miniatuur|De 14e hertog van Alva miniatuur|Het Palacia de Liria in Madrid bevat de kunstcollectie en archieven van de hertogen van Alva. Carlos-Miguel-Felipe-Maria Fitz-James Stuart y Fernàndez de Hijar-Silva (Madrid, 19 mei 1794 – Sion, 7 oktober 1835) was een edelman in het Spaanse Rijk, een grande van Spanje.

Hij maakte een Grand tour door Europa van 1814 tot 1821. Het reisdagboek is bewaard in het Palacia de Liria in Madrid. Hij was een mecenas voor kunstenaars en breidde de kunstcollectie van zijn familie nog uit. Dit alles leidde naar een financiële put.

Titels Koninkrijk Castilië 14e hertog van Alva de Tormes in het koninkrijk Castilië, een titel die hem tot grande van Spanje maakte. 7e hertog van Liria y Jérica, in respectievelijk het koninkrijk Valencia en Castilië, een titel die hem eveneens tot grande van Spanje maakte. De vier koninkrijken Andalusië onder de Castiliaanse Kroon 10e graaf-hertog van Olivares 12e hertog van Huéscar 7e hertog van Montoro 13e markies van Villanueva del Rio 12e markies van Carpio 10e markies van Eliche of Heliche 14e graaf van Gelves miniatuur|Graafschap Modica in het Spaanse koninkrijk Sicilië (18e eeuw) Koninkrijk Engeland 7e hertog van Berwick 7e graaf van Tinmouht 7e baron van Bosworth Koninkrijk Sicilië 17e graaf van Modica, tot 1816 feodale graaf en vanaf 1816 titulair graaf. Orde van het Gulden Vlies. Aan Fitz-James Stuart werd de ridderorde van het Gulden Vlies verleend.

Levensloop Zijn vader was hertog Jacobo Fitz-James Stuart y Stolberg-Gedern (1773-1794), grande van Spanje, voormalig markies van Jamaica en een afstammeling van hertog James FitzJames en derhalve van koning Jacobus II van Engeland. Zijn vader stierf voor zijn geboorte (1794). Fitz-James Stuart werd grootgebracht door zijn moeder Maria Teresa Fernàndez de Silva y Palafox (1772-1818), markiezin van Ariza. Zij bracht haar zoon de liefde bij voor theaterkunst, muziek en literatuur. Dit leerde hij verder tijdens een verblijf in Parijs in de jaren 1812-1814. Vanaf 1814 begon hij een Grand tour door Europa, een rondreis die menig gefortuneerd aristocraat in die tijd deed. Zo verbleef Fitz-James Stuart van 1814 tot 1821 in Italiaanse steden; deze periode was onderbroken door verblijf in Oostenrijk (1815), Frankrijk (1818; 1819) en zijn thuisland Spanje (1818-1819). In Italië woonde hij in Florence, Rome en Napels. In Rome had hij een appartement in het Palazzo Braschi. Samen met zijn moeder ontving hij er kardinalen en kunstenaars.

Fitz-James Stuart was de laatste territoriale graaf van Modica in het Spaanse koninkrijk Sicilië. In 1816 met de installatie van het koninkrijk der Beide Siciliën werd de feodaliteit afgeschaft, zodat hij enkel in titel graaf van Modica bleef. Niettemin deed hij in zijn Grand tour het landgoed aan in Modica, dat onder zijn beheer bleef.

In 1817 huwde hij in Rome met prinses Rosalia Ventimiglia e Moncada, uit het prinselijk huis Ventimiglia. Ze kregen drie zonen: Jacobo, Enrique en Luis Fernando.

Het resultaat van zijn Grand tour in 1821 was dat zijn kunstcollectie uitgebreid was. Het ging zowel om schilderijen van grote meesters – hij was verzot op landschapsschilderijen - maar ook om bustes van zijn moeder en andere familieleden die hij besteld had. Uit Campanië en Sicilië had hij zestig oude Grieks vazen meegenomen, alsook enkele Griekse beeldjes. Al deze kunstwerken liet hij in 1821 verschepen naar Madrid. Tevens verzorgde hij een mecenaat voor kunstenaars. Het ging om Italiaanse beeldhouwers en Spaanse graveurs die in Italië het vak leerden. Ook de Duitse landschapsschilder Jacob Wilhelm Huber met wie hij door Sicilië reisde, genoot zijn ondersteuning.

De jarenlange reis met bovendien giften aan kunstenaars had hem bankroet gemaakt. Zo verkocht hij enkele beeldhouwwerken om het transport van de kunstcollectie naar Madrid te betalen. Zelf verbleef hij twee jaar in Frankrijk op landgoederen die hij bezat (1821-1823) om pas dan naar Madrid door te reizen. In Madrid keerden de financiële problemen terug. Hij verkocht Brusselse wandtapijten die hij van zijn voorouders geërfd had. Zijn megalomaan project om in Madrid een kunstgalerij te openen ging niet door.

In stilte vertrok hij naar Zwitserland, samen met zijn zoon Jacobo (1835). Op doortocht in Sion overleed hij. Zijn zoon liet zijn stoffelijk overschot overbrengen naar Llíria in Valencia. Daar staat zijn praalgraf in de Aartspriesterlijke kerk van Onze-Heer-Hemelvaart.

Categorie:Spaanse adel Carlos Fitz-James Stuart y Fernandez de Hijar-Silva Categorie:Ridder in de Orde van het Gulden Vlies Categorie:Engelse adel Categorie:Italiaanse adel Categorie:Mecenas Categorie:Kunstverzamelaar Categorie:Persoon in de 18e eeuw Categorie:Persoon in de 19e eeuw