Andries Jan Teunissen (Dordrecht, 31 mei 1911 – Almelo, 20 augustus 1960), in verzetskringen bekend onder de schuilnaam "De Visser", was een prominente Nederlandse verzetsleider tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij speelde een cruciale rol in de financiering van het verzet en de hulp aan onderduikers via organisaties als de door hem mede opgerichte Zeemanspot, het Nationaal Steun Fonds (NSF) en het Natura-apparaat. Hij was een centrale schakel tussen het NSF en diverse hulporganisaties. Na de oorlog was hij een drijvende kracht achter de Stichting 1940-1945 en bleef hij strijdbaar in het onderzoek naar collaboratie en het falen van hulpinstanties tijdens de bezetting.
Vroege jaren en carrière Teunissen werd geboren in Dordrecht als zoon van een glasfabrikant. Vóór de Duitse bezetting van Nederland was hij opgeklommen tot directeur van de Glasfabriek Merwede in Dordrecht. Zijn zakelijke achtergrond en logistieke expertise bleken essentieel voor de grootschalige ondergrondse operaties die hij later zou leiden.
Verzetsactiviteiten Teunissen raakte al in de zomer van 1940 betrokken bij het vroege verzet. Zijn activiteiten breidden zich gedurende de oorlog uit van lokale hulp tot een landelijk dekkend netwerk voor financiële en materiële steun.
Zeemanspot, Natura-apparaat en het NSF In september 1941 was Teunissen medeoprichter van de Zeemanspot, een fonds dat financiële steun bood aan gezinnen van zeevarenden die voor de geallieerden voeren. Dit initiatief vloeide samen met andere lokale steungroepen, zoals de Amsterdamse kern van Walraven van Hall en de Eindhovense groep van Iman van den Bosch. Diens 'Trompfonds' bood tot januari 1943 de organisatorische richtlijnen voor de landelijke uitbreiding van de hulpverlening. Teunissen beheerde binnen dit netwerk het district Dordrecht, de Zuid-Hollandse Eilanden en West-Brabant.
Dit werk groeide uit tot het Natura-apparaat, een organisatie die onderduikers en verzetsgroepen voorzag van voedsel en kleding. Hier werkte Teunissen nauw samen met Jan Verschure en Jan Bottema. Door infiltratie in de Rijksvoedselvoorziening wist hij grote hoeveelheden graan en olie te "legaliseren" voor de illegaliteit. Binnen de structuur van het Nationaal Steun Fonds (NSF) fungeerde Teunissen als de belangrijkste schakel om enorme geldstromen om te zetten in tastbare hulpgoederen.
Sabotage en onderduik In mei 1942 was hij samen met Jan Bottema betrokken bij een mislukte bomaanslag op het Gewestelijk Arbeidsbureau aan het Beverwijckplein in Dordrecht, bedoeld om de administratie voor de Arbeitseinsatz te vernietigen. Vanaf juli 1943, toen de Sicherheitsdienst (SD) jacht op hem maakte na verraad bij een transportoperatie, ging hij volledig ondergronds. Hij vertegenwoordigde het Natura-apparaat samen met Bottema en Jan Idema in de verzetskern ("de Kern") en werkte nauw samen met leiders als Walraven van Hall en Johannes Post.
Gevangenschap en overleving In juni 1944 werd Teunissen gearresteerd in Den Haag en naar de gevangenis het "Oranjehotel" in Scheveningen gebracht. Zijn arrestatie werd door mede-verzetsleider Abraham Filippo omschreven als een "zeer groot verlies", aangezien Teunissen een van de meest mobiele krachten binnen de Zeemanspot was. Ondanks brute martelingen — waarbij zijn nagels werden uitgetrokken en tanden werden uitgeboord zonder verdoving — hield hij stand en verraadde hij zijn schuilnaam ("De Visser") en de verzetsnetwerken niet.
Later die maand werd hij overgebracht naar de "Bunker" van Kamp Vught. Op 4 september 1944 had hij via een luchtkoker een laatste gebed met verzetsleider Ambrosius (Chiel), die vlak voor zijn executie verklaarde: „Ik weet wat ik gedaan heb, ik weet ook waarom. Maar ik weet ook waar ik heenga.” Tijdens de ontruiming van Vught op 5 en 6 september 1944 werd hij onder erbarmelijke omstandigheden gedeporteerd. Nabij Oss schoten bewakers willekeurig in de wagons na een ontsnappingspoging, waarbij slachtoffers vielen zonder medische zorg.
Teunissen arriveerde als gevangene 101023 in Concentratiekamp Sachsenhausen. Hij werd aangesteld op de Schreibstube en werkte daar opnieuw samen met Jan Verschure. Gezamenlijk beheerden zij een illegale "apotheek" met medicijnen voor zieke Nederlandse gevangenen. Later werd hij overgeplaatst naar de Arbeitseinsatz buiten de kamppoort, waar hij zijn positie bleef gebruiken om de belangen van landgenoten te behartigen. Hij overleefde de dodenmarsen en werd in mei 1945 door Amerikaanse troepen bij Schwerin bevrijd.
De Dordtse affaire en naoorlogse jaren Na de bevrijding werd Teunissen districtsdirecteur bij de Stichting 1940-1945 in Amsterdam. Hij speelde een centrale rol in de eindrapportage van het NSF en de afwikkeling van de Zeemanspot. In 1949 nam hij afscheid van de stichting om weer in het bedrijfsleven te gaan werken.
Hij was een sleutelfiguur in de zogenaamde Dordtse affaire. Teunissen verzette zich fel tegen de rehabilitatie van de Dordtse politieagent Harry Evers, die voor de SD had gewerkt. Hij zag de naoorlogse bescherming van Evers als een belediging voor de slachtoffers van het verzet. In 1948 uitte hij voor de Parlementaire Enquêtecommissie scherpe kritiek op het Nederlandse Rode Kruis vanwege hun weigering om politieke gevangenen tijdens de bezetting te helpen. Hij maakte deel uit van de zogenaamde Pakketten Commissie of de Vorrink Commissie die op 29 November 1945 werd gevormd om het falen van het Nederlandse Rode Kruis te onderzoeken.
Vanwege zijn principes weigerde Teunissen in 1946 een koninklijke onderscheiding; hij liet Koningin Wilhelmina persoonlijk weten dat hij slechts zijn burgerplicht had gedaan.
Bronnen en referenties
Externe links Archief van de Stichting 1940-1945 Website over het Natura Apparaat
Categorie:Kampgevangene in Sachsenhausen Categorie:Kampgevangene in Vught Categorie:Nederlands verzetsstrijder omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog