Hendrik Jacob Dammerman Jr. (Arnhem, 21 januari 1873 – Den Haag, 5 mei 1922) was een Nederlandse architect. Het bekendste gebouw waaraan hij werkte is waarschijnlijk het Haagse Catshuis, waarvoor hij in 1907 het ontwerp maakte voor de verhoging van de achterzijde tussen de twee vleugels met een extra verdieping en de tuinzaal met daarboven de torenkamer.

Levensloop Dammerman werd geboren op 21 januari 1873 in Arnhem en was een kleinzoon van Duitse immigranten, die zich in Overijssel hadden gevestigd. Hij groeide op in Arnhem in een middenstandsgezin. Zijn vader, Hendrik Jacob Dammerman (1840-1907), werd geboren in Dalfsen in een protestants gezin en was opzichter, makelaar en later directeur van een verzekeringsmaatschappij. Hij was weer een zoon van Bernard Rudolph Dammermann, rentmeester bij Kasteel Rechteren te Dalfsen. Dammermans moeder, Anna Maria Paulina Heerens (1832-1882), werd geboren in een katholiek gezin in Den Haag. Zij trouwden in Leiden en vestigden zich aanvankelijk in Rotterdam, voordat zij naar Arnhem verhuisden. Hendrik Jacob was het vijfde kind en hij had drie oudere zussen. Zijn oudste broer stierf binnen enkele maanden na de geboorte, waardoor Hendrik Jacob de oudste zoon was. Er werden na hem nog vijf kinderen geboren. Zijn drie jongere broers, ook allen nog geboren in de jaren 1870, waren al vroeg sportief en lid van een Arnhemse zwemclub en voetbalclub. Dammermans oudste zus Johanna Berendina (1868-1915) was van 1903 tot 1907 directrice van de Louisa Stichting aan het Alexanderplein 15 te Den Haag.

Zijn moeder overleed op 38-jarige leeftijd, toen Dammerman negen jaar oud was. Zijn vader hertrouwde met Elisabeth Elsina van Veen (1843-1921), met wie hij nog drie kinderen kreeg. Zijn jongere halfbroer Karel Willem Dammerman zou een bekende zoöloog worden.

Dammerman trouwde op 28 november 1901 met Maria Hubertina Bekkers (1870-1939), met wie hij in juli en augustus 1899 op het adres Singel 211 in Amsterdam stond ingeschreven. Ze kregen in 1904 een dochter, Helena Maria Hubertina (Hetty) Dammerman, die kinderloos overleed in 1997 in het woonhuis van haar vader aan de Van Blankenburgstraat in Den Haag. Dammerman zelf overleed na een langdurig lijden op 5 mei 1922 op 49-jarige leeftijd. De rouwadvertentie vermeldde: In leven Architect B.N.A.

Beginjaren miniatuur|Berlage en zijn team in 1899 op de bouwplaats van de Beurs van Berlage te Amsterdam Hendrik Jacob Dammerman Jr. behaalde op zestienjarige leeftijd het diploma van de Arnhemse ambachtsschool. In 1896 verscheen een ontwerp van een baanopzichterswoning van Dammerman in het Vademecum der Bouwvakken. In 1897 ontwierp Dammerman een modelstal voor de Geldersche Tentoonstelling van Nijverheid en Handel, die werd gebouwd door aannemer Dirk Abraham Roskam, buurman van de familie. Vanaf 1 december 1898 tot 11 maart 1899 was Dammerman werkzaam als tekenaar 2e klasse op de bouwplaats van de Beurs van Berlage. Op zaterdag 29 juli 1899 keerde Dammerman, met zijn hond, terug naar de bouwplaats van de Beurs voor een fotosessie met onder andere H.P. Berlage, Herman Walenkamp en Johannes Balthazar Lambeek. In 1899 verscheen opnieuw een ontwerp van Dammerman in het Vademecum der Bouwvakken, dit keer zijn ontwerp voor de prijsvraag voor de gevel van een boekwinkel in Leeuwarden. In maart 1900 vestigde Dammerman zich in Den Haag. Een van zijn eerste projecten was het ontwerp van een nieuwe winkelpui in de Vlamingstraat. Ook is een project met een epigraaf van Dammerman aangetroffen in de Barteljorisstraat 6 in Haarlem, dat waarschijnlijk ook uit 1899 of 1900 stamde.

