Operatie Westwind (Duits: Unternehmen Westwind) was een militaire operatie van de Duitse Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog. In februari voerden Duitse troepen een ontsluitingsoperatie, met als doel het beleg van de Oost-Pruisische hoofdstad Koningsbergen (Duits: Königsberg) te breken. Dit werd een succesvolle operatie en gaf een honderdduizendtal Duitse burgers de kans de stad te ontvluchten en naar het Westen te evacueren.

Voorgeschiedenis Het Rode Leger had op 13 januari 1945 zijn Oost-Pruisenoffensief geopend. En tegen het eind van januari werd Koningsbergen bereikt en in de nacht van 29/30 januari 1945 zelfs geheel omsingeld door troepen van het 3e Wit-Russische Front en daarmee afgesneden van de rest van Samland. In Koningsbergen bleven enkele Duitse divisies en meer dan 100.000 burgers achter. Bevoorrading was alleen mogelijk via schepen vanaf Pillau. De Sovjets rukten ook verder Samland in naar de westkust rond Palmnicken. Echter, redelijk verse Duitse troepen bereikten nu het slagveld en wel de twee divisies van het 28e Legerkorps die net het Memelbruggenhoofd hadden ontruimd. Deze twee divisies, de 58e en 95e Infanteriedivisies, kwamen via de Kurische Nehrung naar Samland. Met behulp van deze divisies kon de Wehrmacht de Sovjettroepen een stukje terugdrijven en van oostelijk van Rantau tot oostelijk van Zimmerbude een noord-zuid front opbouwen. Tegen deze tijd, rond 7 februari 1945, waren ook de Sovjettroepen in dit gebied (het 39e en 43e Leger) na 3 weken vechten uitgeput en uitgedund.

Het plan Plannen werden gemaakt voor een opheffing van het beleg van Koningsbergen door een gelijktijdige aanval vanuit de vesting en vanuit Samland. De beslissing werd genomen op 16 februari 1945. Hiermee zou een corridor geschapen kunnen worden. General der Infanterie Otto Lasch, de bevelhebber van de Festung Königsberg, had als speerpunt de intussen redelijk op krachten gekomen 5e Pantserdivisie, met steun van de zwakke 1e Infanteriedivisie. Echter, Lasch vond dit te weinig en voegde tegen de wens van de bevelhebber van de Armee-Abteilung Samland, General der Infanterie Hans Gollnick, ook nog de gehele 561e Volksgrenadierdivisie toe. Het plan was dat de 1e Infanteriedivisie zou aanvallen naar Metgethen, en zodra dit dorp bereikt was, zou de 5e Pantserdivisie de doorbraak uitbuiten en doorstoten. Vanuit Samland zou het 9e Legerkorps aanvallen met drie divisies, de 58e en 93e Infanteriedivisies en de 548e Volksgrenadierdivisie. Beide aanvalsgroepen beschikten ook over een zogenaamde Schwere Panzer-Abteilung met Tiger-tanks (met zowel Tiger I als Tiger II).

Vanuit Sovjetzijde waren er intussen ook voorbereidingen gaande voor een aanval richting Pillau, maar ook had de Sovjet legerleiding ook al indicaties dat de Duitsers zouden kunnen aanvallen. De staat van de Sovjettroepen in dit gebied, grotendeels het 39e Leger onder kolonel-generaal Ivan I. Ljoednikov, waren moe, uitgedund en de discipline was zeer slecht. Ter beschikking stond begin februari 1945 ook het 1e Tankkorps. Dit korps had echter in de Oost-Pruisen Operatie zulke stevige verliezen geleden dat de 117e en 159e Tankbrigades hun tanks overgedragen hadden aan de 89e Tankbrigade (onder kolonel Andrei I. Zomer), dus het 1e Tankkorps bestond eigenlijk maar uit een tankbrigade.

Slagorde Duitse troepen Armee-Abteilung Samland - General der Infanterie Hans Gollnick delen van 9e Legerkorps - General der Artillerie Rolf Wuthmann 58e Infanteriedivisie - Generalleutnant Curt Siewert 93e Infanteriedivisie - Generalmajor Kurt Domansky 548e Volksgrenadierdivisie - Generalmajor Erich Sudau Schwere Panzer-Abteilung 511 - Hauptmann Ferdinand von Foerster Sturmgeschütz-Brigade "Samland" - Major Alfred Hinze delen van Festung Königsberg - General der Infanterie Otto Lasch 1e Infanteriedivisie - Generalleutnant Hans Schittnig 5e Pantserdivisie - Generalmajor Günther Hoffmann-Schoenborn Schwere Panzer-Abteilung 505 - Major Otto-Friedrich Senfft von Pilsach 561e Volksgrenadierdivisie - Generalmajor Walter Gorn Divisie z.b.V. Mikosch - Generalmajor Hans Mikosch

