De IJsselsteinse schuilkerk ontstond na de Reformatie als verborgen rooms-katholieke gebedsruimte, nadat de Hervormde Kerk, ook bekend als de St. Nicolaaskerk, in protestantse handen was overgegaan. Dankzij een relatief verdraagzaam stadsbestuur kon de gemeente blijven bestaan in het pand aan de Havenstraat, totdat zij in de laat negentiende eeuw weer een eigen kerk kreeg met de bouw van de Sint-Nicolaasbasiliek.
Schuilkerk Nadat op 6 december 1577 de St. Nicolaaskerk overgenomen wordt door de hervormingsgezinden, verandert de IJsselsteinse katholieke parochie in een hervormde gemeente van calvinistische signatuur. Twee jaar later mocht ook de Eiterse kapel niet meer voor katholieke kerkdiensten gebruikt worden en deze werd afgebroken. De katholieken moesten hun mis ergens anders uitvoeren. Aanvankelijk gebeurt dit op wisselende plekken. Om de locatie bij geloofsgenoten te krijgen wordt er gebruik gemaakt van zogenaamde klopjes, vrome vrouwen die als boodschappers fungeren. Na een tijdje wordt permanent het pand van een rijke IJsselsteiner aan de Havenstraat gebruikt. In 1634 verandert dit in een schuilkerk.
Ondanks de inname van de St. Nicolaaskerk lijkt het erop dat in IJsselstein het stadsbestuur zich redelijk verdraagzaam opstelde tegenover de katholieken. Zo werd de pastoor van de oude Nicolaaskerk (Dirrick Adriaenszoon) niet, zoals op vele andere plaatsen, uit de stad verdreven. Ook werden deze pastoor en enkele anderen alsnog begraven in de oude Nicolaaskerk. Bovendien leek er onder de mensen in de stad veel onderlinge verdraagzaamheid te leven. Dit kwam onder andere door pastoor Willem van Cruysbergen. Toen in 1672 het de Franse bevelhebber ter ore kwam dat er in het voormalige IJsselsteinse klooster wapens verborgen lagen, gaf hij instructies om de stad IJsselstein als straf volledig uit te moorden. Van Cruysbergen smeekte om genade en kreeg deze, en was sindsdien populair onder zowel de katholieken als niet-katholieken van IJsselstein. Door middel van betaling van smeergeld ter waarde van 150 gulden per jaar aan de drossaart, konden de katholieken hun vrijheid van godsdienst kopen en behielden ze het recht om een eigen pastoor te mogen hebben.
Het pand In de tweede helft van de zeventiende eeuw was de schuilkerk een vrij grote ruimte in een stadsboerderij (huis ‘Slijckenborch’). Haar functie was bekend onder de stadsbestuurders, maar ook onder de rest van de IJsselsteiners. Van een echte schuilkerk was dus niet echt sprake, al vonden veel protestanten de tolerantie tegenover een eigenlijk verboden godsdienst moeilijk te accepteren.Jonkers e.a. 2001, p. 4.
Door de groei van het aantal praktiserende rooms-katholieken in IJsselstein was de kerk hard toe aan een groter gebouw, dat met zijn 1000 communicanten huize Slijckenborch was ontgroeid. Daarom werd in 1780 een nieuw gebouw betreden, dat op slechts een steenworp afstand lag van het oude gebouw. Dit betreft Havenstraat 54, 55, 56 en 57. Ondanks de intreding van deze nieuwe kerk deden de roomsen in 1808 nog een poging om hun ontnomen oude Nicolaaskerk weer terug te krijgen. Het verzoek, ingediend bij koning Lodewijk Napoleon na de opening van de Blankensluizen aan de Hogebiezen, werd afgewezen. In 1807 omvatte de statie 1840 gelovigen. Ongeveer twaalf jaar later was dat aantal verminderd tot 1500, omdat de katholieken van Benschop een eigen kerkruimte betrokken. In 1888 werd het kerkgebouw aan de Havenstraat gesloopt, mogelijk vanwege nalatige herstelwerkzaamheden, al bleef de naastgelegen pastorie bestaan.Jonkers e.a. 2001, p. 7-16. De nieuwe St. Nicolaasbasiliek werd op 5 september 1887 ingewijd.Muijden e.a. n.d.
Datzelfde jaar werd in IJsselstein een nieuwe gereformeerde kerk opgericht, nadat er in Nederland een afsplitsing plaatsvond binnen de hervormde kerk. Dit kerkgenootschap, initieel bestaande uit ongeveer 100 personen, betrok kort ‘de Letjeskerk’ achter Hofstraat 9, en verhuisde daarna snel naar de tot kerk verbouwde voormalige rooms-katholieke pastorie. De kerk aan de Havenstraat werd vanwege financiële problemen verkocht, verhuurd, en later weer verkocht aan de kerkenraad van de gereformeerden, die het gebruikten tot in 1935, toen zij verhuisden naar een groter pand. In 1936 werd de kerk omgebouwd tot vier woningen, waarbij praktisch geen originele bouwelementen resteren. Ook van huis Slijckenborch resteert zowel niets van de originele staat. Van de kerk aan de Havenstraat zijn wel diverse voorwerpen van het interieur bewaard gebleven, zoals de preekstoel en de communiebank die zijn meeverhuisd naar de St. Nicolaasbasiliek.Jonkers e.a. 2001, p. 12-17.
Orgel Het orgel van de nieuwe kerk aan de Havenstraat was een eenklaviers instrument met dertien registers, dat gebouwd werd door Abraham Meere in 1800. In 1887 is het orgel overgeplaatst naar de St. Nicolaaskerk. In 1908 werd het orgel verkocht en zodoende geplaatst in de Bethelkerk op Urk, waar het is uitgebreid en later gerestaureerd.
Categorie:Geschiedenis van IJsselstein IJsselstein