William Henry Chase (Buckfield (Chase’s Mill), 4 juni 1798 – Pensacola, 8 februari 1870) was een Amerikaans beroepsmilitair. Na een opleiding aan de United States Military Academy diende hij veertig jaar in het United States Army Corps of Engineers. Hij klom op tot de rang van majoor en was verantwoordelijk voor de planning en bouw van verschillende forten langs de zuidelijke kust in Louisiana en Florida.

Nadat Florida in januari 1861 voor Secessie koos, werd Chase benoemd tot generaal-majoor in de Florida militia. Hij eiste de overgave van Fort Pickens die door een U.S. Army-eenheid werd bemand. Dit fort zou echter nooit in Zuidelijke handen vallen.

Vroege jaren William H. Chase werd geboren op 4 juni 1798 in Buckfield (Chase's Mills), Massachusetts (heden ten dag in Maine).Allardice, Bruce S. More Generals in Gray. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1995. (pbk.). p. 56.Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001. . p. 170. Hij was de zoon van Thomas Chase en Sarah Greenleaf. Zijn vader was lid van een oude en gerespecteerde familie. Zijn moeder was de nicht van John Hancock, gouverneur van Massachusetts.

Chase liep school aan de Phillips Academy en studeerde af in 1812. Hij werd toegelaten tot de United States Military Academy in West Point waar hij afstudeerde in 1815Cullum, George W. Biographical Register of Officers and Graduates of the United States Military Academy. Vol. 1, 1868. . p. 155. als dertiende in een klas van veertig kadetten. De toekomstige ontdekker en officier Benjamin BonnevilleCullum, 1868, p. 157. en de latere adjudant-generaal en inspecteur-generaal van het Confederate States Army Samuel Cooper waren zijn klasgenoten. Chase huwde met Ann Paul Mathews uit Virginia.Allardice, 1995, p. 56.

United States Army en Pensacola Na West Point werd Chase ingedeeld bij het Army Corps of Engineers als gebrevetteerd tweede luitenant. Zijn eerste opdracht was assisteren in de constructie van de fortificaties rond Brooklyn, New York. In 1816 en 1817 nam hij deel aan een expeditie om het Champlainmeer in kaart te brengen. In het najaar van 1817 en begin 1818 liet hij herstelwerkzaamheden uitvoeren in Fort Niagara. Op 15 april 1818 werd hij aangesteld tot tweede luitenant. Daarna werd Chase overgeplaatst naar de kust van de Gold van Mexico waar hij de rest van zijn actieve militaire loopbaan zou doorbrengen.

Zijn eerste opdracht in het diepe Zuiden vond plaats tussen 1818 en 1822 om te assisteren in de constructie van Fort Pike in Louisiana. Op 31 maart 1819 werd hij bevorderd tot eerste luitenant. Na Fort Pike werd hij verantwoordelijk voor de aanleg van de forten om de Rigolets en de Chef Menteur Passen naar de Mississippi te beschermen. In 1823 en 1824 vinden we hem terug bij de fortificaties van Fort Jackson in Louisiana. In 1824 keert hij kort terug naar het noorden om een golfbreker aan te leggen bij Plymouth Beach.

Op 1 januari 1825 werd Chase gepromoveerd tot kapitein. Tussen 1824 en 1828 werkte hij verder aan de fortificaties bij de Rigolets en Chef Menteur en begon hij aan die van Bayou Bienvenue en Bayou Dupre die toegang gaven tot New Orleans. Daarnaast voerde hij in 1825 inspecties uit lang de ohio en de Red River en bouwde in 1828 vuurtorens langs het Pontchartrainmeer en in Baai van Mobile in 1829.

Tussen 1828 en 1854 werd Chase aangesteld om de fortificaties in de haven van Pensacola, Florida aan te leggen. Hoewel hij ondertussen ook andere opdrachten uitvoerde werkte hij tussen 1829 en 1834 aan de bouw van Fort Pickens. In 1829 overzag hij verbeteringen langs de Pascagoula in Mississippi en in 1833 en 1834 langs de Escambia, werkte hij aan Fort Morgan, Alabama in 1834, aan Fort Jackson in 1835 tot 1841 en liet hij de Dogrivier in de baai van Mobile uitdiepen.

