Gustav Adolf Ilgen (Wiesbaden, 3 juli 1887 – Den Haag, 24 mei 1956) was een Nederlands generaal-majoor der infanterie in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
Biografie Ilgen volgde zijn militaire opleiding aan de cadettenschool te Alkmaar en aansluitend aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda bij het Wapen der Infanterie. Na zijn opleiding vertrok hij als jonge officier naar Nederlands-Indië.
In de beginjaren van zijn loopbaan nam hij deel aan diverse militaire en bestuurlijke opdrachten in de archipel. Zo was hij betrokken bij een expeditie naar Billiton, waar moest worden ingegrepen bij ongeregeldheden onder de Chinese bevolking. Daarna volgde een periode van dienst op Java, afgewisseld met uitzendingen naar onder meer Ambon en de Tanimbar-eilanden.
Expedities en bestuurstaken Een belangrijk onderdeel van Ilgens vroege carrière vormden verkennings- en bestuurstaken in moeilijk toegankelijke gebieden. Tijdens tochten door Noord- en West-Nieuw-Guinea werden door KNIL-eenheden gebieden verkend en in kaart gebracht die tot dan toe nauwelijks door Europeanen waren betreden. Daarbij kwam men in contact met inheemse bevolkingsgroepen die nog weinig of geen contact met de buitenwereld hadden gehad.
In 1919 keerde Ilgen tijdelijk terug naar Nederland om de Hogere Krijgsschool te volgen. Na afronding van deze opleiding werd hij opnieuw in Indië geplaatst. In Timor werd hij belast met het militaire en civiele bestuur van de onderafdeling Beloe, waar onder meer de bestrijding van grensoverschrijdende veeroof tussen Portugese en Nederlandse gebieden tot zijn verantwoordelijkheden behoorde.
KNIL-luchtvaart In 1924 werd Ilgen, inmiddels gepromoveerd tot kapitein, overgeplaatst naar de Generale Staf in Bandoeng, waar hij zich specifiek bezighield met luchtvaartzaken. Gedurende elf jaar was hij verbonden aan de luchtvaartafdeling van het KNIL, uiteindelijk als commandant.
In deze periode ontwikkelde hij een sterke belangstelling voor de militaire luchtvaart. Hij maakte talrijke vluchten als waarnemer en was betrokken bij de organisatorische en beleidsmatige ontwikkeling van de KNIL-luchtvaart. In het kader van kostenbeheersing en modernisering kreeg hij een studieopdracht naar Europa, waarbij hij onder meer België, Denemarken, Zweden en Polen bezocht. In Polen werd hij benoemd tot waarnemer honoris causa.
Bevorderingen en divisiecommandant Na zijn terugkeer in Nederlands-Indië volgden de bevorderingen elkaar in snel tempo op: majoor in 1933, kolonel in 1935 en generaal-majoor in 1936. Als generaal-majoor werd Ilgen aangesteld als commandant van achtereenvolgens de tweede en later de derde divisie van het KNIL, met standplaatsen in onder meer Magelang en Modjokerto.
In deze laatste functie maakte hij de Japanse aanval op Nederlands-Indië mee. Hij beschreef deze periode later als een uitzichtloze strijd tegen een militair overwicht.
Krijgsgevangenschap en naoorlogse periode Na de capitulatie van het KNIL raakte Ilgen in Japanse krijgsgevangenschap. Hij verbleef in kampen op Java, Formosa en in Mantsjoerije. Na de bevrijding werkte hij enige tijd als verbindingsofficier tussen Britse en Nederlandse strijdkrachten op Ceylon en in Singapore.
Teleurgesteld over de naoorlogse ontwikkelingen besloot hij uiteindelijk ontslag uit de militaire dienst te vragen. In april 1946 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Den Haag.
Onderscheidingen
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Bronnen
Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
Categorie:Nederlands generaal-majoor Categorie:Militair in het KNIL Categorie:Persoon in een Jappenkamp Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog