miniatuur|Vijzelgracht 20-26 in 2018 De wevershuizen of wevershuisjes, ook huizen van het type Noordse bos genoemd, zijn een reeks 17e-eeuwse arbeiderswoningen voor lakenwevers in de Weteringbuurt in Amsterdam. Een groot aantal van de nog bestaande panden is aangewezen als rijksmonument.

De huizenblokken zijn in 1670-1671 gebouwd in opdracht van het Burgerweeshuis, het Binnengasthuis en het Leprozenhuis als een vroege vorm van sociale woningbouw om de textielnijverheid in de stad te stimuleren. Het ontwerp was van architect Philips Vingboons, die de woningen in een sobere classicistische trant vormgaf als dwarshuizen met een vrijwel vierkante gevel en grote vensters voor een optimale lichtinval bij het weefwerk.

Een belangrijke groepering van wevershuisjes staat aan de noordzijde van de Vijzelgracht, op de hoek met de Tweede Weteringdwarsstraat. Andere wevershuizen bevinden zich in de zijstraten van de Vijzelgracht.

Een deel van de nog bestaande wevershuisjes aan de Vijzelgracht raakte in 2008 zwaar beschadigd door verzakkingen bij de bouw van de Noord/Zuidlijn, waarna de panden zijn gestabiliseerd en tussen 2009 en 2011 ingrijpend zijn gerestaureerd.

Beschrijving miniatuur|Spiegelgracht 27 in 2011

De wevershuizen zijn ontworpen als reeksen dwarshuizen onder één doorgaande dak- of kroonlijst, waarbij de smalle gevels haaks op de straat staan. De gevels meten ongeveer 30 bij 30 voet (circa 8,5 bij 8,5 meter) en vormen daarmee een vrijwel vierkant vlak met daarboven een dwarsgeplaatste kap; de stijl wordt omschreven als sober classicistisch, met eenvoudige bakstenen gevels en bescheiden ornamentiek. Kenmerkend zijn de grote ramen die bijna de helft van de gevel innemen, wat veel daglicht op de verdiepingen bracht waar de weefgetouwen werden geplaatst.

De hoekpanden binnen de blokken waren doorgaans voorzien van een houten onderpui die om de hoek doorliep en dienst kon doen als winkel- of bedrijfsruimte, terwijl de bovengelegen verdiepingen als woning en werkruimte waren ingericht. De huizen hadden meestal een kelder of souterrain en een verhoogde begane grond (bel-etage) als woonlaag; de verdieping onder de kap fungeerde als weefkamer, zodat de wevers konden profiteren van het vele daglicht.

Bescherming en waardering miniatuur|Nieuwe Looiersstraat 1 in 2012

De wevershuizen worden gerekend tot de cultuurhistorisch meest betekenisvolle panden in de Amsterdamse binnenstad, onder meer omdat zij een van de eerste voorbeelden van grootschalige sociale woningbouw vertegenwoordigen. Erfgoedorganisaties en publicaties over de bouwkunst in Amsterdam, zoals studies over Philips Vingboons en de ontwikkeling van het Amsterdamse woonhuis, besteden aandacht aan het type wevershuis als karakteristiek fenomeen in de stedelijke bouwgeschiedenis.

Diverse panden zijn aangewezen als rijksmonument. Onder deze rijksmonumenten bevinden zich Vijzelgracht 4-8, Vijzelgracht 20-26, Nieuwe Looiersstraat 1-5 en Eerste Weteringdwarsstraat 2-18, 30, 32, 38, 42, 56 en 70.

De restauratie van de Vijzelgrachtpanden begin 21e eeuw heeft de zichtbaarheid en waardering van de wevershuizen verder vergroot, mede doordat de casus regelmatig wordt aangehaald in discussies over de balans tussen stedelijke ontwikkeling, infrastructuur en monumentenzorg.

Geschiedenis

Ontstaan in het Noordse Bos

De wevershuizen staan in de Weteringbuurt, in de 17e eeuw aangeduid als het Noortsche Bos of Noortse Bosch, het gebied tussen de Spiegelgracht en de Reguliersgracht ten zuiden van de Prinsengracht. Het stadsbestuur stelde in 1670 gratis bouwgrond beschikbaar aan drie instellingen – het Burgerweeshuis, de Gasthuizen en het Leprozenhuis – om er vierhonderd huizen voor lakenwevers op te richten en daarmee de kwijnende lakenindustrie nieuw leven in te blazen. Uiteindelijk werden 211 wevershuizen gerealiseerd, verdeeld over vijf gesloten bouwblokken in dezelfde architectuur; het project werd voortijdig beëindigd en een deel van de panden werd door de gestichten al na enkele jaren weer verkocht.

De wijknaam Noortse Bosch verwijst naar de vele uit Noorwegen geïmporteerde houten heipalen waarop de wevershuizen zijn gefundeerd. De huizen kregen een eigen letter-cijfernummering waarbij de letters verwezen naar de eigenaar (onder meer WH voor het Weeshuis, L voor het Leprozenhuis en GH voor het Gasthuis). De bouw wordt in de literatuur gezien als een vroege vorm van planmatige arbeidershuisvesting, waarmee de stad vaklieden aan zich probeerde te binden.

