De protesten in Iran van eind 2025 en begin 2026 zijn protesten die begonnen op 28 december 2025 in Teheran, waar bazaarhandelaren uit protest tegen hyperinflatie en de sterke waardedaling van de rial massaal hun winkels sloten. De acties breidden zich in de dagen daarna uit naar tientallen steden, met straatdemonstraties en sit‑ins die uitmondden in confrontaties met ordediensten.
Hoewel de economische crisis de directe aanleiding was, kregen de protesten snel een politieke dimensie met leuzen tegen het regime en, in sommige plaatsen, zichtbare steunbetuigingen aan ex‑kroonprins Reza Pahlavi. De protesten staan in continuïteit met de “Vrouw, Leven, Vrijheid”‑beweging (2022–2023) die ontstond na de dood van Mahsa Amini; dit keer kwamen vooral handelaren, studenten en de stedelijke middenklasse in beweging.
De protesten liepen uit in een bloedbad, waarbij volgens sommige schattingen meer dan 30.000 doden vielen.
Achtergrond De economische problemen in Iran zijn het gevolg van jarenlange wanbeheer, internationale sancties en de nasleep van de 12‑daagse oorlog tussen Iran en Israël in juni 2025. Analyses signaleren dat de economische indicatoren na die oorlog verder verslechterden: het wegvallen van preferentiële dollarkoersen voor veel importen en aanpassingen in brandstofsubsidies vergrootten de druk op huishoudens. Volgens media‑analyses en mensenrechtenorganisaties lag de jaarinflatie rond de 40–52 procent en stegen voedselprijzen gemiddeld met circa 72 procent, terwijl de rial op informele markten wegzakte tot circa 1,38–1,42 miljoen per Amerikaanse dollar.
De protesten van 2025–2026 staan in historisch verband met eerdere golven, in het bijzonder de “Vrouw, Leven, Vrijheid”‑protesten van 2022–2023 naar aanleiding van de dood van Mahsa (Jina) Amini; waar toen de moreel‑sociale crisis rond vrouwenrechten centraal stond, vormde nu de economische ineenstorting de directe aanleiding.
Aanleiding en eerste fase De eerste acties bestonden uit winkelsluitingen en sit‑ins in de Grote Bazaar van Teheran, een symbolische locatie sinds de Iraanse Revolutie in 1979. Beelden en verificaties door internationale redacties toonden snelle verspreiding naar andere stadsdelen en provincies, met een opvallende rol voor handelaren en studenten.
Al in de eerste dagen werden confrontaties met ordediensten gemeld: inzet van traangas, waterkanonnen en arrestaties. NGO's zoals HRANA en Iran Human Rights publiceerden vroege schattingen van tientallen doden en meer dan 2.000 arrestaties; Amnesty International en Human Rights Watch spraken van onwettig geweld in meerdere steden tussen 31 december en 3 januari.
Escalatie en internetblokkade Op 8 januari 2026 werd het internet en telefoonverkeer op grote schaal afgesloten, wat verificatie en verslaggeving bemoeilijkte. NetBlocks, Deutsche Welle en Nederlandstalige media bevestigden de blokkade, die door Amnesty wordt gezien als een middel om schending van de rechten van de mens te verhullen. Amnesty International veroordeelde de afsluiting als een instrument om de “ware omvang van ernstige mensenrechtenschendingen” te verbergen en riep op tot onmiddellijke terugdraaiing van de maatregel.
Volgens NetBlocks begon de internetblokkade rond 20:30 lokale tijd. Media spraken van afgeknepen mobiele datadiensten, verbreking van internationale telefonie en sterk verlaagde nationale internetdoorgifte. In de uren ervoor circuleerden online video’s van avondprotesten in verschillende steden; na de afsluiting nam de aanvoer van beeldmateriaal sterk af, wat verificatie bemoeilijkte. De blackout viel samen met nieuwe oproepen tot demonstraties uit de diaspora en door ex‑kroonprins Reza Pahlavi; Nederlandse en internationale media meldden avondprotesten in meerdere steden en aanhoudende repressie.
Rapportage door NetBlocks en internationale media beschreef de maatregel als een landelijke internetblokkade met zeer lage doorgiftepercentages en lokale variatie per provincie/stad. Eerder had Iran bij protesten in 2019 en 2022 ook tijdelijke internetblokkades opgelegd; in 2025 waren al regionale en landelijke afsluitingen gemeld tijdens de korte oorlog met Israël en bij onlusten in Teheran.
Volgens mensenrechtenorganisaties belemmert een internetblokkade niet alleen de informatievoorziening, maar maakt zij het ook moeilijker om onwettig geweld en mogelijke misdrijven onder internationaal recht (zoals het aanvallen van medische voorzieningen) te documenteren en te vervolgen. Tijdens de protesten van begin januari zijn door media en NGO's onder meer meldingen gedaan van een bestorming van het Imam‑Khomeini‑ziekenhuis in Ilam door veiligheidstroepen, met het inzetten van traangas en het oppakken van gewonden.
