Jacob Zacharias Stuten (Doesburg, 29 juli 1857 – Den Haag, 30 november 1933) was een Nederlands luitenant-generaal titulair der genie en waterbouwkundige.

Biografie Stuten was de zoon van Jan Adriaan Stuten, ontvanger van 's rijks belastingen en Diederika Johanna Rietveld. Hij huwde op 6 mei 1885 in Den Helder met Ikkelina Adriana Groen uit Den Helder.

Opleiding en carrière Stuten volgde de HBS met vijfjarige cursus te Leiden en werd op 27 augustus 1874 als cadet der Genie op de Koninklijke Militaire Academie te Breda geplaatst. Op 5 juli 1876 werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het toenmalige korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs. Hij doorliep de regelmatige weg van een jaar Applicatieschool en werd achtereenvolgens bevorderd tot eerste luitenant (1878), kapitein (1889), majoor (1904) en luitenant-kolonel (1907) een en ander gepaard met de verwisselingen van garnizoen en functie, aan de betrekking van militair ingenieur nu eenmaal inherent.

Op 1 november 1910 werd hij geplaatst op het Departement van Oorlog, als hoofd van de Ve Afdeling (Genie). In het aangeduide tijdvak van ruim 33 jaren na de Applicatieschool (dit was destijds een specialisatie-opleiding voor officieren), is hij gedurende de langste tijd belast geweest met werkzaamheden, behorende tot de dienst bij de Staf der Genie.

Hier hield hij zich in hoofdzaak bezig met het ontwerpen, bouwen en onderhouden van permanente verdedigingswerken, militaire gebouwen en inrichtingen en andere daarmee samenhangende werken. Stuten stond reeds in zijn luitenantsjaren bekend als een kundig en vlug werker; wat hij afleverde, hetzij projecten of ander werk, was grondig doordacht; op werk, door anderen verricht, zowel bouwwerk als anders werk, had hij een scherpe kijk. Hij kreeg onder meer het toezicht op de verbouwing van het fort Pampus. Hierover heeft hij een voordracht gehouden bij het Koninklijk Instituut van Ingenieurs op 13 september 1892. Ook tijdens zijn tijd bij de troepen was zijn activiteit niet minder. Uit die periode betrok hij gegevens voor de voordracht van 13 juni 1899 in het Instituut gehouden over „Explosiestoffen en eenige van haar toepassingen op militair gebied".

Wereldtentoonstelling miniatuur|Nederlands paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs Bij de bouw van de Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900 werd Stuten belast met de leiding over de werkzaamheden van een detachement Genietroepen, dat tot belangrijkste taak had het bouwen van het Nederlands-Indische paviljoen. Dit gebouw bestond uit een, naar het uitwendige, getrouwe nabootsing van de Tjandi-Saritempel (uit de Hindoetijd op Java) geflankeerd door twee Sumatra-woningen. Vóór de tempel moest een rij Boeddhabeelden geplaatst worden, terwijl tegen de wanden van het inwendige gipsafgietsels, die op Java gemaakt waren, moesten geplaatst worden, die betrekking hadden op belangrijke brokstukken van gewijde Javaanse Hindoearchitectuur. Tegen de achtergrond stond de poort van de Boroboedoer, rechts daarvan de Prambanan, links de Tjandi Sewoe. Deze taak was lastig, het niet zuiver op elkaar passen van de afgietsels veroorzaakte veel oponthoud. Ondanks dat was het Nederlandse paviljoen een van de weinige dat op tijd voor de opening klaar was. Na de voltooiing van de bouw bestond de taak van het detachement uit de bewaking van de Nederlandse inzendingen. Omdat de Franse regering bezwaar had tegen de aanwezigheid van buitenlandse militairen in uniform werd het detachement gestoken in fantasie uniformen. Een benoeming tot Ridder in de Orde van het Legioen van Eer was de Franse erkenning voor hetgeen tot stand gebracht was; in 1911, bij gelegenheid van een officieel bezoek van de Franse president (Fallières) aan Nederland, werd hij bevorderd tot Officier in die Orde.

