Haus Hüsten is een voormalig adellijk huis in de Duitse plaats Hüsten. Het oorspronkelijke gebouw dateerde uit de 13e eeuw maar is midden 18e eeuw door het huidige bouwwerk vervangen. Sinds 1979 is de schutterij in het Haus Hüsten gevestigd.
Geschiedenis De heren Von Ardey waren al enige tijd actief in Hüsten, waar zij als leenheren optraden. Tussen 1167 en 1191 zochten zij echter bescherming bij een machtiger partij: daarom droegen zij hun bezit op aan de aartsbisschop van Keulen, om het van hem weer in leen terug te ontvangen. Graaf Ludwig von Arnsberg wist rond 1289 deze leengoederen - waaronder het Haus Hüsten - over te nemen van Wilhelm von Ardey.
Familie Von Hüsten De eerst bekende leenman was Conradus de Hustene castellanus (kastelein Conrad von Hüsten) die in 1233 in een document werd vermeld. In 1258 was er weer een belening, opnieuw aan ene Conrad von Hüsten (circa 1237-1295), gehuwd met Heilwig. Hij werd opgevolgd door Rotger (circa 1246-1300). Diens zoon Conrad (circa 1285-1363) werd landdrost van de graven van Arnsberg en zou zich als eerste Ketteler gaan noemen. Na Conrad volgde Rotger von Hüsten genaamd Ketteler (circa 1312-1385).
In 1360 maakte graaf Gottfried von Arnsberg van Hüsten een vrijheid. Hieronder viel ook het Haus Hüsten.
Familie Von Schade In het derde kwart van de 14e eeuw bouwde de familie Ketteler nabij Herdringen het nieuwe kasteel Kettelburg, dat voortaan als hun residentie ging dienen. Het Haus Hüsten kwam in 1377 in bezit van Berthold von Schade, waarschijnlijk dankzij zijn huwelijk met een dochter van Rotger von Hüsten. Voorheen woonde Berthold op de Putthof te Herdringen. Vóór 1377 werd het Haus Hüsten waarschijnlijk bewoond door de zogenaamde 'koeienvoogd', een beambte die zorg moest dragen voor de jaarlijkse afdracht van 80 koeien aan de graaf van Arnsberg.
In 1377 werd het Haus Hüsten tevens riddermatig verklaard. De eigenaar kreeg daarmee het recht om lid te worden van de ridderschap en deel te nemen aan standenvergaderingen van Arnsberg. Ook was men vrijgesteld van belastingen.
Het Haus Hüsten vererfde anderhalve eeuw binnen de familie Schade. De laatste in mannelijke lijn was de Münsterse domdecaan Dietrich Schade, die het leengoed te Hüsten verder wist uit te breiden met allodiaal goed. Hij overleed op 6 februari 1521, waarna het Haus Hüsten in 1522 bij zijn zus Sophia terechtkwam.
Sophia Schade was gehuwd met Heidenreich von Plettenberg en samen hadden zij drie kinderen: Dietrich, Heinrich en Gerd. Onder Heinrich werd het huis uitgebreid met onder andere een nieuwe zaal. De laatste uit deze familie die met het huis en goed werd beleend, was Ida Maria von Plettenberg in 1577. Na haar overlijden bleven de erfgenamen zitten met hoge schulden.
Familie Von der Berswordt miniatuur|Titelblad van Westphälisch Adelich Stammbuch, door Johann von der Berswordt In 1589 kreeg Johann von der Berswordt (circa 1540-1591) het huis in bezit voor een bedrag van 11.000 thaler. Hiermee konden de erfgenamen van Von Plettenberg hun schulden afbetalen. In 1590 werd Johann met het huis beleend, maar hij overleed reeds een jaar later. Zijn zoon Joachim was erfgenaam en werd in 1614 beleend.
In 1619 stierf ook Joachim, waarna zijn jongere broer Johann (1574-1640) het Haus Hüsten erfde. Johann kreeg twee dochters kreeg: Margarete (1605-1636) en Sophia (1608-1627). Margarete trouwde in 1630 met Jobst von Hövel en kreeg met hem drie kinderen: Johann Jobst, Margarethe en Sophia.
