Claude Rodolphe Strebelle (Kraainem (Brussel), 2 november 1917 – Luik, 16 november 2010) was een francofoon Belgische architect en stedebouwkundige. Zijn oeuvre is een voorbeeld van postmodernistische en brutalistische architectuur.
Familie Claude Strebelle kwam uit een artistieke familie. Zijn vader was de Brusselse kunstschilder Rodolphe Strebelle (1880–1959). Zijn van origine Nederlandse moeder, Clara Catharina Cochius, was eveneens kunstschilder. Ze was extravert en dominant en gold als de kern van het gezin.UCCLENSIA, november 2019, nr. 276
Claude had twee broers, Jean-Marie Strebelle (1916-1989), die evenals zijn vader kunstschilder was, en Olivier Strebelle (1927-2017), beeldhouwer. Hij had ook een zus, maar die was reeds in de peutertijd overleden.
Claude trouwde in 1945 met Fifi Zavaroni, zus van beeldhouwer Aroldo Zavaroni. Ze kregen een zoon, Vincent Strebelle (1946), die beeldend kunstenaar werd.
Levensloop Claude Strebelle was geboren in Kraainem. Een gemeente aan de rand van Brussel. Zijn jeugd bracht hij en zijn broers door in de wijk Kamerdelle, naast de wijk Krabbegat in Ukkel. Dat waren toentertijd afgelegen landelijke wijken waar veel kunstenaarsfamilies woonden die bij elkaar over de vloer kwamen. De jongens groeiden op ‘met een radicaal besef van persoonlijke vrijheid, experimenteel gedrag en intellectuele ongebondenheid’.
Opleiding Claude deed zijn architectuurstudie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Hij studeerde er in 1941 af in het atelier van Henry Lacoste. Hierna vervolmaakte hij zich in de resr van de oorlogsjaren aan de École nationale supérieure des beaux-arts in Parijs.
Tegelijkertijd zat Strebelle in het verzet, als verbindingsman met de Londense Intelligence Service. Na de oorlog ontving hij hiervoor het Frans Oorlogskruis met bronzen ster met speciale vermelding van Generaal de Gaulle voor bewezen diensten.
Kunstenaarscollectief (1946-1949) miniatuur|Het landhuis waar de kunstenaarscommune gehuisvest wasDe net afgestudeerde Strebelle begon plannen uit te tekenen voor 'Atelier Groenhove', een kunstenaarscommune (phalanstère) in kasteel Groenhove in Torhout. Hij trok er in 1946 in, samen met zijn broer Jean-Marie en de kunstschilder Carlo de Brouckère. Strebelles broer Olivier vervoegde zich later bij hen. Ook Theo Kissilov, de architect André Jacqmain en onder andere beeldhouwer Aroldo Zavaroni - tevens de schoonbroer van Claude - sloten zich aan. (2013) André Jacqmain - Memories Can't Wait, CLARA Recherche/Architecture, 2015, nr. 3, p.175 – 182 pp.176-187 Na een kleine drie jaar dat door betrokkenen als positief en verrijkend werd ervaren, viel de groep uit elkaar; dat was net voor de sloop van het kasteel in 1949.
Belgisch-Congo (1949-1960) thumb|Sozacom-toren aan de Boulevard du 30 juin in Kinshasa In de periode van 1949 tot 1953 ging Strebelle aan de slag bij de Compagnie du Katanga in Elizabethville (thans Lubumbashi), Belgisch-Congo. In de eerste helft van de jaren vijftig, na de opdracht gekregen te hebben de theater van Lubumbashi te ontwerpen, zette hij het architectenbureau Yenga (Swahili voor "bouwen") op met jonge lokale architecten. Zijn belangrijkste werk uit die periode is het pand voor het hoofdkantoor van de Unie van Mijnbouw in Lubumbashi. Dit pand is thans bekend als de Sozacom-toren. Via dit project leerde hij de toenmalige rector van de Universiteit van Luik kennen, die hem begin jaren zestig zou aantrekken voor een grote klus.
Universiteit van Luik (1961-1984) Strebelle keerde omstreeks 1960 terug naar België. In 1961 trad hij in dienst bij de Universiteit van Luik, die toen een nieuwe campus aan het ontwikkelen was. Hij werd belast met de verstedelijking en de coördinatie van de bebouwing van de campus in Sart-Tilman, een locatie op een heuvel in bosrijk gebied. Hij zette er hetzelfde jaar het Atelier d'architecture du Sart Tilman op. In 1965 benoemde de Raad van Bestuur van de Universiteit hem tot campusplanner en -architect. Strebelle realiseerde, alleen of in samenwerking, onder meer het centrale bedieningsgebouw en de centrale stookinstallatie, amfitheaters, de instituten voor Geologie en Chemie, evenals de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Ook het openluchtmuseum op de campus is van zijn hand. Hij zou tot 1984 aan de universiteit verbonden blijven.
