Serafino Amabile Guastella (Chiaramonte Gulfi, 6 februari 1819 – aldaar, 6 februari 1899) was een edelman, leraar en revolutionair (1848; 1860) in Sicilië. Hij had de titel van baron zowel in het koninkrijk der Beide Siciliën als nadien in het koninkrijk Italië.

Guastella schreef romans, gedichten en essays op basis van eigen studiewerk over de geschiedenis van de gewone Siciliaan. Zijn bijnaam was de baron van de boeren.

Levensloop en werken Zijn ouders waren Gaetano baron Guastella en dame Maria Delizia Ricca di Tettamanzi. Hij groeide op in Chiaramonte Gulfi, een dorp nabij de zuidelijke Siciliaanse stad Ragusa. Hij kreeg les van privéleraars, veelal geestelijken, eerst thuis en later in Palermo. Het bracht hem een kennis bij van de Klassieke Oudheid. Als jongeman publiceerde hij literaire artikels (1839) in het tijdschrift Il Giornale di scienze, lettere e arti per la Sicilia, met zetel in Palermo. In 1841 publiceerde hij de dichtbundel La religione del cuore.

Bij het losbarsten van de anti-Bourbon revolutie in 1848 werd Guastella secretaris van het burgercomité dat Chiaramonte Gulfi bestuurde. Hij steunde volop de afscheuring van het koninkrijk Sicilië van de Beide Siciliën. Hij vocht mee in de lokale militie tegen het despotisch Bourbonregime. Nadat de revolutie was neergeslagen (1849) leefde hij zonder straf tien jaren teruggetrokken in de ouderlijke residentie in Chiaramonte Gulfi.

Dit veranderde in 1859. Guastella publiceerde een essay dat patriottische gevoelens voor een eengemaakt Italië uitademde. Het was de periode van de Risorgimento op Sicilië. Bij de opstand in 1860, die samenging met de Roodhemden van Garibaldi die de regeringstroepen verjoegen uit Sicilië, vocht Guastella mee. Hij was de eerste die de Italiaanse tricolore vlag hees op het gemeentehuis van Chiaramonte. Hij startte met het uitgeven van een eigen tijdschrift: Fra Rocco. Hierin bekritiseerde hij het afgezette Bourbonregime en de Roomse Kerk, die het nieuwe koninkrijk Italië afkeurde. Om den brode ging hij aan de slag als leraar literatuur in een school in Modica (1861). In een essay Dei ginnasii di Sicilia e dei metodi più opportuni (1863) pende hij zijn visie neer over onderwijsmethoden: los van despotisme en los van de Roomse Kerk en voor de algemene ontwikkeling van het kind.

In 1865 bepaalde de Regering van Italië dat leraars een diploma moesten bezitten. Guastella gaf daarom les in een privéschool die hij zelf gesticht had in zijn geboortedorp Chiaramonte Gulfi (1865-1878). In 1878 keerde hij terug naar het officieel onderwijs in Modica, aangezien zijn literaire ervaring als evenwaardig gold als een diploma. Hier speelde mee dat hij een commentaar had gepubliceerd over de Divina Commedia van Dante.

Guastella legde zich toe, buiten zijn uren als leraar, op zelfstudie van de Siciliaanse folklore. Hij interesseerde zich in de boeren: hun dialect, gebruiken, levensvisie, armoede en bijgeloof. In 1860 publiceerde hij het gedicht Vestru in het Siciliaans dialect. In de jaren 1870 schreef Due mesi in Polisella: dit is een roman dat zich afspeelt op het platteland. In Padre Leonardo (1875) toonde hij andermaal zijn interesse in het boerenleven. Een studie over het lokale leven in Modica was L’antico carnevale della contea di Modica (1877).

Le parità e le storie morali dei nostri villani (Ragusa) in 1884 wordt als zijn meesterwerk aanzien. Het was zijn laatste publicatie. Het geeft een gedetailleerd etnologisch beeld van ruraal Ragusa, in tegenstelling tot het leven van stedelingen op Sicilië.

Categorie:Italiaanse adel Categorie:Italiaans activist Categorie:Risorgimento Categorie:Italiaans schrijver Categorie:Italiaans dichter Categorie:19e-eeuws schrijver