De Wederopbouwboerderij Meijering is een provinciaal monument aan de Stationsstraat 1 in het Drentse dorp Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe). De boerderij werd in 1948 gebouwd ter vervanging van een historische voorganger die tijdens de bevrijding in april 1945 werd verwoest. Het pand is een representatief voorbeeld van de naoorlogse modernisering in de landbouwarchitectuur onder regie van het Bureau Wederopbouw Boerderijen. Geschiedenis Voorgangers
De locatie aan de Stationsstraat kent een bewogen geschiedenis van brand en herbouw. De oorspronkelijke boerderij op deze plek werd in 1863 gebouwd door de broers Willem en Hendrik Eleveld. Slechts dertien jaar later, in 1876, werd het pand door brand verwoest, waarna het opnieuw werd opgebouwd. Vernietiging in 1945
In 1945 werd de boerderij bewoond door Otte Meijering en zijn gezin. Tijdens de bevrijding van Hooghalen op 12 april 1945 kwam het pand in het directe schootsveld te liggen van de Canadese troepen, die vanuit het zuiden vuurden op Duitse eenheden die zich achter de nabijgelegen spoorlijn verschansten. Terwijl het gezin Meijering in de kelder schuilde voor het oorlogsgeweld, vatte de boerderij vlam en brandde volledig af. Het was een van de circa twintig Saksische boerderijen in Hooghalen die die dag verloren gingen. Herbouw en bewoning
Na de oorlog werd in het kader van het Wederopbouwplan Hooghalen besloten tot herbouw. De huidige boerderij werd in 1948 opgeleverd. Hoewel de nieuwe boerderij moderner was ingericht, was deze aanzienlijk kleiner dan het imposante pand dat in de oorlog verloren was gegaan.
Jantje Meijering, de ongetrouwde dochter van Otte die de brand in de kelder zelf had meegemaakt, bleef haar hele leven op de boerderij wonen. Zij overleed in 2011 op 93-jarige leeftijd, waarna het pand voor het eerst in lange tijd van eigenaar wisselde. De boerderij is in de loop der jaren nauwelijks veranderd, waardoor zowel het interieur als de erfaanleg een hoge mate van authenticiteit bezitten. Architectuur
De boerderij is ontworpen door de lokale architect Arend Hidding (1893-1952). Hidding was verantwoordelijk voor een groot deel van de dertien wederopbouwboerderijen in Hooghalen. Zijn werk is herkenbaar aan specifieke stijlelementen, zoals de gebogen muur met een poortachtige deur die het voorhuis met de varkensschuur verbindt. Exterieur
Het pand is opgetrokken uit grijze Waalsteen op een trasraam van donkere Waalklinkers. Het hoofdgebouw heeft een asymmetrische opzet met een eenzijdige krimp en is gedekt met een rieten schilddak met wolfseinde. De losstaande varkensschuur is voorzien van blauwe verbeterde Hollandse pannen. Opvallend zijn de prefab betonnen stalramen met ventilerende onderdorpels, een kenmerk van de hygiënische verbeteringen die de wederopbouwperiode voorschreef. Interieur en indeling
De boerderij weerspiegelt de overgang van traditionele naar rationele landbouw:
Woongedeelte: Bevat een woonkamer, zithoek, keuken en slaapkamer op de begane grond, met drie extra slaapkamers en een badkamer op de zolderverdieping. Dit was een vernieuwing ten opzichte van de oude situatie waar men vaak in bedsteden sliep.
Bedrijfsgedeelte: De schuur bood plaats aan circa negen koeien, twee paarden en een kalverenbox. De constructie bestaat uit een combinatie van een traditioneel houten gebint en moderne staande balken van gewapend beton.
Monumentale waarde
De boerderij is aangewezen als provinciaal monument vanwege:
De cultuurhistorische waarde als symbool van de oorlogsgeschiedenis in Drenthe en de daaropvolgende wederopbouwperiode.
De architectuurhistorische waarde door het innovatieve gebruik van materialen (beton) en de herkenbare stijl van architect Hidding.
De ensemblewaarde als onderdeel van de unieke cluster van wederopbouwboerderijen in Hooghalen.
De gaafheid van het ontwerp, waarbij de authentieke kleuren (groen op de deuren, wit op de kozijnen) en de oorspronkelijke indeling bewaard zijn gebleven. Zie ook Lijst van provinciale monumenten in Drenthe
Categorie:Bouwwerk in Midden-Drenthe Categorie:Provinciaal monument in Drenthe