Inzetbare gepantserde sterkte: De 5e Pantserdivisie beschikte (inclusief Schwere Panzer-Abteilung 505) over 14 PzKpfw IV, 14 Jagdpanzer IV, 6 Panther en 13 Tiger I en II-tanks. De Schwere Panzer-Abteilung 511 beschikte over 7 Tiger I tanks. De Sturmgeschütz-Brigade "Samland" beschikte over 26 StuG III. Alle infanteriedivisies beschikten in hun antitankbataljon ("Panzerjäger-Abteilung") over een aantal Sturmgeschütze, meestal III of IV. Totaal in de aanvallende divisies zo’n 24 stuks. Dus totale gepantserde sterkte was 118 tanks en gemechaniseerd geschut.

Sovjettroepen 3e Wit-Russische Front – Generaal Ivan Tsjernjachovski tot 18 februari 1945 † 39e Leger – Kolonel-generaal Ivan I. Ljoednikov 5e Garde Infanteriekorps – Luitenant-generaal Ivan S. Bezoegli 17e, 19e en 91e Garde Infanteriedivisies 94e Infanteriekorps – Generaal-majoor Josef I. Popov 124e, 221e en 358e Infanteriedivisies 113e Infanteriekorps – Luitenant-generaal Nikolai N. Olesjev 192e, 262e en 338e Infanteriedivisies 43e Leger – Luitenant-generaal Afanassi P. Beloborodov 13e Garde Infanteriekorps – Generaal-majoor Anton I. Lopatin 24e, 33e en 87e Garde Infanteriedivisies 54e Infanteriekorps – Luitenant-generaal Alexander S. Ksenofontov 126e, 235e en 263e Infanteriedivisies delen van 90e Infanteriekorps – Generaal-majoor Gaik A. Martirosian 182e Infanteriedivisie

Inzetbare gepantserde sterkte: Het 43e Leger beschikte slechts over 2 SU-76, in het 1491e Regiment Antitankartillerie. Het 39e Leger beschikte over 3 T-34 in de 28e Garde Tankbrigade, 22 SU-76 in 4 Antitankartillerieregimenten en 5 SU-85 in het 1437e Regiment Antitankartillerie. Het 1e Tankkorps beschikte bij de 89e Tankbrigade over 21 T-34 en het 1514e Regiment Antitankartillerie beschikte over 19 SU-76. Dus de totale gepantserde sterkte was 72 tanks en gemechaniseerd geschut.

Opmerking: Het bevelvoerende 3e Wit-Russische Front stond onder bevel van Generaal Ivan Tsjernjachovksi, die echter op 18 februari 1945 sneuvelde. Het bevel werd pas op 22 februari 1945 overgenomen door Maarschalk A. Vasilevski. Deze vormde vanaf 24 februari 1945 een subfront, genaamd “Zemland Groep van Strijdkrachten” onder Legergeneraal Ivan Bagramjan.

De Operatie 19 februari 1945 Het weer was droog, rond nul graden, ’s ochtends lage dichte bewolking, ’s middags hoge sluierbewolking.

Tussen 05.00 u en 05.30 u begonnen de beide aanvalsgroepen met hun operaties na een korte artillerievoorbereiding. De Koningsbergen-groep viel aan met de 1e Infanteriedivisie voorop, met steun van enkele tanks van de 5e Pantserdivisie. De Sovjettroepen in dit gebied kwamen van het 113e Infanteriekorps (192e, 262e en 338e Infanteriedivisies). De Duitse linker groep liep vertraging op doordat een tank uitgeschakeld werd, maar de rechtergroep kwam goed door. Deze groep, van het Füsilier-Regiment 22 onder Hauptmann Malotka, rukte al snel op van Juditten naar de oostrand van Metgethen. De gecombineerde kracht van de twee divisies stelde de Duitsers in staat om Metgethen in te nemen. De aanval rolde verder en begin van de middag werd eerst het station van Seerappen en later het dorp zelf ingenomen. Hiermee waren de dagdoelen al bereikt. Rond Warglitten voerden de Sovjets twee tegenaanvallen met elk rond 20 tanks uit, maar beide werden afgeslagen. Ook in de avond waren er nog tegenaanvallen. Op de linkerflank had de Divisie z.b.V. Mikosch de kuststrook opgeruimd. En ’s avond nam de 561e Volksgrenadierdivisie het landgoed Friedrichsberg over en maakte daarmee troepen van de 5e Pantserdivisie vrij. De operatie werd ook ondersteund door de Luftwaffe. Zo’n 61 Fw 190 van I./SG 3, gestationeerd in Brüsterort, vielen Powayen, landgoed Klein-Medenau en Sovjet-artilleriestellingen aan. Hierbij gingen vijf vliegtuigen, waaronder die van de Gruppen-commandant, verloren.

