Leucitiet is een fijnkorrelig stollingsgesteente met een silica-onderverzadigde, alkalirijke en ultramafische samenstelling. Het is een soort foidiet die gekenmerkt wordt door de veldspaatvervanger (foïde) leuciet. Daarnaast bevat leucitiet ook het mineraal pyroxeen.
In de IUGS-classificatie is leucitiet een gesteente waarvan de modale mineralogie ten minste voor 90% uit veldspaatvervanger bestaat, waarbij leuciet domineert.Le Maitre et al. (2002) De rest van het volume bestaat grotendeels uit clinopyroxeen (vooral augiet). Ook kunnen nefelien, olivijn, meliliet en veldspaat aanwezig zijn. Gesteente dat tussen 60-90% veldspaatvervangers bevat is fonolitisch, tefritisch of basanitisch leucitiet: fonolitisch leucitiet heeft meer sanidien dan plagioklaas; tefritisch leucitiet heeft meer plagioklaas dan sanidien en bevat minder dan 10% olivijn; basanitisch leucitiet heeft meer plagioklaas dan sanidien en bevat meer dan 10% olivijn. Bij minder dan 60% veldspaatvervanger kan de aanwezigheid van leuciet nog steeds in de naam van gesteente kenbaar worden gemaakt door de mineraalnaam als voorvoegsel te gebruiken, bijvoorbeeld "leuciet-basalt" voor basalt waarin leuciet voorkomt.
Leucitiet heeft een afanitische of porfiritische textuur en daarom een vulkanische of hypabyssale oorsprong: het ontstond door het stollen van magma of lava aan of nabij het aardoppervlak.
Zie ook lamproiet melilitiet kamafugitische serie
Categorie:Stollingsgesteente