thumb|Scheepswerf van CITAS (1908) De Compagnie industrielle et de transports au Stanley Pool, afgekort CITAS, was een Belgische onderneming die tussen 1902 en 1955 actief was in het vervoer op de rivier de Kongo, eerst in de Onafhankelijke Congostaat, vervolgens in Belgisch-Congo. Het bedrijf evolueerde van het bezit van een scheepswerf in Léopoldville naar het aanbieden van transportdiensten op de Kongo, en vervolgens naar het uitbaten van een haven in Léopoldville.
Geschiedenis De eerste Compagnie industrielle et de transports au Stanley Pool werd opgericht in 1902. Zij was gevestigd in Léopoldville, waar zij eigenaar was van een stoomboot en een fabriek en scheepswerf uitbaatte. Daarnaast beheerde zij de uitbetaling van lonen aan agenten van ondernemingen terwijl zij wachtten om naar Boven-Congo te vertrekken. CITAS was gevestigd op gronden die vroeger werden bewoond door het Teke-volk, in het prekoloniale dorp Nshasa. Het bedrijf werd overgenomen door de Compagnie du Congo pour le commerce et l'industrie.
In 1907 werd een nieuwe transportmaatschappij met de naam CITAS opgericht, die de infrastructuur in Léopoldville overnam van de Société anonyme belge pour le commerce du Haut-Congo (SAB) en de Société Belgica. Tot de voorzitters van CITAS behoorden Albert Thys, Alexandre Delcommune en Maurice Lippens. In 1913 vormden de drie grootste particuliere transportmaatschappijen in het Kongobekken een kartel om onderlinge concurrentie te vermijden. CITAS verzorgde het vervoer op de Kongorivier, de Franse Messageries fluviales exploiteerde de Ubangi en de Duitse Kamerunschiffahrtgesellschaft was actief op de Sangha.
In 1925 fuseerde CITAS haar riviertransportactiviteiten met de Société nationale des transports fluviaux au Congo (SONATRA) tot de nieuwe Union nationale des transports fluviaux (UNATRA), die de scheepswerven en vaartuigen van beide ondernemingen overnam. Eind 1925 trad generaal Frederik Valdemar Olsen aan als algemeen directeur van UNATRA.
CITAS richtte zich voortaan op het vervoer van goederen en op haveninstallaties. In 1927 en 1930 sloot CITAS overeenkomsten met het koloniale bestuur, waarbij het bedrijf werd gemachtigd om een kade aan te leggen en grond te bezetten voor een haven tot 1950. CITAS bouwde een nieuwe haven in Léopoldville, naast de openbare haven. In 1931 sloot CITAS een overeenkomst met de Compagnie du chemin de fer du Congo voor de uitwisseling van goederen tussen de spoorweg en de haven. Deze overeenkomst werd in 1936 vervangen door een akkoord met de opvolger, het Office des transports coloniaux (Otraco). In 1932 kwam CITAS met UNATRA overeen om de exploitatie van de openbare haven over te nemen en beheerde het voortaan beide havens van Léopoldville. Het bedrijf gaf zijn naam aan de wijk Citas, gelegen rond zijn installaties aan de oostkant van de stad, waar veel van zijn werknemers woonden. In 1946 nam Otraco opnieuw de exploitatie van de openbare haven over. In 1949 liet de overheid CITAS weten dat zij van plan was de grondconcessie terug te nemen om de openbare haven van Léopoldville uit te breiden. Na onderhandelingen aanvaardde CITAS dit voorstel en in 1955 droeg het bedrijf al zijn eigendommen over aan de lokale overheid.
Literatuur Frans BUELENS, Congo 1885-1960. Een financieel-economische geschiedenis, Berchem, Epo, 2008, 164-166, 364-367. André LEDERER, Histoire de la navigation au Congo, Tervuren, Musée royal de l'Afrique centrale, 1965, 181-182, 194-195.
Externe link Compagnie Industrielle et de Transports au Stanley Pool. CITAS, AfricaMuseum - Archives
Categorie:Verkeer en vervoer in de Onafhankelijke Congostaat Categorie:Verkeer en vervoer in Belgisch-Congo Categorie:Economie van de Onafhankelijke Congostaat Categorie:Economie van Belgisch-Congo