Evert Sickinghe (genoemd 1388) was een telg van de adellijke familie Sickinghe en tussen 1388 en 1405 meermaals burgemeester van de stad Groningen. Hij was een tijdgenoot van Lubbert Sickinghe en Johan Sickinghe, eveneens burgemeesters van Groningen.Gvers, Gietman, Kuiper en Ronnes; Mensen van Adel, Beelden, manifestaties, representaties, Hilversum 2007. p. 59-62.

Hij wordt mogelijk reeds in 1370 genoemd als belender van erven aan de oostzijde van de Haddingestraat. In 1403 wordt in dezelfde straat opnieuw een erf van Evert Sickinghe vermeld.P.J. Blok, J.A. Feith, S. Gratama, J. Reitsma en C.P.L. Rutgers (red.), Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, deel I, Groningen: J.B. Wolters 1896, nr. 574, p. 419 (11 maart 1370); deel II, Groningen: J.B. Wolters 1899, nr. 1163, p. 357–358 (23 november 1403). Het naamregister in deel II, p. 478, rekent de vermelding uit 1370 tot Evert Sickinghe, burgemeester van Groningen.

In 1388 trad Sickinghe op als een van de scheidslieden die uitspraak deden in een geschil tussen het klooster van Aduard en de stad Groningen.P.J. Blok, J.A. Feith, S. Gratama, J. Reitsma en C.P.L. Rutgers (red.), Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, deel II, Groningen: J.B. Wolters 1899, nr. 783, p. 111–112 (10 mei 1388). Het vierde zegel wordt beschreven als rond, met een gedeeld wapenschild met een halve adelaar en een dwarsbalk; het randschrift luidt: „S. EVERARDI DTI SICKIG.”

In 1400 werd hij, blijkens een op Sint-Agathadag uitgevaardigde stadsbrief, genoemd als burgemeester die samen met zijn collega's de bewoners van het Heilige Geestgasthuis vrijstelde van het leveren van wagens en andere stadsdiensten.Groninger Oorkondenboek, No. 1057 (5 februari 1400)

In 1405 behoorde Sickinghe tot de zes vertegenwoordigers van de stad Groningen die een vredesverdrag sloten met Frederik van Blankenheim, de toenmalige bisschop van Utrecht. Dit verdrag kwam tot stand na jarenlange conflicten, waarin de bisschop zijn gezag als landsheer over de stad probeerde te handhaven, terwijl Groningen zich in deze periode steeds zelfstandiger ontwikkelde. Het verdrag werd formeel afgekondigd op Sint-Lucasdag (18 oktober) te Coevorden. In het kader van dit verdrag stelde Sickinghe zich mede borg voor naleving van de afspraken tussen de bisschop, de stad Groningen en de Ommelanden.Groninger Oorkondenboek, No. 1221 (28 september 1405)

Familie Evert behoorde tot het Groninger regentengeslacht Sickinghe, waarvan verschillende leden in de dertiende en veertiende eeuw het burgemeestersambt bekleedden. Ook zijn persoonlijke zegel uit 1388, met hetzelfde gedeelde wapenschild als dat van Lubbert Sickinghe uit 1360, bevestigt dat hij tot dit geslacht behoorde. Zijn precieze plaats binnen de stamreeks en de graad van zijn verwantschap met Lubbert en Johan Sickinghe zijn niet bekend.

Evert Sickinghe (1388-1405) Categorie:Burgemeester van Groningen Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 14e eeuw