Chase werd op 7 juli 1838 bevorderd tot majoor en werd hierdoor de hoofdofficier langs de kust van de Golf van Mexico. Hij zette meer en meer gehuurde slaven in om de verschillende projecten te bouwen. Fort Barrancas in Pensacola die hij tussen 1840 en 1844 liet bouwen is hier een voorbeeld van.De Quesada, A. M. 'A History of Florida Forts: Florida's Lonely Outposts'. Charleston, SC: History Press, 2006. . p. 107. In 1844 begon Chase te werken voor de special boards of engineers. Deze raad hield zich bezig met haalbaarheidsstudies voor fortificaties waaronder het Florida Reef in 1844 en1845; de kustgebieden van Mississippi en Texas in 1845, de Atlantische kust in 1848, de Memphis Tennessee Navy Yard in 1851 en de Pensacola Navy Yard in 1851.

In de jaren 1850 werkte Chase nog aan verschillende projecten in Pensacola zoals de bouw van Fort Taylor in Key West tussen 1852 en 1854 en Fort Jefferson op Garden Key.Fort Jefferson on Garden Key in the Dry Tortugas was the third fort along with Fort Pickens and Fort Taylor. Schafer, Daniel L. Thunder on the River: The Civil War in Northeast Florida. Gainesville, FL: University Press of Florida, 2010. . p. 286n18.

Hij weigerde in 1856 de benoeming tot directeur van de United States Military Academy omdat het zijn gezondheid zou kunnen schaden. Een historicus verwijst naar de verschillende investeringen die Chase gedaan had in Pensacola en die niet wou achterlaten. Daarom zou hij de job geweigerd hebben.Burnett, Gene M. 'Florida's Past: People and Events That Shaped the State'. Englewood, FL: Pineapple Press, 1986-1991. . p. 182. Doorheen de jaren publiceerde Chase verschillende traktaten en artikels over zijn werk zoals: Brief Memoir Explanatory of a New Trace of a Front of Fortification in Place of the Present Bastioned Front. New Orleans: The Jeffersonian, 1846. en Memoir on the defence of the Gulf of Mexico and the strategic principles governing the national defences. New Orleans: The Jeffersonian, 1846. Naast zijn werkzaamheden als bouwkundig ingenieur voor het leger richtte Chase een bank op en investeerde hij in vastgoed.Cuevas, John. 'Cat Island: The History of a Mississippi Gulf Coast Barrier Island' Jefferson, NC: McFarland & Co., 2011. . p. 143. Zo schreef hij in 1849 een rapport om de aanleg van een spoorweg tussen Pensacola en Montgomery te promotenChase, William H. 'Report of William H. Chase: Chairman of the Committee of Ways and Means made at the Rail Road Convention held in the city of Montgomery, December 3d, 1849, to devise ways and means for building a rail road between Montgomery and Pensacola'. Montgomery, Job Office of the Alabama Journal: 1849. . Retrieved July 18, 2012., een project die In 1853 zou goedgekeurd worden door het parlement van Florida.Turner, Gregg. 'A Short History of Florida Railroads'. Charleston, SC: Arcadia Pub., 2003. . Retrieved July 18, 2012. p. 27.

Na een loopbaan van veertig jaar in het leger ging hij in 1856 met pensioen. Hij werd kort daarna voorzitter van de Alabama and Florida Railroad Company, een functie die hij tot in 1861 zou uitoefenen.

Amerikaanse Burgeroorlog Op de Florida convention werd op 10 januari 1861 officieel gekozen voor sesessie.Long, E. B. The Civil War Day by Day: An Almanac, 1861–1865. Garden City, NY: Doubleday, 1971. . p. 24. Net drie weken nadat South Carolina de aanzet had gegeven, was Florida de derde staat die uit de Unie stapte. De overheid in Florida ging vrijwel onmiddellijk over tot het in beslag nemen van federale eigendommen. Gouverneur Madison S. Perry stelde William Chase aan als kolonel in de Flordia militia met als taak de federale eigendommen in Pensacola in beslag te nemen.Allardice, 1995, p. 57. Enkele dagen later had Chase het commando over 800 militiesoldaten.

