miniatuur miniatuur miniatuurHet Schuttershof is een historisch complex in Gent, gelegen aan de Sint-Antoniuskaai.
Het complex omvatte meerdere gebouwen rond het centrale binnenhof, waaronder het Schuttershuis, kapellen, een pastorij en verschillende bijgebouwen. Vandaag zijn vele van die bijgebouwen verdwenen door afbraakwerken in de jaren 1990, waardoor vooral de monumentale kern is overgebleven: het Schutterhuis. Het huis kende door de eeuwen heen verschillende functies: van een gildehuis tot een klooster, een kazerne, een hospitaal en een private residentiële functie. De huidige vorm is het resultaat van een lange bouw- en verbouwgeschiedenis die teruggaat tot de 17de eeuw.
Geschiedenis In 1644 werd de eerste steen gelegd van wat toen het gildehuis van de schuttersgilde zou worden. Het gebouw bestond uit een schietbaan, een gildekamer en verschillende bijgebouwen, gegroepeerd rond een open terrein. Langs de Lieve werd de schietbaan ingericht, wat het complex een duidelijke relatie gaf met de waterloop en de stadsrand van die tijd. Rond 1651 werd een oude muur langs de Lieve afgebroken en vervangen door een nieuwe muur die speciaal werd gebouwd in functie van de schietbaan. In 1656 werd het zogenaamde “schiethuis” aangebouwd, waarin ondersteunende functies voor de schutters waren ondergebracht.
In 1670 werd het complex zwaar getroffen door blikseminslag en brand, waarbij onder meer het dak van de toren en verschillende kamers werden vernield. De herstellingen namen meerdere jaren in beslag. Enkele jaren later, in 1678, werd het complex ingericht als kazerne ten gevolge van de Franse bezetting. Daarbij werden metselwerken, vloeren, ovens en trappen toegevoegd en werden gevels en binnenruimtes gewit om ze geschikt te maken voor militair gebruik.
In 1687 werden stallingen rond de schuttersbaan aangebouwd, wat wijst op een intensiever gebruik met paarden, en werden nieuwe loden goten geplaatst om de afwatering te verbeteren.
In de loop van de 18de eeuw werd het gebouw meermaals aangepast aan veranderende noden. In 1757 werd de gildezaal horizontaal opgesplitst, waardoor het oorspronkelijke ruimtelijke karakter verloren ging. In 1762 werd een extra verdieping in het dak toegevoegd. Midden 18de eeuw werd het complex ook gebruikt als hospitaal, wat opnieuw ingrijpende aanpassingen aan de interne indeling met zich meebracht.
In 1809 werd het schuttershuis ingericht als klooster-bejaardentehuis voor een religieuze gemeenschap. Het complex kreeg daarmee een uitgesproken religieuze en zorgfunctie. In 1821 startte een grote verbouwing met nieuwe trappen en een aangepaste indeling. De pastorij werd gebouwd, de traptoren werd gesloopt en in 1827 werd de grote kapel gebouwd, gewijd aan Sint-Vincentius a Paulo. In 1848 volgde de kleine neogotische kapel, wat het religieuze karakter van de site verder versterkte.
In 1854 werden een nieuwe toren, een orgel en een preekstoel geplaatst. Later in de eeuw verdwenen verschillende decoratieve elementen van de voorgevel, waaronder kanonnen, geweren en wapenschilden, waardoor het gebouw zijn uitgesproken gilde-identiteit gedeeltelijk verloor.
In 1943 werd het volledige Schuttershof beschermd als monument, samen met andere belangrijke Gentse gebouwen zoals onder meer ’t Toreken, de Bijlokeabdij, de Sint-Pietersabdij, het Vleeshuis en het Stadsarchief. In 1949 vond een restauratie plaats waarbij de voorgevel en de gewelven werden ontpleisterd om het oorspronkelijke materiaal opnieuw zichtbaar te maken.
Na 1955 verliet de religieuze congregatie het pand en verloor het complex zijn kloosterfunctie. Daarna werd het gebruikt door verschillende administratieve diensten.
In 1992 vertrok de Dienst Politieke Vluchtelingen (OCMW) en kwam het gebouw leeg te staan, wat een periode van verval inluidde.
