Gillis I Berthout met den BaardIn 1303 of 1304 wordt hij “her Gileys Berthaut gheheeten metten barde” genoemd in een document van Floris Berthout (, Les seigneuries du pays de Malines, Berlaer et ses seigneurs: notice historique sur la commune de Berlaer, Antwerpen, 1889, p. 11). (1175/1180, Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen, in Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3 (1944), p. 9.–18 februari 1241AA Bornem. Hss., nr. 419, p. 26; Henricus, Vita venerabilis Idae Lovaniensis, p. 181 : "Est monasterium ordinis Cisterciensis, cui Vallis Rosarum est vocabulum, in Brabantie partibus ab illustri quodam viro, descendente de nobili prosapia Machliniensium dominorum, Egidio nomine, beate Marie semper Virginis in honore fundatum, et iuxia vicum Walem appellatum ab indigenis, in ripa Nethe fluminis aptissime situatum." , Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen, in Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3 (1944), p. 36. , Gillis Berthout en de eerste heren van Berlaar, Geel en Duffel, in Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen 56 (1952), p. 40.) was een edelman die meevocht in de Vijfde Kruistocht, erfelijk kamerheer van het graafschap Vlaanderen en een ridder van de Duitse Orde. Hij was de stichter van de abdij van Rozendaal.

Leven Gillis was de zoon van Wouter II Berthout en Guda van Loon, dochter van graaf Lodewijk I van Loon. De familie Berthout bezat gronden in Mechelen en in het markgraafschap Antwerpen.

Omstreeks 1200 werd hij heer van Keerbergen, Berlaar, een deel van Geel, Ouwen (Grobbendonk), Broechem, Vremde en Millegem.

Rond 1205 trouwde hij met de Vlaamse adellijke weduwe Catherina van Belle, dochter van Gerard, burggraaf van Oudenburg,Akte van 1204 (DiBe 15756). en weduwe van Boudewijn van Grammene., Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, p. 308. Zij hadden twee zonen, Gillis II Berthout (die heer van Berlaar zou worden; 1227 - januari 1236) en Lodewijk I Berthout van Berlaer (ca. 1233 - 1270/1271), en minstens twee dochters, Elisabeth Berthout en Oda Berthout.

Namens zijn vrouw en stiefkinderen (Eustaas III van Grammene en Gerard van Grammene) bekleedde Gillis vanaf 1206 het erfelijke kamerheerschap van Vlaanderen en bestuurde hij de heerlijkheden Leffinge, Lichtervelde en Oudenburg.

Vanaf 1207 diende hij de belangen van koning Jan zonder Land van Engeland en ontving hij regelmatige betalingen van hem en bezocht hij diens hof.Document van 8 oktober 1207 (DiBe 14020). , Die Englische Rente für den Deutschen Orden, in Festschrift für Herman Heimpel zum 70. Geburtstag am 19 September 1971, II, Göttingen, 1972, pp. 402-421, hier pp. 403-404. Hij heeft mogelijk meegevochten in de slag bij Bouvines., Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen (Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3), Antwerpen, 1944, p. 20.

In 1219 sloot hij zich samen met zijn vrouw aan bij de Vijfde Kruistocht en nam deel aan het Beleg van Damietta.

Hij was in 1221 terug in Vlaanderen. In 1227 stichtte hij de abdij van Rozendaal voor zijn dochters.Oorkondes uit 1227 waarin Gillis I Berthout de tienden van Slijpe (DiBe_27209), Berlaar en Geel (DiBe_18192) schenkt aan de abdij van Rozendaal.

Hij trad in 1229 toe tot de Duitse Orde, waarbij hij het erfgoed van zijn stiefkinderen aan de Duitse Ridders overdroeg., art. Berthout, Gillis (I), in Nationaal Biografisch Woordenboek 14 (1992), coll. 44-49; , Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, pp. 306-310.

Noten

Bronnen

Referenties , art. Berthout, Gillis (I), in Nationaal Biografisch Woordenboek 14 (1992), coll. 44-49. , Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, pp. 306-310. , Les seigneuries du pays de Malines, Berlaer et ses seigneurs: notice historique sur la commune de Berlaer, Antwerpen, 1889. , Gillis Berthout en de eerste heren van Berlaar, Geel en Duffel, in Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen 56 (1952), pp. 24-45. , Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen (Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3), Antwerpen, 1944. Categorie:Huis Berthout Categorie:Heer van Berlaar Categorie:Heer van Geel Categorie:Heer van Keerbergen Categorie:Kruisvaarder Categorie:Kamerling van Vlaanderen