Villa's en herenhuizen miniatuur|Driedubbele villa aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 1-3 en het Rooseveltplantsoen 4 te Den Haag In 1901 ontwierp Dammerman een drievoudige villa in overgangsarchitectuur op de hoek van de Johan van Oldenbarneveltlaan en de Stadhouderslaan (sinds 1970 Rooseveltplantsoen), vrijwel naast de Villa Henny, ontworpen door Berlage. De locatie was buitengewoon prestigieus voor de toen 28-jarige architect; hij grensde destijds aan het landgoed Zorgvliet met het Catshuis, waarvan Dammerman later door diverse verbouwingen het huidige volume zou bepalen. Het landgoed besloeg toen nog vrijwel het gehele terrein tussen de Stadhouderslaan (later deels Eisenhowerlaan en Rooseveltplantsoen), de Groot Hertoginnnelaan en de Scheveningseweg. Het stadsvillapark Zorgvliet zou pas vanaf 1912 worden bebouwd naar ontwerp van architectenbureau Hoek en Wouters. In 1914 zou Dammerman overigens ook voor dit villapark een dubbele villa ontwerpen, anno 2025 de ambassade van Bangladesh aan de Stadhouderslaan 5 en 7. De driedubbele villa was Dammermans eerste grote eigen project, dat een entree vormde voor het Haagse Geuzen- en Statenkwartier. Opdrachtgevers waren John Charles Bignell sr., Jan Nicolaas Blauw, Jan Marinus Stobberingh en Anthonius Hendrikus van Dijk. De driedubbele villa, gesloopt in 1982 om plaats te maken voor een groot kantoorgebouw, is een van de Haagse iconen opgenomen in het boek Niet voor de eeuwigheid gebouwd, Gesloopte iconen in Den Haag, uitgegeven door de Haagse Geschiedkundige Vereniging Die Haghe in 2025. miniatuur|Helmstraat 2 te Den Haag, woonhuis van John Charles Bignell sr., anno 2025 Helmstraat 2C-2G; aquarel van Hendrik Jacob Dammerman Jr. van 1903 miniatuur|Helmstraat 2C, 2D-G (Villa Esher Surrey) en 4 (Villa Hoogduin) te Den Haag; 2D-G en 4 zijn ontwerpen van Dammerman van 1903 John Charles Bignell, cartograaf, ambtenaar van het Ministerie van Oorlog, grondspeculant, projectontwikkelaar en kunsthandelaar, speelde van 1900 tot 1905 een beslissende rol in Dammermans carrière. Voor het door Bignell en Jan Marinus Stobberingh opgezette project Duinlust ontwierp Dammerman van 1902 tot 1904 negen villa's en achttien herenhuizen, alle gebouwd op het terrein van de voormalige villa Duinlust aan de Oude Scheveningscheweg, tegenover de huidige Antonius Abtkerk. Zowel de Helmstraat als het deel van de Doornstraat aan de zijde van de Duinstraat werd hiervoor aangelegd. De eerste woningen vormden een dubbele villa op de hoek van de Helmstraat (noordzijde) en de Scheveningseweg; in de linker villa is anno 2025 de ambassade van Ierland gehuisvest. De Villa Esher Surrey aan Helmstraat 2 (later Helmstraat 2D tot en met 2G) werd het woonhuis van Bignell zelf. De villa had een grote tuin ten noordoosten van het huis, die twintig jaar later, in 1923, verkaveld en volgebouwd werd. De serre die uitzicht gaf op de tuin werd in 1924 opgetrokken en werd Helmstraat 2C. De naam van Dammerman is gegraveerd in een van de stenen van de toegangstrap en is de tweede epigraaf, naast die in Haarlem, die van Dammerman is aangetroffen.

In deze periode maakte Dammerman gebruik van de sectieltableaus van Joost Thooft & Labouchère, ook bekend als De Porceleyne Fles, destijds vermaard om haar productie van deze tegeltableaus. Vijf van de zevenentwintig door Dammerman ontworpen woningen in het project Duinlust zijn van deze sectieltegels voorzien. Een bijzonder mooi tableau met de vermelding Esher Surrey was aanwezig op het woonhuis van John Charles Bignell. Het sectieltableau op de gevel van Villa Bianca, Helmstraat 7, is nog altijd aanwezig.

