De meeste mensen deugen is een non-fictieboek uit 2019 van de Nederlandse historicus Rutger Bregman. Het betoogt dat mensen in wezen goedhartig zijn en stelt een nieuw wereldbeeld voor dat gebaseerd is op de gevolgen van deze optimistische kijk op de mens. Het argumenteert tegen ideeën over het inherente egoïsme en de kwaadaardigheid van de mensheid.
Het boek combineert een multidisciplinaire studie van historische gebeurtenissen, een onderzoek naar wetenschappelijke studies en filosofische argumentatie om Bregmans mening te onderbouwen dat deze zienswijze realistischer is dan de negatieve tegenhanger.
Het is vertaald in meer dan 30 talen. Het werd in mei 2021 in een Engelse vertaling uitgegeven door Bloomsbury. In de Verenigde Staten was de paperbackuitgave een New York Times-bestseller.
Samenvatting In De meeste mensen deugen wordt betoogd dat mensen in wezen fatsoenlijk zijn en dat meer erkenning van deze opvatting waarschijnlijk iedereen ten goede zou komen. Dit omdat cynische verwachtingen van anderen ertoe leiden dat mensen zelf cynisch worden. Als de maatschappij minder vasthield aan de overtuiging dat mensen van nature lui zijn, zou er minder reden zijn om zich te verzetten tegen de wijdverspreide invoering van armoedebestrijdingsmaatregelen zoals een basisinkomen.
Het boek hanteert een multidisciplinaire aanpak en put uit bevindingen uit de geschiedenis, economie, psychologie, biologie, antropologie en archeologie. Het gebruikt als kader ook het debat over de natuurtoestand tussen Jean-Jacques Rousseau en Thomas Hobbes, waarbij het Rousseaus standpunt in deze kwestie ondersteunt.
Ontvangst De ontvangst van De meeste mensen deugen was over het algemeen positief, hoewel veel recensenten kritiek hadden op Bregmans gebruik van bronnen.
Sommige antropologen hebben het boek ervan beschuldigd de complexiteit en diversiteit van wereldculturen te vereenvoudigen, hoewel vaak met de kanttekening dat Bregmans vereenvoudiging nauwkeuriger is dan de alternatieve vereenvoudiging waartegen hij zich verzet. Bregman heeft zich op dit punt verdedigd door te stellen dat hij een ander perspectief wilde bieden op bewijsmateriaal dat op zichzelf niet doorslaggevend is. Hij beweert dat wanneer de context van breder bewijsmateriaal buiten de strikte antropologie in ogenschouw wordt genomen, het bewijsmateriaal de kern van zijn argumentatie ondersteunt.
In een positieve recensie van het boek in Philosophy Now zei Tim Moxham dat Bregman "ons wil bevrijden van een dogmatisch pessimistische kijk op de menselijke natuur. Ik geloof dat hij daarin geslaagd is." Hoewel Moxham niet helemaal overtuigd is van Bregmans standpunt, betoogt hij dat dit ook strookt met zijn bedoelingen bij het schrijven, door te zeggen dat "het boek je aan het denken wil zetten, en dat is precies wat het doet."
In The Guardian schrijft Andrew Anthony dat er "veel geruststellende menselijke waardigheid te halen valt uit dit gedurfde en tot nadenken stemmende boek, en een schat aan bewijs ter ondersteuning van de bewering dat ons gevoel van wie we als soort zijn op schadelijke wijze is vervormd."
Kirkus Reviews zegt dat De meeste mensen deugen een "krachtig argument voor menselijke deugd" biedt en "een overtuigend betoog houdt dat we niet zo slecht zijn."
Jennifer Bort Yacovissi schrijft in de Washington Independent Review of Books over De meeste mensen deugen dat het “een overtuigend en broodnodig betoog levert voor de aangeboren goedheid van de mens”, en prijst Bregman voor “het ontmantelen van de slechte wetenschap en de luie verslaggeving die primitieve samenlevingen ten onrechte hebben afgeschilderd als bloeddorstiger en zelfdestructiever dan moderne, beschaafde samenlevingen.” Ze prijst het boek ook voor zijn grondige kritiek op de manier waarop veel populaire sociologische studies in universitaire cursussen verkeerd worden voorgesteld.
Naast lof ontving De meeste mensen deugen ook kritiek, die vooral gericht was op de dichotomie die Bregman opstelde tussen wat hij de 'vernistheorie' van de menselijke natuur noemt – het idee dat beschaving een dun laagje beschaving aanbrengt op wezens wier ware aard chaotisch is – en de ideeën die Bregman zelf verdedigt, die vooral geassocieerd worden met het gedachtegoed van Jean-Jacques Rousseau. In Medisch Contact wijst dokter Dolf Algra onder andere op een slordige verwijzing naar bronnen (het oorspronkelijke boek bevat geen index, hoewel de Engelse herdruk uit 2022 dat wel heeft) en de onvolledigheid van zijn bronnenonderzoek.
Simon Burgers, docent onderzoeksvaardigheden en kritisch denken aan de Haagse Hogeschool, beweert dat de argumentatie in het boek gekenmerkt wordt door cirkelredeneringen en selectief citeren. De socioloog Kees van Oosten is van mening dat de tien voorschriften die Bregman in zijn boek aanbeveelt, de kwaadaardige heersers in de wereld in de kaart spelen: "Daarom denk ik dat zijn boek niet deugt en slechts opium voor het volk is."
Steven Poole betoogt in The Guardian dat Bregman er niet in slaagt een verklaring te bieden voor de Holocaust, met name voor de daden van de nazi-leiders zelf. David Livingstone Smith concludeert in The Philosopher dat Bregmans project, hoewel goedbedoeld, slecht is uitgevoerd: "Zonder het essentialisme, de vervaging van het onderscheid tussen normatieve en descriptieve beweringen, de enorme inferentiële sprongen en ongefundeerde beweringen, had Bregmans project een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de morele psychologie. Maar zoals het er nu voor staat, slaagt het boek er helaas niet in."
Categorie:Historisch boek Categorie:Non-fictieboek Categorie:Boek uit 2019