Omvang en geografie Verslaggeving en verificaties registreerden acties in tientallen tot honderden locaties; onder meer Teheran (bazaar en commerciële districten) bleef kerngebied, aangevuld door provinciale hubs. Meldingen noemen sit‑ins in Teheran en protesten in o.a. Yasuj en Sari, met confrontaties in Azna en Ilam.
11–13 januari 2026 Op 11 januari meldde HRANA dat het aantal dodelijke slachtoffers ten minste 544 bedroeg en dat er meer dan 10.681 arrestaties waren. De protesten vonden plaats op 585 locaties in 186 steden in alle 31 provincies. De internetblack-out duurde toen al ruim twee dagen, wat onafhankelijke verificatie bemoeilijkte. Politico en andere internationale media berichtten dezelfde dag over een oplopend dodental en over Amerikaanse dreigementen met vergeldingsmaatregelen als de repressie zou doorgaan.
Op 12 januari en de daaropvolgende dagen werd gesproken over honderden tot duizenden doden; de VN-mensenrechtenchef sprak zijn ‘‘afschuw’’ uit over de aanhoudende repressie en riep op tot onmiddellijke beëindiging van geweld, herstel van internettoegang en onafhankelijke onderzoeken. HRANA en ABC News meldden dat het aantal geregistreerde arrestaties en locaties verder steeg (tot 606+ protestlocaties in 187 steden) en dat er sprake was van langdurige communicatiestoringen.
13 januari 2026 Iran Human Rights en verschillende liveblogs meldden een sterke stijging in bevestigde doden, met aanwijzingen dat een groot deel daarvan tussen 8 en 12 januari viel; daarnaast verschenen berichten over dreiging van versnelde processen en executies. Tegelijkertijd wezen analyses op een ongekende mate van geweld en beperkte informatie-uitstroom door de aanhoudende internetafsluiting.
14–15 januari 2026 HRANA rapporteerde op 14–15 januari een totaal van 2.571 bevestigde doden, waaronder 2.403 demonstranten, 12 minderjarigen, 147 aan de overheid/veiligheidsdiensten gelieerde personen en 9 niet-demonstrerende burgers, plus meer dan 18.000 arrestaties en ruim 1.100 zwaar gewonden.
Slogans, actoren en dynamiek De slogans evolueerden van economische eisen naar expliciete politieke leuzen – “vrijheid”, “dood aan de dictator” – en op enkele plaatsen steunbetuigingen aan Reza Pahlavi. Analyses benadrukken dat zichtbare Pahlavi‑symboliek lokaal en ongelijk verspreid is, eerder social‑media‑gedreven dan structureel georganiseerd. Studenten en handelaren vormden drijvende krachten; er zijn ook berichten over arbeidersacties en regionale minderheden met wisselende participatie.
De geopolitieke context omvat hernieuwde VN‑sancties en spanningen na de juni‑oorlog; de regionale dynamiek met door Iran gesteunde groepen (zoals de Houthi's in Jemen) beïnvloedt het bredere krachtenveld.
Reacties De autoriteiten combineerden oproepen tot dialoog met repressie: traangas, waterkanonnen, verwondingen door rubber/metal pellets en massale arrestaties. De regering organiseerde daarnaast grote pro-regeringsbijeenkomsten in Teheran; leiders beschuldigden buitenlandse actoren en spraken van een ‘‘nationale verzetsstrijd’’ tegen ‘‘Amerikaans-Zionistische’’ inmenging. Sommige functionarissen roepen op tot terughoudendheid in reactie op de protesten.
De VN-Mensenrechtenraad en de Hoge Commissaris eisten de beëindiging van geweld, volledig herstel van internet en verantwoording voor mensenrechtenschendingen. De Amerikaanse president kondigde aanvullende druk- en handelsmaatregelen aan en hield militaire opties open; later verklaarde hij te hebben vernomen dat ‘‘executies niet zouden plaatsvinden’’ en dat het ‘‘doden’’ gestopt zou zijn, hetgeen door activisten niet werd bevestigd.
Amnesty International sprak van een ‘‘massale moordpartij’’ sinds 8 januari en riep VN-lidstaten op tot gecoördineerde actie, inclusief speciale zittingen en mogelijke doorverwijzing naar het Internationaal Strafhof.
Donald Trump beloofde de demonstranten meerdere keren hulp.Parool.nl d.d. 15 januari 2026: Trump belooft ‘hulp’ aan demonstranten Iran, maar voorlopig blijft het bij woorden Nadat onderhandelingen op niets uitliepen leidde dit uiteindelijk tot de Iranoorlog 2026.
Zie ook Iraanse diasporaprotesten (2026) Mensenrechten in Iran
Referenties
Categorie:Betoging Categorie:Opstand Categorie:Politiek in 2025 Categorie:Politiek in 2026 Categorie:Politiek in Iran Categorie:Mensenrechtenmanifestatie