Kustverdediging miniatuur|Schematische weergave van een van de pantserkoepels van Fort Harssens - 1885 miniatuur|Fort Kijkduin, noord contrescarp muur met schietgaten Toen hij op 1 november 1910 zijn met zijn nieuwe functie van Hoofd van de Ve Afdeling van het Departement van Oorlog begon, was een van de voornaamste onderwerpen de Kustverdediging. Een oorspronkelijk door Minister W. Cool, in 1910 ingediend wetsontwerp tot instelling van een "Fonds ter verbetering van de Kustverdediging" kwam in gewijzigde vorm onder de opvolger van Cool, Minister H. Colijn, tot stand. Dit plan van 1913 beperkte zich tot het maken van een fort bij Vlissingen, het verbeteren van het fort bij Kijkduin in de stelling van Den Helder en het vermeerderen van de vuuruitwerking van de bestaande forten te Hoek van Holland, IJmuiden en op de Harssens (stelling van den Helder). De minister was hiervoor van advies voorzien door een militaire studie-commissie, onder voorzitterschap van luitenant-kolonel Stuten. In 1912 werd een dergelijke commissie, weer met Stuten als voorzitter, ingesteld om advies te geven over de aanschaffing van het kustgeschut en pantsermaterieel nodig voor de te bouwen forten bij Vlissingen en Kijkduin. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het in het buitenland bestelde kustgeschut en pantsermaterieel niet geleverd, terwijl in 1920 (na afloop van de oorlog) het afwerken van beide forten werd stilgezet. Voor Stuten was dit en grote teleurstelling, gezien het werk dat hij verzet had ter verbetering van de Nederlandse kustverdediging. Inmiddels was hij op 1 november 1912 bevorderd tot kolonel; in januari 1913 volgde zijn benoeming tot inspecteur der Genie, waarbij hij de functie van hoofd van de Ve Afdeling van het Departement van Oorlog bleef bekleden. Tevens werden aan het bureau van de inspecteur toegevoegd een Technisch Bureau en een Centraal Inundatie Bureau; deze regeling, die reeds in vorige jaren werd overwogen, kwam tot stand op aandrang van Stuten en heeft goed voldaan, doordat zij de gang van zaken bij de Genie heeft vereenvoudigd. Op 1 november 1914 werd Stuten tot generaal-majoor bevorderd en diende in zijn beide functies door tot 1 mei 1919, toen hij, op zijn verzoek, op pensioen werd gesteld. Van de ruim zes jaren, dat hij inspecteur van de Genie was, vielen vier jaren in de mobilisatietijd, hij maakte toen deel uit van het Algemeen Hoofdkwartier, ressorterende onder de Opperbevelhebber. Na zijn terugkeer tot de burgermaatschappij ging het contact met het Departement van Oorlog niet verloren; o.a. bleef hij voorzitter van de in 1912 ingestelde commissie van advies voor de aanschaffing van kustgeschut en pantsermateriaal en in 1920 werd hem de titulaire rang van luitenant-generaal verleend.

Beton Hij heeft de ridderorde van de Nederlandse Leeuw met name gekregen omdat jij toen als eerstaanwezend ingenieur te Amsterdam de afbouw van de forten in de stelling van Amsterdam bespoedigde. Hierbij werd het voor de betonsamenstelling tot dusverre gebruikte porfierslag vervangen door grind, een grondstof van eigen bodem, terwijl porfierslag uit het buitenland moest worden aangevoerd en vaak sterk door klei of leem verontreinigd was. Proeven met schieten op beton bij de schietbaan Oldenbroek hadden Stuten in 1909 geleerd, dat deze verandering in samenstelling van het beton zonder nadeel en zonder hogere kosten kon geschieden, in tegenstelling met hetgeen uit de in 1892 bij Schoorl gehouden schietproeven was afgeleid. De uitkomsten gaven ook gelegenheid om vergelijkingen te treffen tussen gewapend en ongewapend beton. Stuten toonde zich in het algemeen een groot voorstander van de toepassing van gewapend beton, welk materiaal hij gedurende de oorlogsjaren krachtig verdedigde tegen afwijkende opvattingen. Het invoeren van betonijzer was wel een probleem.

Rol bij het KIvI Ook na zijn pensionering deed Stuten van zijn belangstelling in gewapend beton meermalen blijken, ondermeer door als medelid zitting te nemen in een, in 1920, door de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel ingestelde commissie, onder voorzitterschap van dr. ir. C. Lely, oud-minister van Waterstaat. Hij was een zeer belangstellend lid van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIvI) en had dan ook twee malen zitting in de Raad van Bestuur in 1894/1897 en 1907/1910. Behalve de hiervoor genoemde voordrachten bij het Instituut, hoorden de leden van hem op 13 November 1894 een lezing over de ontwikkeling van den vestingbouw gedurende de laatste 25 jaren. In het Gedenkboek van een halve eeuw KIvI treft men onder hoofdstuk X (Militaire Zaken) bijdragen van zijn hand aan. Het is geen wonder, dat Stuten veel belangstelling toonde in het Instituut; daarin volgde hij de traditie bij het Wapen der Genie.

Stuten is overleden op 30 november 1933 en begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Onderscheidingen Ridder in de Orde van Oranje-Nassau(met de zwaarden) (1898) Officier in Orde van Oranje-Nassau (1900) Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw (1910) Officier in de Orde van het Legioen van Eer (1911)

Publicaties van Stuten

Categorie:Nederlands waterbouwkundige Categorie:Nederlands luitenant-generaal