Catherina van Belle (- na maart 1229Oorkonde van maart 1229 (DiBe 34336). en ten laatste in 1236Oorkonde van 2 juli 1236 (, Oorkondenboek der abdij van S. Bernaarts op de Schelde, in Bijdragen tot de geschiedenis bijzonderlijk van het aloude hertogdom Brabant 8 (1909), jaargang VIII, nr. 14, p. 576.).) was vrouwe van Oudenburg,Oorkonde van 1216 (, La cour des comtes de Flandre: leurs officiers héréditaires, I: le chambellan de Flandre et les sires de Ghistelles, Gent, 1868, nr. 2, p. iv.). burggravin van OudenburgOorkonde van 1223 (, La cour des comtes de Flandre: leurs officiers héréditaires, I: le chambellan de Flandre et les sires de Ghistelles, Gent, 1868, nr. 4, pp. v-vi). en vrouwe van Berlaar.
Catherina was de dochter van Gerard van Belle, kastelein van Oudenburg,Oorkonde van een schenking van een aalvijver aan de abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in 1204 door Gerard van Belle en diens echtgenote met instemming van hun twee dochters (, Cronica et cartularium monasterii de Dunis, II, Brugge, 1864, p. 480; DiBe 13683); oorkonde van maart 1235 waarin haar zoon Eustaas een schenking van haar aan de abdij ten Duinen bevestigt (, La cour des comtes de Flandre: leurs officiers héréditaires, Gent, 1868, p. xi). en Virginia van Heynes, die waarschijnlijk afstamde van de eerste kamerling van Vlaanderen., La cour des comtes de Flandre: leurs officiers héréditaires, Gent, 1868, p. 59.
Boudewijn van Grammene, kamerling van Vlaanderen en vermoedelijk ook heer van Grammene, was haar eerste echtgenoot.Schenking aan de abdij van Oudenburg uit 1201 (, La cour des comtes de Flandre: leurs officiers héréditaires, Gent, 1868, p. iii). Hij wordt voor het eerst als kamerling vermeld in 1196, maar hij zou voor 1206 zijn overleden.Oorkonde van 1196 (DiBe 339, oorkonde van 1197 (DiBe 308), getuige van een oorkonde van augustus 1198 (, L'abbaye de Nonnenbossche de l'ordre de Saint Benoit, près d'Ypres. 1101-1796; suivi du cartulaire de cette maison, Brugge, 1865, pp. 73-74), oorkonde van 1201 (, Geschiedenis en beschrijving der gemeente Westende-ter-zee bij Nieupoort, Oostende, 1898, p. 97), oorkonde van 15 oktober 1201 (DiBE 13072), oorkonde van 1202 (, Recueil de chroniques, chartes et autres documents concernant l'histoire et les antiquites de la Flandre Occidentale, I, Brugge, 1847, pp. 46-47). Zij hadden twee zoons, namelijk Eustaas III van Grammene en Gerard van Grammene.0orkonde van november 1217 (DiBe 15800), oorkonde van juni 1218 (DiBe 15936).
Catherina hertrouwde namelijk in 1206 met Gillis I Berthout de Gebaarde.Oorkonde uit 1206 waarin Lodewijk II van Loon de alliantie tussen de graven van Vlaanderen en Holland bevestigde met Gillis I Berthout in zijn hoedanigheid als kamerheer als getuige (13899; DiBe 13900); oorkonde van 27 juni 1217 waarin de schenking van een jaarlijkse gift haring door de ouders van Catherina wordt bevestigd (DiBe 15756); oorkonde van november 1217 (DiBe 15800), oorkonde van juni 1218 (DiBe 15936). Haar nieuwe echtgenoot zou tijdelijk het erfelijk ambt van kamerheer van Vlaanderen op zich nemen tot de meerderjarigheid van Catherina’s zoon in 1217.Eerste vermelding als kamerling van Vlaanderen op 14 oktober 1206 (, Oorkondenboek van Holland en Zeeland (715-1299), I, ‘s-Gravenhage, 1970, nr. 280, pp. 482-486) en laatste vermelding als kamerling in juli 1217 (, Cronica et cartularium monasterii de Dunis, II, Brugge, 1864, p. 493).
In 1219 sloot zij zich samen met haar echtgenoot aan bij de Vijfde Kruistocht.
Catherina werd in de abdij van Rozendaal - waar meerdere dochters van haar tweede echtgenoot verbleven - op 1 juli herdacht, terwijl ze in de abdij van Grimbergen op 6 juli werd herdacht., Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, p. 308. AA Bornem, Hss., nr. 419, p. 94; AA Grimbergen, Cl. II, nr. 26 (ongefolieerd). Noten
Categorie:Kamerling van Vlaanderen