Het 9e Legerkorps viel rond 05.30 u aan. De 548e Volkgrenadierdivisie nam al snel Groß Blumenau, maar bleef daarna steken. De zuidelijke groep van de 58e Infanteriedivisie nam Vw. Damenau in, stak de Forkener Mühlenfließ over, maar kon de sterke Sovjettegenstand voor Kragau eerst niet overwinnen en leed zware verliezen. Later op de dag kon de divisie het dorp met hulp van Tiger-tanks van de Schwere Panzer-Abteilung 511 toch nog veroveren. De Sovjettroepen in dit gebied waren van het 94e Infanteriekorps (124e, 221e en 358e Infanteriedivisies). Ten noorden van Kragau tot Kobjeiten zat het 5e Garde Infanteriekorps (17e, 19e en 91e Garde Infanteriedivisies). De 93e Infanteriedivisie kon tegen stevige verliezen een bruggenhoofd over de Forkener Mühlenfließ verkrijgen bij Kobjeiten. Op de beschermende linkerflank kon de 95e Infanteriedivisie met hoge verliezen de oostkant van Pojerstieten innemen, maar werd door een Sovjetaanval (waarschijnlijk 33e Garde Infanteriedivisie) weer eruit geworpen. Helemaal links, bij de 551e Volksgrenadierdivisie, was het rustig. Dus de aanval van het 9e Legerkorps was matig succesvol, met een maximale terreinwinst van zo’n 3-4 kilometer. En dit ondanks stevige en nuttige ondersteuning door de kanonnen van de zware kruiser Admiral Scheer vanuit Pillau.

Als Lasch niet zo eigenwijs was geweest en de 561e Volkgrenadierdivisie uit de aanval had gelaten, was het zeer wel mogelijk geweest dat de hele operatie mislukt was. Dit werd ook openlijk en genereus toegegeven door Gollnick.

Het “Bloedbad van Metgethen”: in Metgethen, dat op 29 januari 1945 door het Rode Leger was ingenomen, ontdekten de Duitse troepen na de bevrijding een groot aantal dode burgers (voornamelijk vrouwen, kinderen en oude mannen), wier lichamen in veel gevallen tekenen van verkrachting, verminking en mishandeling vertoonden. Deze waren in de twee weken dat de Sovjettroepen daar waren, niet begraven maar lagen nog waar ze gedood waren. Deze gebeurtenis sterkte de wil tot vechten van de Duitse troepen, kreten als “Wraak voor Metgethen” werden op voertuigen geschilderd.

20 februari 1945 Het weer was opgeklaard en ’s middags zelfs zonnig, goed zicht, temperaturen rond nul graden.

De Koningsbergen-groep kreeg in eerste instantie een terugslag te verwerken, aangezien de 5e Pantserdivisie Seerappen weer moest opgeven na een gelukte Sovjet tegenaanval. Daarna was deze divisie in actie rond Landgoed Kondehnen. Verkenningsgroepen trokken op langs de Reichsstraße 131 en langs de noordoever van het "Königsberger Seekanal" door het Staatsbos Koppelbude richting Großheidekrug. De gehele dag werd gekenmerkt door een veelvoud van Sovjet tegenaanvallen, vaak vergezeld door enkele tot maximaal 20 tanks. De aanvallen konden grotendeels worden afgewezen.

Bij het 9e Legerkorps rukte de 548e Volkgrenadierdivisie vanuit Groß Blumenau op door het bosgebied ten oosten daarvan en bereikte later Klein Blumenau. De 58e Infanteriedivisie rukte op vanuit Kragau in richting Powayen tegen sterke Sovjet tegenstand. Dat dorp werd uiteindelijk ook veroverd. Bij Kobjeiten kon de 93e Infanteriedivisie enkele tegenaanvallen afweren en vervolgens een stuk oprukken richting Pojerstieten. Enkele hoogten op weg daarheen werden ingenomen.

Eenheden van de 548e Volkgrenadierdivisie troffen ’s middags bij Großheidekrug de voorste troepen van de 5e Pantserdivisie en daarmee was de eerste landverbinding, hoewel zwak, hersteld. Een tweede verbinding gebeurde voor middernacht, waarbij 5e Pantserdivisie en 58e Infanteriedivisie elkaar troffen bij het station Powayen. De 1e Infanteriedivisie zuiverde samen met Divisie z.b.V. Mikosch het Staatsbos Koppelbude. Zeker vier aanvallen met grondaanvalsvliegtuigen hielpen de Duitsers, maar ook de Sovjet luchtmacht was zeer actief deze dag, zowel met bommenwerpers als grondaanvalsvliegtuigen.

21 februari 1945 Het weer was helder en licht dooiend.