Latere jaren Strebelle verliet de Universiteit van Luik rond zijn pensioensgerechtigde leeftijd. Hij werd in 1984 door stad Luik belast met de rol van coördinator voor de herinrichting van het Sint-Lambertusplein; in 1985 maakte hij een eerste schéma directeur dat brak met eerdere plannen, waarna het definitieve schema in 1988 werd aangenomen. In de jaren daarna bleef hij betrokken bij de herontwikkeling van het stadscentrum rond Saint-Lambert, waaronder Îlot Saint-Michel. Dit in 1999 gerealiseerde project werd in 2000 bekroond met de juryprijs van het Prix de l’Urbanisme de la Ville de Liège.
Stijl Claude Strebelles stijl was "tropisch modernistisch" in zijn Congo-periode (2016), Le "Modernisme tropical" Essai de définition : Regard croisé entre Congo Belge et Brésil, Université Libre de Bruxelles en postmodernistisch/brutalistisch in zijn vroege Luikse periode, met een duidelijke ontwikkeling richting een meer “villageoise” (dorpse) architectuur in de late jaren 1970 en vroege jaren 1980. In de eerste campusfase past hij in het modernistische idioom van eenvoudige volumes, platte daken, nadruk op beton en een sobere, weinig ornamentale vormentaal, waarbij een “interessante synthese tussen vorm en functie” zichtbaar is in onder andere de centrale verwarmingsinstallatie en het Poste central de Commande.
Tegelijk wordt het Sart-Tilman vanaf de jaren 1960 beschreven als een “laboratorium” van late moderniteit met belangrijke brutalistische realisaties door onder andere Strebelle. Vanaf het midden van de jaren 1970 tot omstreeks 1985 is er een koerswijziging: Strebelle kondigt in 1977 een breuk aan met de eerdere “rigide” benadering; in zijn markante gebouwen voor Rechten en Psychologie worden volumes opgebroken, daken vaker hellend, en verschijnt baksteen (onder andere bij Psychologie), wat een bewuste wending zou zijn naar een meer “villageoise” architectuur zonder in regionalisme te vervallen.
Een verwante gevoeligheid voor site en ruimtelijke beleving is ook zichtbaar in de beschrijving van zijn eigen Maison Strebelle op de campus van de Universiteit van Luik: deze is ontworpen “in een geest van communie met de plek”, met een compositie van betonblokken, lichtkaatsende patio’s en een strak geordend plan.
Oeuvre (selectie) Projecten in voormalig Belgisch-Congo: 1956: Huis van Strebelle, Lubumbashi 1956: Gebouw van de Unie van Mijnbouw, Lubumbashi (Union Minière du Haut-Katanga) 1953-56: Gemeentelijk theater van Lubumbashi
1959-61: Museum, Lubumbashi 1969-1977: Tour Sozacom, Kinshasa; in samenwerking met André Jacqmain
miniatuur|De campus van universiteit Luik in Sart-TilmanProjecten voor Universiteit Luik (voornamelijk op de Sart-Tilman-campus): 1961–1966: Machinegebouw van de campus 1966: Centraal gebouw 1968: Studentenhuisvesting miniatuur|STARESO 1971: Centrum voor Oceanografisch Onderzoek in Calvi (STARESO), Corsica Een complex "hors les murs"Frankignoulle (2010) 1981: Faculteiten Psychologie en Rechtsgeleerdheid Andere projecten: 1984: herinrichtingsplan van het Sint-Lambertusplein, Luik 1995: Winkelcentrum Belle-Île, Luik 1980: Huis Strebelle, Luik. Dit huis was de inspiratiebron voor Strebelle, een serie grafieken van Emily Forgot.
Varia Strebelle was lid van de académie royale de Belgique. Het huis van Olivier Strebelle in Ukkel, dat ook een studio van Claude Strebelle bevatte, was in 1958 gebouwd naar ontwerp van de bevriende architect André Jacqmain.
Externe links
Enkele werken van Strebelle op Paradise Backyard.
Bronnen en referenties
Categorie:Belgisch architect