De boerderij Witterhaar 13, ook: Smeenge- of Rebberserve in Witten (nabij Assen) was een monumentale boerderij met een geschiedenis die meer dan vijf eeuwen overspande. Tot aan de verwoestende brand in begin 2025 gold het pand als een van de oudste en meest waardevolle voorbeelden van het Drentse boerderijtype. Geschiedenis en bouwfasen
De oorsprong van de boerderij gaat terug tot de late middeleeuwen. Dendrochronologisch onderzoek op het hout van de ankerbalkgebinten heeft aangetoond dat de oudste balken al in 1487 gekapt zijn. De eigenlijke bouw vond waarschijnlijk plaats rond 1490. Vermoedelijk was de boerderij in die begintijd een kloosterboerderij.
In de loop der eeuwen onderging het pand verschillende verbouwingen:
omstreeks 1640: Het bedrijfsgedeelte werd vernieuwd, wat blijkt uit de datering van de gebinten in dit deel.
18e eeuw: Het uiterlijk van de boerderij werd voor een belangrijk deel bepaald door aanpassingen in deze periode.
19e eeuw: Na een reorganisatie van de bebouwde kom van Witten rond 1800 door mr. Petrus Hofstede kwam de boerderij verder van de weg te liggen. In 1822 stond het erf bekend onder de naam "Rebbers erve".
20e eeuw: Na 1960 werd een schuur die evenwijdig voor het huis stond afgebroken. Later werd de boerderij verbouwd tot woonhuis, waarbij de oorspronkelijke indeling grotendeels verdween.
Architectuur en kenmerken
Het pand was een hallehuisboerderij van het middenlangsdeeltype met een achterbaander. Ondanks de vele wijzigingen was de hoofdvorm door de eeuwen heen vrijwel intact gebleven.
Kenmerkende elementen waren:
Metselwerk: In de muren bevonden zich rode kloostermoppen, met name in het onderste deel van de langgevel. De rest van de gevels was opgetrokken in handvormsteen.
Dak: Een concaaf gewelfd schild-/zadeldak gedekt met riet, voorzien van een uilegat met toef boven de baander.
Gevels: De voorgevel was een puntgevel met vlechtingen en kleine keperboogvensters in de top. De achtergevel had een diepliggende baander met onderschoer.
Erf: De boerderij was omgeven door een bestrating van veldkeien. Voor de kopgevel stonden twee karakteristieke leilinden.
Eigendom
De eigendomsgeschiedenis van de boerderij weerspiegelt de historische ontwikkeling van de marke Witten:
Klooster Maria in Campis: In de vroege periode was het erf in bezit van de Abdij van Assen (het convent Maria in Campis). Tegen 1556 was de abdij eigenaar van de gehele marke.
Landschap Drenthe: Na de Reformatie gingen de bezittingen van het klooster na de secularisatie in 1602 over naar de Landschap Drenthe.
Petrus Hofstede: Rond 1800 kwam de marke Witten in handen van de bekende gouverneur Petrus Hofstede, die een grote invloed had op de inrichting van Witten.
Coenraad Wolter Hofstede: Na Petrus Hofstede ging het bezit over op zijn zoon, Coenraad Wolter Hofstede.
Heemskerk: Na de familie Hofstede was de boerderij korte tijd in het bezit van de heer Heemskerk.
Familie van der Wijck: In 1825 werd de marke eigendom van Hendrik Jan Leopold van der Wijck. Na zijn dood en de verdeling van de erfenis in 1862 werd jonkvrouw Petronella Adamina Geertruida van der Wijck (1838-1900) eigenaresse van de boerderij. Zij was gehuwd met Frederik Marie Graevestein van Heyst, notaris te Meppel en later te Zutphen.
Johannes Hoekstra: Toen Graevestein van Heyst in 1901 stierf, werd de boerderij verkocht aan Johannes Hoekstra en consorten, waarmee het bezit van de familie van der Wijck eindigde.
Monumentale waarde
De boerderij was een gemeentelijk monument van de gemeente Assen. Het werd gewaardeerd vanwege de grote cultuurhistorische waarde als een goed en in grote lijnen vrij gaaf en herkenbaar voorbeeld van een oud Drents boerderijtype dat direct voortkwam uit het los hoes. Het had tevens architectuurhistorische waarde als karakteristiek specimen van de traditionele landelijke bouwkunst in Drenthe. In combinatie met de naastgelegen boerderij (rijksmonument) vormde het een historisch ensemble. Brand in 2025
Op de avond van maandag 6 januari 2025 werd de historische woonboerderij door een felle brand verwoest. De brand brak rond 20:30 uur uit en werd opgemerkt door een overbuurman. Hoewel de brandweer kon voorkomen dat het vuur oversloeg naar omliggende boerderijen, bleven van Witterhaar 13 slechts enkele muren overeind. Volgens de politie waren er geen aanwijzingen voor brandstichting. Woordvoerders van de Bond Heemschut en de Asser Historische Vereniging drongen direct aan op herbouw. Zie ook Lijst van gemeentelijke monumenten in Assen
Categorie:Boerderij in Drenthe Categorie:Geschiedenis van Assen Categorie:Gemeentelijk monument in Assen