Landgoed Pauwenburg (Historisch ook bekend als Oenema State) was een adellijk landgoed bij Oranjewoud, in de Nederlandse provincie Friesland.

Het landgoed maakte deel uit van het ensemble van buitenplaatsen en states dat zich vanaf de 16e eeuw ontwikkelde in en rond Oranjewoud, een gebied dat bekend kwam te staan om zijn landgoederen en adellijke en prinselijke bewoning van de Oranje-Nassau's.

De buitenplaats Pauwenburg behoort samen met Paleis Oranjewoud en Carolinenburg tot de eerste adellijke landgoederen van Oranjewoud. Toen prinses Albertine Agnes van Oranje-Nassau in 1676 landerijen in Oranjewoud kocht, bestond Pauwenburg al.

Geschiedenis Pauwenburg ontstond vermoedelijk eind 16e eeuw, begin 17e eeuw, in een periode waarin welgestelde regenten en edelen buitenplaatsen lieten aanleggen rond Oranjewoud. Dit gebied groeide uit tot een van de belangrijkste concentraties van landgoederen in Friesland, mede dankzij de nabijheid van Heerenveen en de aantrekkingskracht van het hofleven rond Paleis Oranjewoud.

Pauwenburg werd in de 17e eeuw bewoond door de adellijke familie Van Oenema. Zo rond 1640 is Jacques van Oenema eigenaar van het buitenhuis. Hij was de zoon van grietman Tinco van Oenema en zelf medeoprichter van de Opsterlandse Veencompagnie. Ook bezat hij Huize Voormeer in Heerenveen en later Oenemastate in Heerenveen.

Na de dood van Jacques van Oenema, erft zijn nicht het, Catharina van Oenema. Haar echtgenoot, Ernst van Haren (1623 - 1701) laat een nieuw buitenverblijf aanleggen. Daarna gaat de state over op Willem van Haren (1655-1728), Duco van Haren (1746-1801) en Onno Zwier van Haren (1713-1779).

De state wordt dan in de 18e eeuw verkocht aan grietman Menno Coehoorn van Scheltinga. De Coehoorn van Scheltinga's blijven de eeuwen daarna het bezit houden. Zo is in de 19e eeuw grietman Hans Willem de Blocq van Scheltinga (1802-1864) de nieuwe eigenaar. Zoals gebruikelijk werd het buitenhuis vaak niet continu bewoond. Als Hans Willem bijvoorbeeld voor zijn studie in Utrecht is, laat hij de zorg van het buitenhuis over aan vijf bedienden.

In 1841 wordt Pauwenburg flink verbouwd en verliest het de functie van buitenhuis; het wordt dan een woonhuis. In 1959 wordt het adellijke bezit door Jonkheer Martinus de Blocq van Scheltinga (1900-1961) verkocht aan een verzekeringsmaatschappij.

Het landgoed Pauwenburg beschikte als enige buiten in Oranjewoud over een 17e-eeuwse tuinaanleg in renaissance-stijl, met een indeling in kleine vakken. Op het landgoed stonden rode beuken, bonte eiken, esdoorns, iepen, zilversparren, pijnbomen en rode ceders.

In de 18e eeuw bevond zich ook een doolhof op het landgoed. Even verderop naar het oosten, bij Paleis Oranjewoud was eveneens een doolhof te vinden. Overigens bevond zich tegenover landgoed Pauwenburg het kasteeltje Carolinenburg. Prins Willem IV liet het buiten vele jaren later verbouwen tot kasteeltje voor zijn dochter, Carolina van Oranje-Nassau. De Van Harens werden regelmatig op het paleis van de Oranjes uitgenodigd.

Ook bestond er een grafkelder van de Van Scheltinga's op landgoed Pauwenburg. Deze is nog altijd zichtbaar, hoewel niet goed toegankelijk. De grafkelder was gemetseld en met aarde bedekt. De grafheuvel werd met een gracht omgeven en was via een brug bereikbaar.

Niet ver van het buitenhuis bevonden zich twee koepels. Een jachtkoepel met rieten dak, dat gebruikt werd bij jachtpartijen door de adellijke familie en hun gasten. De andere koepel leek hier sterk op. Beide zijn verdwenen kort na de openstelling van het landgoedbos.

Huidige situatie De huidige landerijen dragen nog altijd de naam Pauwenburg, maar het heeft niet meer de historische omvang. De omliggende bossen zijn tegenwoordig eigendom van Staatsbosbeheer. De historische lanen van het landgoed bestaan nog altijd, en de restanten van de grafkelder bestaan nog. In 1999 is een nieuwe woonboerderij op de plaats van de voormalige buitenplaats gebouwd.

Zie ook Oranjewoud Buitenplaats

Categorie:Oranjewoud Categorie:Landgoed in Friesland Categorie:Geschiedenis van Heerenveen