Carl Georg Röver (Lemwerder, 12 februari 1889 - Berlijn, 15 mei 1942) was een gouwleider van het gouw Weser-Ems en Rijksstadhouder van de Vrijstaat Oldenburg en Vrije Hanzestad Bremen. Hij was politicus en parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag. Leven Op 12 februari 1889 werd Röver geboren in Lemwerder, dat destijds deel uitmaakte van het Groothertogdom Oldenburg. Hij was de zoon van de verkoper en bedrijfsmanager Johann Gerhard Röver (1852–1936) en diens echtgenote Hermine Amalie Mathilde (geboortenaam Maass; 1853–1924). Na het volgen van lager en middelbaar onderwijs in Oldenburg voltooide hij een handelsopleiding bij een koffiebedrijf in Bremen. Van 1911 tot 1913 werkte Röver in een factorij in Duits-Kameroen, waar hij malaria opliep. De gevolgen van deze infectieziekte droeg hij de rest van zijn leven met zich mee.

Eerste Wereldoorlog Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Röver zich in augustus 1914 als Kriegsfreiwilliger (oorlogsvrijwilliger) bij het Deutsche Heer. Hij werd als Ersatz-Reservist ingedeeld bij de 3e compagnie van het 233e infanterieregiment. Van 1916 tot 1918 was Röver werkzaam bij de propaganda-afdeling van de Oberste Heeresleitung.Hamilton 1996, p.393. Hij werd bevorderd tot Unteroffizier (sergeant). Na zijn demobilisatie werkte hij in een administratieve functie.

Interbellum Na de oorlog werd Röver mede-eigenaar van het kledingbedrijf van zijn vader, J. Gerh. Röver, in Oldenburg. Enkele jaren later trad hij toe tot de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Nadat de NSDAP na de Bierkellerputsch was verboden, werd Röver lid van het Völkischer Block. Hij was actief als Ortsgruppenführer (plaatselijk groepsleider) van de afdeling Oldenburg. Na de opheffing van het partijverbod werd hij opnieuw lid van de NSDAP.

Van 1924 tot 1932 was Röver gemeenteraadslid in Oldenburg. Als hernieuwd NSDAP-lid werd hij benoemd tot Bezirksleiter der NSDAP (districtsleider) voor Oost-Friesland. Aansluitend werd hij gekozen tot volksvertegenwoordiger in de Landdag van Oldenburg. Op 1 oktober 1928 benoemde Adolf Hitler hem tot gouwleider van het gouw Weser-Ems, een functie die hij tot zijn dood in 1942 bekleedde.

Nadat de NSDAP bij de Duitse Rijksdagverkiezingen 1930 van 14 september 18,3 procent van de stemmen had behaald, trad Röver als NSDAP-afgevaardigde toe tot de Rijksdag.

Bij de Landdagverkiezingen in Oldenburg op 29 mei 1932 behaalde de NSDAP met 48,5 procent van de stemmen een absolute meerderheid (24 van de 46 zetels). Op 16 juni 1932 werd Röver gekozen tot minister-president van de Vrijstaat Oldenburg. Het kabinet Röver bleef in functie tot 5 of 6 mei 1933. Op 5 of 6 mei 1933 benoemde Hitler Röver tot Rijksstadhouder voor Bremen en Oldenburg. Wayback Machine: radiobremen: Röver wird Reichsstatthalter. Geraadpleegd op 7 januari 2026. In deze functie speelde hij een rol in de uitvoering van de Holocaust, aangezien hij persoonlijk het bevel ondertekende voor de deportatie van iedere Jood die tijdens zijn ambtsperiode uit Bremen werd weggevoerd.

Röver was een overtuigd antisemiet, racist en antidemocraat. Zo noemde hij het bezoek van de Afrikaanse predikant Robert Kwami op 20 september 1932 aan de Sint-Lambertuskerk in Oldenburg een „schande voor het witte ras”. Dit incident vormde het begin van de zogenoemde Kwami-affaire.

In 1936 vaardigde de Oldenburgse minister voor Kerk en Onderwijs, Julius Pauly, een decreet uit waarin werd bepaald dat kruisen uit alle staatsgebouwen, waaronder ook katholieke confessionele scholen, moesten worden verwijderd. Verontwaardigde delegaties uit het overwegend katholieke Oldenburgische Münsterland dwongen de gouwleider ertoe dit decreet weer in te trekken.

Röver stond bekend als bewonderaar van de lokale schrijver August Hinrichs. Een bijzondere interesse van Röver, zelf afkomstig uit Stedingen, was de verheerlijking en ideologische exploitatie van de Stedingense vrijheidsstrijd. Hij gaf opdracht tot de bouw van een openluchttheater in de wijk Bookholzberg van de gemeente Ganderkesee, dat de bijnaam Stedingsehre kreeg. Hier werd Hinrichs’ toneelstuk De Stedinge in 1935 en 1937 opgevoerd. Röver noemde het theater later graag het „Oberammergau van het Noorden”.

Tweede Wereldoorlog In het voorjaar van 1942 stelde Röver, met hulp van zijn secretaris Heinrich Walkenhorst, een memorandum op dat kan worden beschouwd als zijn politiek testament. Hierin schetste hij de situatie binnen de NSDAP en deed hij voorstellen voor het oplossen van interne partijconflicten, evenals voor een herstructurering van het Derde Rijk na de Tweede Wereldoorlog. Twee weken voor zijn dood verklaarde hij, kort na terugkeer uit Berlijn, tegenover zijn vrouw, zijn dochter en haar vriendin dat hij met Heinrich Himmler en Joseph Goebbels in onmin was geraakt.

“Berlin ist ein Saustall, wir werden den Krieg verlieren” – Carl Röver, 1942

“Berlijn is een zwijnenstal, we zullen de oorlog verliezen”

Begin mei 1942 werd Röver door Hitlers lijfarts Theodor Morell naar Berlijn overgebracht. Op 13 mei 1942 werd hij na opname in het Charité-ziekenhuis onderzocht door Karl Brandt en Max de Crinis, directeur van de psychiatrische en neurologische kliniek van de Charité. Na behandeling met scopolamine en morfine overleed Röver twee dagen later volgens de officiële lezing aan een longontsteking. Er deden echter ook geruchten de ronde over een mogelijke euthanasiemoord, zelfmoord of een beroerte.

De historicus Harms vermeldt als teloorgang van Röver:Wurde nervenkranker Nazi Opfer der Euthanasie?. Geraadpleegd op 14 januari 2026.

“Ein Gauleiter des Dritten Reiches, der sich bei afrikanischen Frauen mit Syphilis infiziert hatte, konnte nicht geduldet werden. Die Staatsräson machte es erforderlich, Röver schnell aus dem Verkehr zu ziehen”

“Een gouwleider van het Derde Rijk die zich bij Afrikaanse vrouwen met Syfilis had besmet, kon niet worden getolereerd. De staatsraison maakte het noodzakelijk Röver snel uit te schakelen.”

rechts|thumb|De staatsbegrafenis van Röver in de Rijkskanselarij, waarbij Alfred Rosenberg de grafrede uitsprak.

In Oldenburg werd een grote herdenkingsdienst gehouden. Op 22 mei 1942 vond in Berlijn een staatsplechtigheid plaats in de Rijkskanselarij, in aanwezigheid van Hitler; de ceremonie werd landelijk via de radio uitgezonden. Op 23 mei 1942 werd Röver begraven op de Neuen Friedhof in Oldenburg.

Paul Wegener (1908–1993) volgde Röver op als gouwleider. Victor von Podbielski nam Rövers zetel in de Rijksdag over.

In 1937 werd Röver benoemd tot ereburger van de steden Bremerhaven, Oldenburg en Melle; in 1938 volgde Jever. In 1942 werd de Heiligengeiststraße in Oldenburg hernoemd tot Carl-Röver-Straße. Na de capitulatie van Duitsland en het einde van de Britse bezettingszone in Duitsland werden de ereburgerschappen ingetrokken en werd de straatnaam in Oldenburg teruggedraaid.

Familie Op 24 december 1915 trouwde Röver in Oldenburg met Marie Hermine Tebben. Het echtpaar kreeg een dochter. In 1921 hertrouwde hij met Irma Kemmler; uit dit huwelijk werden twee zonen geboren, die beide kort na de geboorte overleden.

Carrière Röver bekleedde verschillende rangen in zowel de Deutsche Heer als Sturmabteilung. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen. Datums Deutsche Heer NSDAP Overheid Sturmabteilung NSKK Augustus 1914 Kriegsfreiwilliger — — — — 1915 UnteroffizierFührerlexikon 1934, p.392. — — — — 1924 — — Stadtrat — — 6 april 1925 — Ortsgruppenleiter der NSDAP — — — 1 juli 1927 — Bezirksleiter der NSDAP — — — 1 oktober 1928Höffkes 1986, p.275. — Gauleiter der NSDAP — — — 16 juni 1932 — — Ministerpräsident — — 20 april 1935 — — — — NSKK-Gruppenführer — Gauehrenführer der Reichsarbeitsdienst — — — 9 november 1938 — — — SA-Obergruppenführer — 30 januari 1939 — — — — NSKK-Obergruppenführer Lidmaatschapsnummer NSDAP-nr.: 10.544 (lid geworden 1923Miller 2017, p.402.Stockhorst 2000, p.350.Klee 2021, p.504., hernieuwd lid 13 juli 1925Miller 2017, p.403.)

Onderscheidingen Selectie: Gouden Ereteken van de NSDAPWayback Machine: Axis Biographical Research: NSDAP, ALPHABETICAL LISTING OF GAULEITER (R - Z), RÖVER, Karl. Geraadpleegd op 13 januari 2026. Kruis voor Oorlogsverdienste, 2e Klasse Dienstonderscheiding van de NSDAP in goudMiller 2017, p.406. Gauehrenzeichen

Externe link Akten der Reichskanzlei: Carl Röver Radio Bremen: Staatsakt in der Reichskanzlei zum Tode von Carl Röver, 22 mei 1942.

Zie ook Kabinet Röver Lijst van gouwleiders

Röver Röver Röver Röver Röver Röver Röver Röver