Loge La Liberté is een mannelijke, Franstalige vrijmetselaarsloge in Gent, die aangesloten is bij de Grootloge van België (GOB). La Liberté ontstond in 1866 als progressieve afsplitsing van loge Le Septentrion, de oudste loge van Gent. Bekende leden waren schrijver Cyriel Buysse en politicus Edward Anseele.
Geschiedenis Loge La Liberté ontstond in 1866 als gevolg van ideologische meningsverschillen binnen loge Le Septentrion, de enige toen actieve Gentse vrijmetselaarsloge. Binnen de tempel werd vaak over politieke thema's gesproken. Maar in 1865 besloot de werkplaats om paal en perk te stellen aan de eindeloze politieke discussies. Dat was niet naar de zin van een groep jonge leden.Gentse loges, de maçonnieke structuren in onze streken, website Athanor.
Nadat de conservatieve advocaat Hippolyte Metdepenningen in 1865 nipt opnieuw werd verkozen als Achtbare Meester (voorzitter), scheurde de jonge progressieve garde zich uit protest af en stichtte op 10 maart 1866 de loge La Liberté.D'hondt, Bart, Vaste waarden in Gent: bekende beelden, vergeten namen 63 leden van loge Le Septentrion, bijna de helft van het totaal, stichtten La Liberté.
De naam van de nieuwe loge is geïnspireerd op een liberale beweging rond de Brusselse krant 'La Liberté'. De naam werd ook gezien als een sneer naar de behoudsgezinde loge Le Septentrion.Vrijmetselaarskenteken van La Liberté, STAM Gent De oude garde van Le Septentrion omschreef loge La Liberté dan weer als 'de loge van de snotbekken'.Van Damme, Geert (2017). Vrijmetselaar Hippolyte Metdepenningen (1799-1881) en de orangistische beweging te Gent. Blog Geert Vandamme
Loge La Liberté sloot zich, in tegenstelling tot loge Le Septentrion, snel aan bij het Grootoosten van België. In 1960 stapte La Liberté over naar de net opgerichte Grootloge van België (GLB). Enkele leden die bij het Grootoosten van België wilden blijven, stichtten toen de loge Les Vrais Amis.
Politieke standpunten Na haar oprichting engageerde loge La Liberté zich volop in het politieke debat. De loge zette zich onder meer in voor de antiklerikale strijd, de uitbreiding van het stemrecht en een grotere plaats voor het Nederlands in het onderwijs. Meerdere leden waren nauw betrokken bij de stichting van een coöperatieve volksbank in Gent. De loge lag ook aan de basis van een volksrestaurant dat goedkope maaltijden aan arbeiders moest verstrekken.
Aangezien de socialistische coöperaties van Vooruit in Gent meer succes boekten, ontpopte het thema zich tot discussiepunt binnen loge La Liberté. Sommigen wilden een nauwe alliantie met de socialisten aangaan, anderen verkozen in het liberale kamp te blijven. Daardoor ging de gemeenschappelijke lijn verloren.
In de jaren 1890 nam de politieke activiteit binnen loge La Liberté ook af omdat de eerste socialistische leden werden toegelaten. Verschillende leden stonden dicht bij socialistische kopstukken zoals Edward Anseele. Stilaan groeide loge La Liberté toe naar loge Le Septentrion, welke na het overlijden van Hippolyte Metdepenningen in 1881 een heropleving kende.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog waren de loges La Liberté en Le Septentrion minder met politiek bezig maar bleven ze zich inzetten voor algemeen maatschappelijke kwesties. Zo openden beide loges in 1907 het Institut Moderne aan de Koningin Fabiolalaan. Het ziekenhuis werd opgericht om stervende vrijzinnigen te beschermen tegen de ongewenste bekeringsijver van katholieke instellingen.Achter de schermen van de vrijmetselarij in Gent: “Complotten bij ons? Als je ziet hoe sommigen ruziën, vergeet dat maar”, Het Laatste Nieuws, 1 februari 2025.
In 1909 gaf Céline Dangotte, de eerste vrouwelijke Gentse vrijmetselaar, een voordracht in loge La Liberté, dat toen nog een mannenbastion was.
Locatie Door de afsplitsing van loge Le Septentrion moest loge La Liberté op zoek naar een nieuw lokaal. Van medestichter Karel-August Vervier kocht de loge het middeleeuwse gebouwencomplex 'Refuge van Sint-Baafs' achter de Sint-Baafskathedraal, ooit de zetel van de in 1853 stopgezette loge Les Vrais Amis.
In 1901 verkocht loge La Liberté het gebouw aan de stad Gent, die er na restauratie een deel van het Koninklijk Conservatorium onderbracht. De loge verhuisde toen naar het Huis Minard aan de Grote Huidevettershoek 8, waar ze nog steeds samenkomt.Architectenwoning Louis Minard, Inventaris Onroerend Erfgoed
Bekende leden Edward Anseele (1856-1938), socialistisch schepen in Gent en minister Emile Bedinghaus (1840-1904), plantkundige en schrijver Cyriel Buysse (1859-1932), schrijver Félix Cambier (1854-1934), volksvertegenwoordiger Prosper Claeys (1834-1910), liberaal politicus Julius De Vigne (1844-1908), liberaal schepen in Gent en volksvertegenwoordiger Charles Doudelet (1861-1938), kunstenaar Jules Guequier (1823 - 1909), liberaal politicus Constant Heynderyckx (1855-1930), liberaal schepen in Gent Raymond Limbosch (1884-1953), dichter Junius Massau (1852-1909), hoogleraar en liberaal gemeenteraadslid Edouard Pynaert (1835-1900): tuinbouwkundige en liberaal politicus Gustave Rolin-Jaequemyns (1835-1902), liberaal minister van Binnenlandse Zaken Julius Sabbe (1846-1910), schrijver Maurits Sabbe (1873–1938), auteur Jules Pierre Van Biesbroeck (1873-1965), beeldhouwer Karel-August Vervier (1789-1872), liberaal politicus Paul Voituron (1824-1891), liberaal schepen in Gent Edmond Willequet (1825-1905), liberaal volksvertegenwoordiger
Literatuur
Gentse loges, de maçonnieke structuren in onze streken, website Athanor. Achter de schermen van de vrijmetselarij in Gent: “Complotten bij ons? Als je ziet hoe sommigen ruziën, vergeet dat maar”, Het Laatste Nieuws, 1 februari 2025.
Zie ook Grootloge van België Lijst van loges in Oost-Vlaanderen
Externe links Geschiedenis van de Gentse loges op website loge Athanor Tempel (Architectenwoning Louis Minard), Inventaris Onroerend Erfgoed
Categorie:Grootloge van België Categorie:Loge in Gent