli is tegenwoordig een van de grootste critici van haar voormalig partijgenoot Ortega en zijn vrouw Rosario Murillo, die volgens Belli koste wat kost de macht in handen houden en "het Sandinisme hebben veranderd in een nieuw Somozisme."

Rond 2010 richtte Belli met een aantal andere Nicaraguaanse vrouwen de Partido de la Erotica Izquierda (PIE; Partij Erotische Links) op. De partij ontstond uit de behoefte om op te komen voor de wensen van vrouwen. De betrokken vrouwen waren actief in de gemeenschap of werkten voor de overheid, in de media en andere instellingen. Ze kwamen samen om te bespreken hoe ze vrouwenkwesties onder de aandacht konden brengen binnen de verschillende invloedssferen.

Carrière in de literatuur miniatuur|2 mei 2019Belli voelt zich, zoals zij zelf zegt, "thuis In de avant-gardistische traditie van José Coronel Urtecho, Pablo Antonio Cuadra, Ernesto Cardenal y Carlos Martínez Rivas". Ze werd al vroeg beïnvloed door de werken van Simone de Beauvoir, Betty Friedan, Frantz Fanon, Eduardo Galeano, Ana María Rodas en Alejandra Pizarnik. Haar werk wordt gekenmerkt door een sterke politieke, feministische en erotische betrokkenheid en is vaak autobiografisch. Zoals zij zelf ooit aangaf: "Het uitgangspunt zijn mijn gedachten over de status van de vrouw binnen een wereld waarin de man nog altijd aan het roer staat, en de betrokkenheid die ik voel bij het tot stand brengen van rechtvaardigere maatschappijen".

In 1970 moedigde "De Dichter", met wie Belli op dat moment een relatie had, haar aan om een reeks gedichten te schrijven over de emoties en fysieke gevoelens die hij bij haar opwekte. Twee weken nadat ze de gedichten had geschreven, werden ze in het belangrijkste culturele tijdschrift van Nicaragua, La Prensa Literaria, gepubliceerd onder de kop "Een nieuwe stem in de Nicaraguaanse poëzie". Ze was de eerste vrouw in Nicaragua, die openlijk schreef over de fysieke genoegens van seks en vrouwelijkheid, wat veel Nicaraguanen choqueerde. De daaropvolgende decennia keerden de thema's van die eerste gedichten keer op keer terug in haar werk. Daarmee groeide ze uit tot een wereldwijde bestsellerauteur van gedichten, romans, kinderboeken en essays die in twintig talen werden vertaald, waarvan miljoenen boeken werden verkocht en waarvoor ze vele prijzen ontving. In Nederland worden haar boeken uitgegeven door uitgeverij De Geus.