In 1635 overleed Johanns echtgenote, een jaar later gevolgd door hun dochter Margarete én haar man Jobst von Hövel. Weduwnaar Johann hertrouwde in 1637 met Maria von Eickel zu Bruchhausen.
Verwaarlozing Toen Johann von der Berswordt op 24 februari 1640 overleed, raakte het Haus Hüsten onbewoond. Weduwe Maria hertrouwde in 1641 met Dietrich von Loen zu Uffeln en woonde met hem in Uffeln; de drie kinderen van Margarete en Jobst verbleven in Dortmund. Toen Maria in 1648 stierf, verhuurde haar man het verwaarloosde Haus Hüsten aan Alhard von Luerwald voor een periode van zes jaar.
Ruzie over de erfenis De drie kinderen van de in 1636 overleden Margarete en Jobst von Hövel werden in 1651 door aartsbisschop Maximiliaan Hendrik van Beieren beleend met het Haus Hüsten en de bijbehorende tienden. Een jaar later volgde de boedelverdeling van de Dortmundse bezittingen van hun ouders, waarbij de kinderen elk een deel kregen. Het Haus Hüsten viel hier echter buiten: de drie kinderen werden gezamenlijk eigenaar. Dit leverde al snel problemen op, aangezien Johann Jobst als enige de inkomsten uit de landgoederen verkreeg. Zijn zussen Margarethe en Sophia zouden nog drie decennia lang hierover procederen. miniatuur|Ferdinand von Fürstenberg Het huis was intussen verwaarloosd geraakt en de gronden leverden weinig geld op. De processen tegen zijn zusters kostten Johann Jobst eveneens veel geld. Hij en zijn vrouw Katharina Maria von Ketteler geraakten dan ook steeds dieper in de financiële problemen.
In 1680 kwam er een einde aan de juridische strijd en Johann Jobst moest zijn twee zussen schadeloosstellen. Hij weigerde echter te betalen, waarna de twee zussen hun erfdeel verkochten aan Ferdinand Freiherr von Fürstenberg. In 1685 werd Ferdinand officieel eigenaar van 2/3e deel van het Haus Hüsten, maar dit zorgde weer voor problemen met Johann Jobst, die immers nog steeds voor 1/3 deel mede-eigenaar was: Johann stak geen geld in het onderhoud van het huis en de goederen, maar weigerde ook zijn aandeel aan Ferdinand te verkopen. Met leningen probeerde Johann het hoofd boven water te houden. Uiteindelijk stierf hij op 1 januari 1706, zijn vrouw Katharina in schulden achterlatend.
De heren Von Fürstenberg Het aandeel van Johann Jobst werd geërfd door zijn kleindochter Therese von Schönbach. Zij verkocht dit aandeel in 1712 aan Ferdinand von Fürstenberg, zodat hij nu eindelijk over het volledige Haus Hüsten kon beschikken. Hij woonde zelf op Slot Herdringen en verhuurde het Haus Hüsten aan derden. Verder zorgde hij ervoor dat de pachtinkomsten van de bijbehorende gronden verbeterden. Na zijn overlijden in 1718 bleef het Haus Hüsten nog zo'n 250 jaar in de familie.
Nieuwbouw De familie liet kort voor 1747 het middeleeuwse woonhuis en bijgebouwen afbreken, waarna er een nieuw huis werd gebouwd. Hierbij werden de middeleeuwse dakbalken hergebruikt. De tuin werd opgesplitst in 21 percelen die vervolgens werden verpacht; aannemelijk is dat de pachters van de 21 boerenerven die onder het Haus Hüsten vielen, ook deze percelen in pacht namen.
Schutterij en museum In 1979 verkocht Engelbert Eberhard Freiherr von Fürstenberg het Haus Hüsten aan de Schützenbruderschaft Hüsten, de lokale schutterij. Op de begane grond werd een museum ondergebracht terwijl de bovenverdieping werd verhuurd.
In 2009 volgde een renovatie van het gebouw. Op de begane grond kwam nu een trouwkamer. Het Schützenmuseum verhuisde naar de eerste verdieping.
Husten Categorie:Arnsberg