Het Zentralinstitut für Kunstgeschichte (ZI) (Nederlands: Centraal Instituut voor Kunstgeschiedenis) is een onafhankelijk kunsthistorisch onderzoeksinstituut in de Duitse stad München. Het instituut is gevestigd in het voormalige administratiegebouw van de NSDAP nabij de Königsplatz.
Geschiedenis Het Zentralinstitut für Kunstgeschichte werd opgericht in november 1946 en begon zijn werkzaamheden in maart 1947. Het instituut werd gevestigd in een pand met een beladen geschiedenis aan de Königsplatz, een voormalig gebouw van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). In juni 1945 was in dit gebouw door het Amerikaanse militair bestuur het Munich Central Collecting Point gevestigd. De missie van deze instelling was het teruggeven aan de rechtmatige eigenaren van geroofde kunst, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het nationaal-socialistische regime in heel Europa in beslag was genomen.
Het Zentralinstitut startte zijn activiteiten op 1 maart 1947 onder leiding van operichter en eerste directeur Ludwig Heinrich Heydenreich (1903-1978). Na zijn pensionering in 1970 werd Willibald Sauerländer (1924-2018) zijn opvolger als tweede directeur van het ZI. Deze werd in 1991 opgevolgd door Wolf Tegethoff (*1953). In 2015 werd Ulrich Pfisterer benoemd tot mededirecteur van het instituut. Eind 2017 trad Tegethoff terug, waarna Pfisterer alleen directeur van het ZI was.
Huisvesting Het instituut is gevestigd in het Haus der Kulturinstitute, een historisch pand aan de Königsplatz. Het gebouw werd in 1934 opgetrokken op de plaats van het een jaar eerder gesloopte Palais Pringsheim, nadat de Joodse eigenaar daarvan gedwongen was afstand te doen van zijn bezit. De door Hitler geprezen architect Paul Ludwig Troost ontwierp het huidige gebouw in neoclassicistische stijl. Het representatieve gebouw diende van 1935 tot 1945 als administratie- en ontvangstgebouw van de NSDAP. Aan de overkant van de Brienner Straße bevindt zich de symmetrisch gebouwde Führerbau, waarin tegenwoordig de Hochschule für Musik und Theater München is gevestigd.
In het Haus der Kulturinstitute zijn naast het Zentralinstitut für Kunstgeschichte twee kunsthistorische instituten van de Ludwig Maximilians-Universiteit gevestigd, alsmede directiekantoren van enkele nabije musea. In het gebouw zijn tevens twee belangrijke museale collecties ondergebracht: een verzameling gipsafgietsels (Museum für Abgüsse Klassischer Bildwerke) en een prentencollectie (Staatliche Graphische Sammlung). Het Haus der Kulturinstitute is onderdeel van het Kunstareal München, waar een groot aantal kunstmusea en -verzamelingen bij zijn aangesloten.
Organisatie Het Zentralinstitut für Kunstgeschichte wordt ondersteund door het Beierse ministerie van Wetenschap, Onderzoek en Kunst en staat onder toezicht van een internationale raad van toezicht. Het profileert zich zowel als centrum voor academische uitwisseling als platform voor internationale ontmoetingen op het gebied van kunstgeschiedenis. Het organiseert lezingen en symposia en geeft diverse kunsthistorische publicaties uit, zoals het Reallexikon zur Deutschen Kunstgeschichte, het RIHA Journal en de Kunstchronik. Dat laatste is een kunsttijdschrift met artikelen over museologische onderwerpen, belangrijke tentoonstellingen en kunsthistorische conferenties, en het behoud van monumenten en historische gebouwen.
thumb|Circa 900.000 mediabestanden Het instituut beheert tevens een van 's werelds meest omvangrijke kunstbibliotheken, met anno 2024 meer dan 650.000 boeken, 1200 actuele tijdschriften, meer dan 75.000 veilingcatalogi en een uitgebreide collectie foto's van kunstwerken. De collectie van de bibliotheek is gecatalogiseerd via een gezamenlijke OPAC-catalogus, Kubikat, in samenwerking met drie Duitse kunsthistorische instituten in het buitenland: het Kunsthistorisches Institut in Florence, de Bibliotheca Hertziana in Rome en het Deutsches Forum für Kunstgeschichte in Parijs. Kubikat bevat niet alleen losse boeken, maar ook artikelen.
Het fotoarchief (Photothek) van het ZI is met circa 900.000 mediabestanden een van de grootste studiecollecties over Europese kunstgeschiedenis, van de vroege middeleeuwen tot de 21e eeuw. De collectie, die vrij toegankelijk is voor alle bezoekers, is onderverdeeld in vijf secties: 'Topografie' (architectuur en stedenbouw, alfabetisch geordend op land en stad); 'Kunstenaars' (beeldende kunst, alfabetisch geordend op naam); 'Museumtopografie' (anonieme werken in collecties, alfabetisch geordend op locatie); 'Verluchte manuscripten' (op locatie); en 'Decoratieve kunsten' (op materiaal en bewaarplaats). Naast circa 770.000 zwart-witafdrukken, waaronder vele historisch waardevolle foto's uit de tweede helft van de 19e eeuw, bevat het fotoarchief een groot aantal kleurendia's en negatieven, waarvan de meeste ook digitaal beschikbaar zijn. Talrijke kunstwerken die tentoongesteld werden op de Große Deutsche Kunstausstellung (1937-1944), die het vervolg was op de Entartete Kunst-tentoonstelling, werden na 1945 niet meer getoond of gereproduceerd. Sinds oktober 2011 maakt het ZI deze werken online toegankelijk om het maatschappelijk en kunsthistorisch debat te bevorderen. Daarnaast richt de afdeling Photothek/Sammlung zich op bronmateriaal met betrekking tot de kunsthandel, dat van bijzonder belang is voor herkomstonderzoek en onderzoek naar de kunstmarkt.
Zie ook Kunsthistorisch Instituut (Utrecht) Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Warburg Institute
Categorie:Onderzoeksinstituut in Duitsland Categorie:Kunstgeschiedenis Categorie:Bouwwerk in München