Postuum portret van Maria I Stuart met een bediende is een schilderij van Adriaen Hanneman, vervaardigd rond 1664. Het maakt deel uit van de collectie van het Mauritshuis in Den Haag. Hanneman, die sterk beïnvloed was door de elegante stijl van Antoon van Dyck, schilderde dit portret enkele jaren na het overlijden van de prinses, waarschijnlijk in opdracht van haar zoon, de latere koning-stadhouder Willem III.
Voorstelling Het portret toont Maria Henriëtte Stuart, de weduwe van stadhouder Willem II. Maria overleed in 1660 op negenentwintigjarige leeftijd in Londen aan de pokken. Dit schilderij is een postume herinnering, geschilderd in een periode waarin haar zoon, Willem III, zijn positie als toekomstig stadhouder probeerde te consolideren. Door zijn moeder af te beelden op haar mooist en machtigst, versterkte de jonge prins zijn eigen legitimiteit binnen het Europese machtsspel.
Het schilderij verwijst naar een historisch gedocumenteerd evenement: een bal masqué dat in januari 1655 in Den Haag plaatsvond. Volgens bronnen uit die tijd verscheen de prinses daar "prachtig verkleed als een Amazone". In de zeventiende-eeuwse beeldtaal stond de Amazone symbool voor vrouwelijke autonomie en kracht, kwaliteiten die Maria Stuart hard nodig had in haar strijd voor de belangen van haar zoon. Hanneman schilderde in die tijd al een portret van de prinses, waarop hij voor deze postume versie teruggreep.
De prinses draagt een ivoorwitte jurk van glanzend zijde. Over haar schouder hangt een opvallende mantel van kleurrijke veren. Deze mantels werden vervaardigd door de Tupinambá, een inheems volk in het noordoosten van Brazilië, dat tussen 1630 en 1654 onder Nederlands bewind stond. De mantel kan uit Brazilië zijn meegenomen en in Nederland gevoerd met bloemetjesstof of volledig in Nederland zijn vervaardigd met Braziliaanse veren. Maria's outfit wordt gecompleteerd door een tulband versierd met struisvogelveren, parels en edelstenen, wat haar koninklijke status en de barokke fascinatie voor het exotische onderstreept. In haar oor draagt ze dubbele parels. Links in de compositie is een grote schelp zichtbaar, een element dat vaker werd gebruikt om rijkdom en mondiale handelsconnecties te symboliseren. Op de achtergrond hangt een brokaten tapijt dat links ruimte laat voor een uitzicht op een landschap met twee klassieke beelden.
Aan de zijde van de prinses staat een jonge zwarte bediende die een parelsnoer aan haar kostuum bevestigt. In de zeventiende-eeuwse portretkunst diende de aanwezigheid van een dergelijke bediende vaak als symbool voor rijkdom, moderniteit en status. Maria kijkt de toeschouwer recht aan, terwijl ze de jongen in zijn dienende rol niet lijkt op te merken, wat de sociale hiërarchie van die tijd weerspiegelt.
Herkomst Hoewel het schilderij waarschijnlijk voor Willem III werd geschilderd, duikt het voor het eerst op in de archieven van de Friese tak van de stadhouderlijke familie. In 1681 werd het werk vermeld in de inventaris van Albertine Agnes van Nassau in Leeuwarden, de schoonzus van Maria Stuart. Later in de achttiende eeuw verhuisde het schilderij naar Paleis Honselaarsdijk waar het in 1755 werd geregistreerd als onderdeel van de omvangrijke stadhouderlijke collectie. Na de politieke omwentelingen aan het eind van de achttiende eeuw en de nationalisatie van de collecties van Willem V, werd het werk uiteindelijk eigendom van de Nederlandse staat. Het portret werd vóór 1875 opgenomen in de collectie van het Mauritshuis.
Afbeelding
Externe links
Categorie:Schilderij in het Mauritshuis Categorie:Schilderij van de Nederlandse Gouden Eeuw