thumb|Drukte op de veerboot, augustus 1959. thumb|De veerboot Haringvliet aan de kade te Middelharnis. thumb|Meisjes uit Berkenwoude onderweg naar Goeree-Overflakkee om te helpen bij schoonmaakwerkzaamheden na de watersnoodramp, 17 februari 1953. De Veerdienst Hellevoetsluis-Middelharnis was een belangrijke historische veerdienst over het Haringvliet in Zuid-Holland tussen Hellevoetsluis en Middelharnis, ofwel tussen Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee.
De veerdienst startte officieel op 1 mei 1909, gelijktijdig met de opening van de RTM-tramlijn op Goeree-Overflakkee. In het begin diende hij vooral voor voetgangers, fietsers, paardenwagens en goederen, met overstapmogelijkheden op de tram in Middelharnis. Het Haringvliet was toen nog een open zeearm, gevoelig voor getij, wind en storm.
In de jaren 1920–1930 groeide het autoverkeer, waardoor de veerdienst werd aangepast voor gemotoriseerde voertuigen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de dienst grotendeels stil of beperkt. Na 1945 nam het verkeer explosief toe door economische groei, wat leidde tot capaciteitsproblemen en lange wachttijden. De Haringvlietbrug (geopend 20 juli 1964) en de Volkerakdam maakten Goeree-Overflakkee al deels toegankelijk vanaf het vasteland, maar de veerdienst bleef in gebruik voor forenzen, vracht en reizigers die de boot verkozen boven omrijden. Na de opening van de Haringvlietdam was er ook een vaste oeververbinding tussen Goeree-Overflakkee en Voorne Putten. De veerdienst eindigde op zaterdag 14 augustus 1971 met de laatste overtocht van de ms. Haringvliet (vice versa). Die dag werd de weg over de Haringvlietdam (spuisluizen bij Stellendam) voor beperkt verkeer geopend, waardoor de pont overbodig werd. De dam zelf werd officieel ingehuldigd op 15 november 1971. De laatste vaart trok veel passagiers, personeel en belangstellenden aan boord. Het markeerde het einde van het isolement van het eiland Goeree-Overflakkee.
Vloot De vloot bestond uit verschillende schepen, waaronder de Schelde, Grevelingen, Stad Zierikzee, Zijpe en sleepboten zoals de Hellegat voor goederenwagons. Het vlaggenschip was de ms. Haringvliet (in dienst vanaf 1957). Dit schip was gebouwd in Engeland, afgebouwd bij werf Verschure in Amsterdam en had een lengte van circa 47 meter, breedte van 15 meter, een diepgang van 2,70 meter en twee Deutz-motoren van elk 525 pk. Het kon ongeveer 55 auto's en 300 passagiers vervoeren. De Haringvliet bleef tot het einde de hoofdveerboot en symboliseerde de moderne fase van de dienst. Na 1971 werd het schip verkocht aan Rederij Doeksen (Terschelling) en hernoemd.
De overtocht De overtocht duurde 30–45 minuten, afhankelijk van weer en stroming. De dienst voer meerdere keren per dag (vaak van vroeg in de ochtend tot 's avonds laat), met aanlegplaatsen aan het Havenhoofd in Middelharnis en in de Veerhaven van Hellevoetsluis. Auto's, vrachtwagens, bussen, fietsen, voetgangers en soms vee konden mee. In drukke periodes, zoals de zomervakantie ontstonden files en wachttijden van uren. Het eiland Goeree-Overflakkee had destijds al meer dan 30.000 inwoners, die geheel waren aangewezen op deze veerdienst als verbinding met het vasteland.
In het nieuws Op 7 januari 1963 tijdens de strenge winter van 1962/1963 liep de veerboot Haringvliet vast op een zandbank in de gelijknamige zeearm. Het schip voer op die dag met bijna 200 passagiers aan boord. Door de combinatie van zware ijsgang op het Haringvliet, dichte mist en laag water, raakte de veerboot van de vaargeul af en kwam op een zandbank vast te zitten. Het schip had geen radio aan boord, waardoor communicatie moeizaam verliep. Het schip werd enige tijd vermist en werd pas na vier uur vlot getrokken. Er ontstond ongerustheid, mede omdat een televisiebericht (in die tijd nog relatief nieuw) de vermissing meldde en de situatie zeer ernstig leek.
Categorie:Geschiedenis van Goeree-Overflakkee Categorie:Geschiedenis van Voorne aan Zee Categorie:Veerdienst in Zuid-Holland