Vanwege de grote ramen op de verdieping stonden daar de weefgetouwen opgesteld, terwijl de ruimten in kelder en bel‑etage vooral als woon- en werkvertrekken dienden. De hoekhuizen waren groter en fungeerden veelal als winkel, tapperij of andere nering.

18e tot en met 20e eeuw

Na het verval van de textielindustrie kregen veel panden andere functies, variërend van gewone huurwoningen tot kleine winkels en werkplaatsen op de begane grond.

De ligging nabij de Vijzelgracht en de Noorderstraat bracht de wevershuizen in de loop van de 19e en 20e eeuw in een omgeving met intensief verkeer en een gemengde bevolking, waaronder een relatief groot aandeel Joodse bewoners in enkele straten rond de Vijzelgracht. De sociaal-economische positie van de bewoners was overwegend bescheiden; de woningen fungeerden veelal als gecombineerde werk- en woonruimte voor ambachtslieden en kleine neringdoenden.

In de eeuwen na de bouw werd een deel van de wevershuizen afgebroken of verbouwd, onder meer door functiewijzigingen naar winkel- en woonhuizen en door moderniseringen van gevels en interieurs. Toch bleef in de Weteringbuurt een substantieel aantal panden herkenbaar als wevershuis, onder meer aan de Vijzelgracht en in de Tweede Weteringdwarsstraat. In de twintigste eeuw groeide de waardering voor deze relatief eenvoudige panden als belangrijk onderdeel van het kleinschalige stadsbeeld en als voorbeeld van vroegmoderne sociale woningbouw.

Schade door de aanleg van de Noord/Zuidlijn miniatuur|Verzakte wevershuizen aan de Vijzelgracht in september 2008 In september 2008 trad ernstige schade op aan de wevershuisjes aan de Vijzelgracht door verzakkingen als gevolg van lekkages en grondverplaatsingen bij de bouw van metrostation Vijzelgracht van de Noord/Zuidlijn. Op 10 september 2008 zakte de betonnen funderingsplaat onder het blok circa twintig centimeter weg, wat leidde tot scheurvorming en vervormingen in de panden. De gemeente Amsterdam kocht daarop de getroffen huizen van de particuliere eigenaren en liet noodmaatregelen uitvoeren, waaronder het aanbrengen van stalen stabiliteitsconstructies en zogenaamde op-en-neren om instorting te voorkomen.

De tijdelijke verstijvingsconstructies beperkten het instortingsgevaar, maar veroorzaakten tevens aanzienlijke bijkomende schade aan gevels, vloeren en historische interieurs, omdat balken en stempels dwars door wanden en afwerkingen heen werden geplaatst. De situatie rond de verzakkingen en de aanpak van de schadeherstelmaatregelen leidde tot veel publieke en bestuurlijke aandacht voor de kwetsbaarheid van monumenten bij grootschalige binnenstedelijke bouwprojecten.

Restauratie en herbestemming

Omdat de gemeente geen structurele restauratie uitvoerde, werd gezocht naar een partij die het monumentale ensemble kon overnemen en herstellen; deze rol werd vervuld door Stadsherstel Amsterdam, dat de wevershuisjes aankocht en een integrale restauratie voorbereidde. De feitelijke restauratie werd uitgevoerd door bouwbedrijf Hillen & Roosen onder leiding van restauratiearchitect Wolbert Vroom; hierbij zijn de panden opgekrikt, is een nieuwe fundering aangebracht en zijn gevels, daken en interieurs hersteld met behoud van het historische karakter. De werkzaamheden resulteerden in een combinatie van monumentale woningen en kantoorruimten, waarbij enkele voormalige bewoners en het architectenbureau Vroom na afronding weer in de gerestaureerde panden terugkeerden.

Technisch gezien vergde de restauratie een complexe aanpak, waarbij onder meer een nieuwe draagconstructie werd aangebracht en de scheefstand van de panden zoveel mogelijk werd gecorrigeerd zonder de historische structuur verder aan te tasten. In de vak- en erfgoedpers werd de restauratie zowel besproken als voorbeeld van geslaagde technische redding van zwaar beschadigde monumenten, alsook kritisch gevolgd vanwege de voorafgaande noodmaatregelen en de risico’s van grote infrastructuurprojecten in historische binnensteden.

In de recente restauratiefase zijn de Vijzelgrachthuizen vooral ingericht als woningen met een beperkte kantoor- of praktijkfunctie, passend binnen het beschermde karakter van de binnenstad.

Zie ook Museum Het Leids Wevershuis Blaauwlakenblok Lakennijverheid in de Lage Landen

Categorie:Rijksmonument in Amsterdam-Centrum Categorie:Woning in Amsterdam Categorie:Hollands-classicistisch bouwwerk Categorie:Geschiedenis van de textielindustrie