In 1994 kwamen het Schuttershof en de pastorij in handen van NV ’t Gravensteen en werd ook architectenbureau Debrock-Wynants er gevestigd.
In 1995 startten omvangrijke afbraakwerken rond de centrale binnenkoer, met behoud van het Schuttershuis, de pastorij en de grote kapel. Een groot deel van de secundaire bebouwing verdween daarbij.
Eind 1997 begon een nieuwe restauratiefase met als doel twee kantoren en zes luxe-appartementen in te richten, waarmee het complex voor het eerst in 350 jaar tijd een private residentiële functie kreeg.
Architectuur en stijl Het Schuttershof heeft in zijn kern een renaissancekarakter, dat vooral zichtbaar is in de oorspronkelijke structuur van het gildegebouw en de opbouw rond de gildekamer. Deze basis werd door de eeuwen heen sterk aangepast, waardoor het complex vandaag geen stijlzuiver geheel vormt maar een samenstelling is van verschillende bouwfasen.
Latere verbouwingen voegden barokelementen toe aan gevels en interieurs. In de 19de eeuw kwamen daar nieuwe bouwdelen bij met een eerder functionele vormgeving. De kleine kapel, gebouwd in 1848, was uitgevoerd in een vroeg neogotische stijl en vormde stilistisch een duidelijk contrast met de oudere delen van het complex, maar werd bij de afbraakwerken in de jaren 1990 gesloopt en bestaat vandaag niet meer.
De oorspronkelijke gildekamer was een grote, hoge ruimte. In 1757 werd deze horizontaal opgesplitst, waardoor het oorspronkelijke ruimtelijke karakter grotendeels verloren ging. Ook andere delen van het interieur werden herhaaldelijk aangepast aan wisselende functies zoals kazerne, hospitaal en klooster.
De voorgevel was oorspronkelijk rijk gedecoreerd met elementen die verwezen naar de schuttersgilde, waaronder kanonnen, geweren en wapenschilden. In de 19de eeuw werden veel van deze decoraties verwijderd, waardoor het gebouw een minder uitgesproken gildekarakter kreeg.
Wat materiaalgebruik betreft bestaat het complex hoofdzakelijk uit baksteen, met natuursteen voor bouwkundige details zoals lijsten en sokkels. In 1687 werden loden goten geplaatst. Gevels en interieurs werden in de loop van de tijd meermaals witgekalkt, onder meer bij de inrichting als kazerne in 1678. Tijdens een restauratie in 1949 werden gevels en gewelven ontpleisterd om het oorspronkelijke materiaal opnieuw zichtbaar te maken.
De grote kapel uit 1827 heeft een sobere 19de-eeuwse religieuze vormgeving. Samen met de verdwenen kleine kapel illustreert zij hoe nieuwe functies telkens nieuwe architecturale lagen toevoegden aan het bestaande geheel.
De pastorij werd gerestaureerd met bijzondere aandacht voor de bewaarde empire-profielen in deuren, omlijstingen en lijstwerk, die wijzen op een vroege 19de-eeuwse Empirestijl, rond 1800–1820, in de tijd van Napoleon. Daarnaast werden historische plafondschilderingen geconserveerd en waar nodig geretoucheerd, zodat het oorspronkelijke decoratieve karakter van de ruimte opnieuw leesbaar werd.
Erfgoed Sinds 3 september 1943 is het volledige Schuttershof beschermd als monument, wegens zijn historische, architecturale en stedenbouwkundige waarde, samen met andere belangrijke Gentse gebouwen zoals: Het Toreken, De Bijlokeabdij, De Sint-Pietersabdij, Het Stadsarchief, Het Vleeshuis, Jezuïetenklooster en Grote en Kleine Sikkel.
De bescherming geldt voor zowel gevels als structuren, binnenruimten en de historische samenhang van het geheel.
Bronvermelding Bert Monnoye, Het Schuttershuis: Historisch en bouwhistorisch onderzoek. Een visie over de renovatie. Aanpak van de restauratie (Gent, 1998).
Categorie:Bouwwerk in Gent