Uno Vallman (Norrala, 24 maart 1913 – Stockholm, 5 september 2004) was een Zweedse kunstschilder.

Vallman studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Stockholm en ontwikkelde een kleurrijke naïvistische schilderstijl onder invloed van Isaac Grünewald en Sven Erixson. Zijn doorbraak kwam met de tentoonstelling Ung konst ("Jonge kunst") in Stockholm in 1947. Later leerde hij de Deense kunstenaar Asger Jorn kennen, door wiens invloed Vallman een meer abstracte stijl ontwikkelde.

Vallman was een van de oorspronkelijke leden van de avant-gardebeweging genaamd CoBrA, waartoe kunstenaars als Karel Appel en Corneille behoorden. Hij werd bij deze groep kunstenaars geïntroduceerd door een van zijn vrienden en medeoprichter van de CoBra-kunstbeweging, Asger Jorn uit Denemarken. Vallman maakte veel studiereizen naar bijvoorbeeld Italië, Spanje, Noord-Afrika, China, Roemenië, Mexico, Rusland en de VS. Vallman woonde van 1940 tot 1960 gedurende verscheidene jaren in Parijs. Tijdens deze jaren maakte hij kennis met Marc Chagall. Chagall stond op zijn beurt in contact met de kunstenaar Miró. Vallman leerde veel van hen. Chagall en Vallman hadden in 1952 een tentoonstelling in de VS.

Vallman werd bekend als een van de 'Mannen van 1947' en was lid van een groep kunstenaars die verantwoordelijk was voor het vooruithelpen van de kunst naar een moderne tijd in Scandinavië. De 'Mannen van 1947' was een groep kunstenaars die in 1947 gezamenlijk exposeerde. Tijdens de jaren zestig werd Vallman door Franse kunstcritici omschreven als de "Picasso van het Noorden". De kunst van Vallman was niet alleen kunst, maar werd beschouwd als een manier van leven genaamd 'Vallmanismen'. In 1968 werd Vallman uitgenodigd om Scandinavië te vertegenwoordigen, samen met August Strindberg en Edvard Munch, voor een tentoonstelling van moderne kunst in Mexico-Stad als onderdeel van de Olympische Spelen.

De werken van Vallman zijn opgenomen in het Zweedse Nationaal Museum, het Zweedse Museum voor Moderne Kunst en enkele andere musea. Zijn werken zijn ook opgenomen in de collecties van Lyndon B. Johnson, Jimmy Carter en het Tessin Instituut in Parijs.

Hij schreef ook een boek genaamd 'Som lamans utsende I Tibet' (1980) en illustreerde een boek genaamd 'Kanaljen i seraljen' van de auteur Lennart Hellsing.

In de jaren tachtig werd hij in de media genoemd vanwege het bezit van een beeldhouwwerk van Paul Gauguin, dat hij op een veiling van Christie's in New York verkocht. Na zijn overlijden ontdekte zijn dochter dat het geld van de verkoop was gestort op een bankrekening in Luxemburg bij Banque Invik. Ze kon zien dat, hoewel het geld was gestort en nooit was opgenomen, het geld scheen te zijn verdwenen. Ze schreef naar de bank zonder antwoord te krijgen en dreigde de bank met een advocaat.. Vallman had blijkbaar de bankrekening geopend samen met een andere man en had een zogenoemde "Hold Mail"-overeenkomst ondertekend. Een Hold Mail-overeenkomst betekent dat het de bank niet is toegestaan om informatie te sturen over communicatie, beschikbare activa en/of transacties. De claim die zij indiende bedroeg ongeveer 8 miljoen Zweedse kroon, wat ongeveer het bedrag was waarvoor het beeld was verkocht, terwijl alle bezittingen op papier een waarde van 10.000 Zweedse kroon lieten zien.

Vallman speelde ook een rol in een verhaal over een schilderij dat hij kocht bij een galerie, dat later authentiek werd verklaard als zijnde van de schilder Émile Bernard (een vriend van Van Gogh, Cézanne en Gauguin).

Vallman was vanaf 1943 getrouwd met Märta Vallman-Rahm.

Uno Vallman overleed in september 2004 op 91-jarige leeftijd.

Prijzen Vallman ontving diverse beurzen. Hiertoe behoorden de Boberg- en Ribbing-beurzen, de speciale beurs van de Academie, de Ester Lindahl-reisbeurs, de Harry Lund-prijs, de eerste prijs in de Grand Prix van Monaco in 1967 en de Prins Eugen-prijs.

Werk miniatuur|Vallmans muurschildering op hout in de Forum-bioscoop in Årsta (1952) Vallman exposeerde internationaal, onder meer in Kopenhagen (1947), Oslo (1948), Pittsburgh, samen met Marc Chagall (1952), Parijs (1955, 1964, 1965, 1967, 1970, 1988-1989), Tallinn (1967) en Mexico-Stad (1972). Samen met August Strindberg werd Vallman gekozen om Zweden te vertegenwoordigen op de Culturele Olympiade in Mexico-Stad (1968).

In Zweden heeft Vallman diverse tentoonstellingen gehad in onder meer Färg och Form, Stockholm (1945, 1947, 1950, 1959), Malmö (1945), Konstgalleriet Göteborg (1946), Enköping, Tylöhus (1959), Storviksverken (1961), Waikiki Café, Stockholm (1982), Galleri Viktor, Djursholm (1983), voormalig Galleri Fenix Örebro (1986) en Västerås konstmuseum (1987). De aanhoudende belangstelling voor de kunst van Vallman wordt onderstreept door latere tentoonstellingen in Galleri SO, Stockholm (2005), Ljusterö konstmuseum (2012) en Kvarnen, Söderhamn (2014).

Monumentale schilderijen van Vallman zijn op veel plaatsen te vinden: op het plafond van de Korsängsskolan in Enköping (1948), een muurschildering in Forumbiografen, Årsta (1952), het kookseminar van de School in Umeå (1953), de Sparbank in Stockholm (1954), Folkets Hus in Kramfors en Degerfors (1957-1958), het departementsgebouw van Fysicum - Kemicum in Uppsala (1964), het koor in de Mo-kerk in Hälsingland (1964), de Zweedse ambassade in Moskou (1967-1968).

Het meest magnifieke werk is de enorme decoratie in de nieuwe kerk van Storvik (1958-1960), die 240 vierkante meter beslaat en daarmee een van de grootste monumentale plafondschilderingen uit de moderne tijd in de Scandinavische landen is.

Externe link Officiële website

Categorie:Zweeds kunstschilder Categorie:Cobra Categorie:Persoon in de 20e eeuw Categorie:Persoon in de 21e eeuw