De herenhuizen aan de westzijde van de Doornstraat (nr. 23 tot 9) hadden uitzicht op de stoomtram naar de kust en een hoge duin, later naar Isaac Lindo Lindoduin genoemd, totdat deze in 1964 werd afgegraven voor de bouw van twee flatgebouwen. Dammerman en de aannemers van de woningen, Johannes Willem Feij en Johannes Zaaijer, kochten elk een woning, respectievelijk Doornstraat 15, 11 en 13; Zaaijer verkocht de zijne toen de bouw gereed was. Ook Bignell kocht meerdere panden aan. De herenhuizen aan de oostzijde van de Doornstraat kijken uit op het Doornduin. miniatuur|Scheveningseweg 80 (Villa Margreet) en 82 (Villa Tebeiga) in 1907 op de hoek met het Frankenslag te Den Haag miniatuur|Rij van 5 herenhuizen aan het Frankenslag 2-10 te Den Haag Tegelijkertijd met de ontwikkeling van het project Duinlust ontwierp Dammerman tien herenhuizen aan het begin van het Frankenslag (nummers 2 tot 10 en 20 tot 28, gebouwd in 1902) en een dubbele villa aan de Scheveningseweg 80 en 82 (1902, gesloopt in 1987) op een deel van het terrein van de voormalige villa Banchory, ook aan de Oude Scheveningscheweg, dat door Bignell was aangekocht. Voor de tien herenhuizen en de dubbele villa maakte Dammerman gebruik van het nieuwe materiaal kalkzandsteen. De dubbele villa en de herenhuizen werden in 1907 opgenomen in een album samengesteld door de Vereeniging van Nederlandsche Kalkzandsteenfabrikanten. Scheveningseweg 82 was later bekend in Den Haag als de woning van de fotograaf en striptekenaar Hans Borrebach. De tien herenhuizen in overgangsarchitectuur aan het Frankenslag werden later het gezicht van de belangrijkste entree van het Statenkwartier vanaf de Scheveningseweg. miniatuur|Dertien herenhuizen aan het Prins Mauritsplein 1C tot 12 en de Prins Mauritslaan 41 te Den Haag Andere herenhuizen in overgangsarchitectuur van Dammerman zijn die aan de Prins Mauritslaan (zestien herenhuizen, sinds 1976 na afbraak van het hoekhuis en nieuwbouw op de Frederik Hendriklaan 59-61 vijftien), het Prins Mauritsplein (dertien herenhuizen), het Frankenslag (negen herenhuizen), de Laan van Meerdervoort (vijf herenhuizen) en de Luiksestraat (tien herenhuizen). Voor de herenhuizen aan de Prins Mauritslaan maakte Dammerman gebruik van de stucplafondornamenten van de Amsterdamse firma Silberling & Zoon. Ook twee villa's op de hoek van de Pompstationsweg en de Badhuisweg ontworpen in 1908, zijn typerend voor de door Dammerman toegepaste overgangsarchitectuur. Een bijzonder fraaie dubbele villa uit 1909 bevond zich op Kanaalweg 2 en Rusthoekstraat 2, gesloopt in 1975. miniatuur|Pompstationsweg 1 en 3 te Den Haag In 1910 ontwierp hij twee dubbele villa's op de Wageningse Berg, in opdracht van Isidor Vos, directeur van Nationaal Grondbezit, tegenover de Rijkslandbouwschool, een voorloper van de WUR. Nationaal Grondbezit had daar in 1902 zo'n anderhalve hectare grond aangekocht. De door Dammerman ontworpen dubbele villa's aan de Hinkeloordseweg en de Generaal Foulkesweg zijn gemeentelijke monumenten. miniatuur| De vier middelste panden zijn van Dammerman, van links naar rechts Raamweg 4, 3, 2 en 1B te Den Haag Vanaf 1915 ontwierp hij een serie beeldbepalende panden op het gedeelte van het landgoed Arendsdorp dat beschikbaar was gekomen in Benoordenhout, en aangekocht door de N.V. Algemeene Bank en Handel-Maatschappij, die in juni 1915 was opgericht voor het verrichten van Bank- en vastgoedactiviteiten en gevestigd was op het Lange Voorhout 41. Dammerman nam in juli en augustus 1915 deel aan de oprichting van deze maatschappij en verschafte zichzelf hiermee de mogelijkheid zijn orderportefeuille te vullen gedurende de Eerste Wereldoorlog. Directeur was Petrus Wesseling en Dammerman was lid van de Raad van Beheer. De vanaf de Javabrug goed zichtbare kapitale herenhuizen aan de Raamweg 1B, 2, 3 en 4 uit 1917 en de Wassenaarseweg 6 tot 16 (1915–1917), destijds vanwege de ligging aan een watergang Wassenaarschekade genaamd, zijn van zijn hand, evenals vier herenhuizen aan de Bachmanstraat. Wassenaarseweg 16 is voorzien van een bijzonder fraaie hoekdetaillering. miniatuur|Het Catshuis te Den Haag in 1922; foto van A. Langfier