Luitenant Adam J. Slemmer en zijn garnizoen van 81 bemanden verschillende forten in Pensacola. Ze verlieten Fort Barrancas en Fort McRee en trokken zich op 10 januari 1861 terug naar Fort Pickens op Santa Rosa Island.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor'. In Johnson, Robert Underwood and Clarence C. Buel, eds. Battles and Leaders of the Civil War, vol. 1. New York: Century Co., 1884-1888. Reprint: New York: Castle Books, 1956 (by arrangement with A.S. Barnes & Co., Inc.). . pp. 28-29. Net zoals bij Fort Sumter in de baai van Charleston trokken de Noordelijken zich terug in een fort die de baai domineerde.Klein, Maury. Days of Defiance: Sumter, Secession, and the Coming of the Civil War. New York: Alfred A. Knopf, 1997. . p. 206. Twee dagen later, op 12 januari, bezetten Chase en zijn militiesoldaten de verlaten forten en eisten de overgaven van Fort Pickens. Slemmer weigerde zich over te geven.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, p. 29.Long, 1971, p. 26.Klein, 1997, p. 207. Commodore James Armstrong, die met 38 mariniers de Pensacola Navy Yard bewaakte, gaf zich zonder slag of stoot over toen hij geconfronteerd werd met 400 bewapende militiesoldaten.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, pp. 27, 29. In de nacht van 13 januari probeerde een kleine groep soldaten Fort Pickens te infiltreren. Dit werd echter ontdekt. Er werden enkele schoten gelost, maar de situatie escaleerde niet. De Zuidelijken trokken zich terug.

Op 15 januari naderden Chase en zijn adjudant, kapitein Ebenezer Farrand, Fort Pickens om formeel te overlegen met Slemmer.Long, 1971, p. 27.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, pp. 27, 30. Slemmer en zijn adjudant, tweede luitenant J. H. Gilman traden Chase tegemoet buiten het fort.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, p. 30. Chase wou bloedvergieten vermijden en had de formele overgave op papier gezet. Hij las het document voor en vermeldde dat hij dit fort ooit als kapitein het U.S. Army had ontworpen en gebouwd.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, pp. 30–31. Daarna overhandigde Chase het document aan Farrand.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, p. 31.

Slemmer vroeg aan Chase hoeveel soldaten hij had en of hij het fort, indien nodig, zou bestormen. Chase antwoordde dat hij ongeveer de helft van zijn manschappen zou verliezen. Daarop vroeg Slemmer zich af of Chase bereid was tot zo’n offer en dat indien hij tot de aanval zou overgaan, dit het begin van een burgeroorlog zou zijn. (Dit gebeurde 3 maanden voor de Aanval op Fort Sumter). Slemmer wou overleggen met kapiteins van twee marineschepen die voor anker lagen. De volgende dag trokken de marineschepen zich terug en weigerde Slemmer formeel om het fort op te geven. Chase herhaalde op 18 januari zijn eis, maar opnieuw werd dit geweigerd.Gilman, J. H. 'With Slemmer in Pensacola Harbor', 1887, p. 32.

Op 17 januari 1861 richtte Florida het "Army of Florida" op en benoemde Chase tot generaal-majoor. Deze benoeming werd onmiddellijk bevestigd door gouverneur Perry.Eicher, 2001, p. 170 vermeldt dat Chase op 17 januari tot brigadegeneraal werd benoemd en tot generaal-majoor in maart van hetzelfde jaar. Vertegenwoordigers van Florida onder leiding van senator Stephen R. Mallory werkten een informele overeenkomst uit met de administratie onder president Buchanan. Deze regeling hield in dat het fort niet zou worden aanngevallen op voorwaarde dat de Noordelijken geen versterkingen naar het fort stuurden. Mallory zou kort daarop minister van marine worden in de Geconfedereerde Staten van Amerika.Klein, 1997, p. 293. De regering van Florida uitte zijn dankbaarheid voor de diplomatieke oplossing waar ook Chase een rol had in gespeeld.Dickinson, J.J. Florida. In Evans, Clement A., ed. Confederate Military History: A Library of Confederate States History. 12 vols. Atlanta: Confederate Publishing Company, 1899. . Volume 11. Dickinson, J.J. Florida. p. 16.