August Essenwein, voluit August Ottmar Ritter von Essenwein (Karlsruhe, 2 november 1831 − Neurenberg, 13 oktober 1892) was een Duits architect, architectuurhistoricus en kunsthistoricus. Vanaf 1866 was hij de eerste directeur van het Germanisches Museum in Neurenberg, dat in 1871 werd omgedoopt tot het Germanisches Nationalmuseum.

Levensloop August Essenwein studeerde van 1847 tot 1852 aan de Polytechnische School in zijn geboortestad Karlsruhe, nu het Karlsruher Institut für Technologie, waar hij lid was van de studentenvereniging Germania (nu Teutonia). Vervolgens maakte hij uitgebreide studiereizen naar Berlijn, Keulen, Wenen en Parijs. Van 1853 tot 1856 werkte hij als architect in Karlsruhe. In deze periode schreef hij een boek over baksteenarchitectuur in Noord-Duitsland in de middeleeuwen, geïllustreerd met 36 platen.

In 1856 verhuisde hij naar Wenen en trad daar in dienst van de staatsspoorwegen. Naast zijn werk wijdde hij zich aan kunsthistorische studies. Hij schreef diverse artikelen voor het blad Mitteilungen der k.k. Zentralkommission, ontwierp verschillende gebouwen, vooral in neoromaanse stijl, en was actief in de kunstsector. In 1864 werd hij gekozen tot lid van de stadsbouwcommissie van Graz en een jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit Graz. Daar publiceerde hij in 1867 een boek over de middeleeuwse monumenten van Krakau.

thumb|220px|Tekening van het Germanisches Museum door Essenwein (1884) In 1866 werd hij benoemd tot eerste directeur van het in 1852 opgerichte Germanisches Museum in Neurenberg. Als directeur was hij zeer actief. In korte tijd wist hij de museumcollectie aanzienlijk uit te breiden, waardoor het museum een goede reputatie kreeg. Hij verlegde de focus van het museum van een bewaarplaats van primaire bronnen naar een collectie van kunsthistorische en cultuurhistorische artefacten. Hij publiceerde verschillende korte werken over het museum in het algemeen, enkele gespecialiseerde catalogi over de verschillende afdelingen van het museum, en daarnaast talrijke korte artikelen in de Anzeiger für Kunde der deutschen Vorzeit (tijdschrift voor de studie van de Duitse prehistorie).

Essenwein was nauw betrokken bij de uitbreiding van het kartuizerklooster in Neurenberg, het voormalige kloostercomplex waarin het Germanisches Museum was gevestigd. Daarnaast hield hij zich bezig met de restauratie van historische gebouwen, muurschilderingen, glas-in-loodramen, orgels en soms de complete inrichting van kerken, zoals bij de Grote Sint-Martinuskerk in Keulen, waarvan hij de herinrichting tot in detail begeleidde. In Bonn trad hij op als adviseur bij de restauratie van het Bonner Munster. In Neurenberg adviseerde hij bij het herstel van het ingangsportaal en het orgel van de Sint-Laurentiuskerk.

Essenwein overleed op zestigjarige leeftijd in Neurenberg. Zijn graf bevindt zich op de begraafplaats Johannisfriedhof in Neurenberg.

Een deel van zijn geschreven nalatenschap wordt bewaard in het Germanisches Nationalmuseum.

Werken (Selectie) thumb|220px|Ontwerptekening hoogaltaar Sint-Servaaskerk, Maastricht (ca. 1880), door Essenwein i.s.m. Pierre Cuypers Gebouwen 1862–1879: restauratie van de romaanse Sint-Jacobskerk van Lébény (West-Hongarije); interieur: 1862–1865, exterieur: 1872–1879 1864: ontwerp Sint-Severinuskerk in Aken-Eilendorf (met Heinrich Wiethase) vanaf 1866: diverse verbouwingen en uitbreidingen van het Germanisches Nationalmuseum in Neurenberg vanaf 1878: restauratie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (Frauenkirche) in Neurenberg (o.a. beeldenportaal en orgel) 1885–1889: zgn. Essenweinbau, nieuwbouwvleugel raadhuis van Neurenberg met stadhuistoren (verwoest in 1944/45, resten gesloopt in 1951 voor een aangepaste reconstructie en herinrichting van het plein) 1886: Tucher-mausoleum in Simmelsdorf

Kerkinterieurs voor 1869: ontwerp voor drie koorramen in de oostelijke apsis, Grote Sint-Martinuskerk in Keulen (verwoest) 1874: ontwerp voor de preekstoel, Heilige Maria in het Capitool in Keulen voor 1875-1889: ontwerp voor drie ramen in de noordelijke apsis, Grote Sint-Martinuskerk in Keulen (verwoest) ca. 1877: ontwerp voor drie westelijke ramen, Grote Sint-Martinuskerk in Keulen (verwoest) 1878-1882: ontwerp voor het hoogaltaar, Heilige Maria in het Capitool in Keulen ca. 1880: ontwerp voor het hoogaltaar van de Sint-Servaaskerk in Maastricht (in samenwerking met Pierre Cuypers; uitgevoerd door de Akense edelsmeden August en Bernhard Witte) (1985): Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel, p. 400. Zentralinstitut für Kunstgeschichte, München. . 1884-1887: ontwerp voor een vloermozaïek, Dom van Keulen 1885: ontwerp voor een vloermozaïek (uitgevoerd door Villeroy & Boch), Grote Sint-Martinuskerk in Keulen voor 1887: ontwerp voor de muur- en gewelfschilderingen, Dom van Königslutter

Bibliografie 1855–1856: Norddeutschlands Back-Steinbau im Mittelalter. Karlsruhe (online tekst) 1859: 'Die Entwicklung des Pfeiler- und Gewölbesystemes in der kirchlichen Baukunst vom Beginne des Mittelalters bis zum Schlusse des XIII. Jahrhunderts', in: Jahrbuch der kaiserl. königl. Central-Commission zur Erforschung und Erhaltung der Baudenkmale, nr. 3, pp. 1–104 1861: 'Die Capelle des Heil. Johannes des Täufers, genannt Capella Speciosa zu Klosterneuburg', in: Berichte und Mittheilungen des Alterthums-Vereins zu Wien, nr. 5, pp. 1–44 1867: Die mittelalterlichen Kunstdenkmale der Stadt Krakau. Neurenberg 1872–1877: Quellen zur Geschichte der Feuerwaffen. Uitgave van het Germanisches Museum. Leipzig (online afbeeldingen) 1874: Die Holzschnitte des 14. und 15. Jahrhunderts im Germanischen Museum. Germanisches Nationalmuseum, Neurenberg 1877: Kunst- und kulturgeschichtliche Denkmale des Germanischen Nationalmuseums. Germanisches Nationalmuseum, Neurenberg 1884: Das germanische Nationalmuseum, dessen Sammlungen, sowie der Bedarf zur programmgemäßen Abrundung derselben. Germanisches Nationalmuseum, Neurenberg (online tekst). 1884: Bilderatlas zur Kulturgeschichte; Mittelalter. Leipzig 1889: 'Die Kriegsbaukunst', in: Handbuch der Architektur, volume 2: Die Baustile. Historische und technische Entwicklung, deel 4: Die romanische und die gothische Baukunst. Arnold Bergsträsser, Darmstadt (online tekst).

Categorie:Duits architect Categorie:Duits kunsthistoricus Categorie:Duits museumdirecteur