Johannes Jacobus Roelants (Rotterdam, 14 december 1833 - Den Haag, 9 juni 1913) was een Nederlands waterbouwkundige. Hij was de zoon van de Rotterdamse arts Jacobus Marinus Albertus Roelants. Hij huwde op 17 juli 1866 te Leeuwarden met Antonia Catharina de Jongh.

Hij studeerde aan de Koninklijke Academie te Delft, die hij in 1853 met het diploma van civiel ingenieur verliet. Op 1 oktober 1854 trad hij in dienst bij Rijkswaterstaat, doorliep bij daar de verschillende rangen, achtereenvolgens met standplaats 's-Gravenhage, Gorinchem, 's-Gravenhage, Arnhem, Breskens, Gorinchem, 's-Hertogenbosch, Assen, Leeuwarden, Roermond, Amsterdam en Groningen. In 1893 kreeg hij om gezondheidsredenen buitenlands verlof en begin 1895 vraagt hij om ontslag. Hij werd per 1 februari 1895 gepensioneerd met toekenning van de rang van hoofdingenieur.

Roelants werd in 1855 lid van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIvI), waarin hij steeds veel belang heeft gesteld. Zijn eerste bijdrage gaat over de kracht die vereist is om een sluisdeur te openen; een jaar later over het maken van een aarden dam bij het maken van de bouwput voor de schutsluis binnen de benedenmond van het kanaal van Steenenhoek. In 1890 heeft hij in het "kanalenboek" een bijdrage geschreven over de haven van Delfzijl.

Verder verschenen in de werken van het Instituut verschillende studies over waterstanden, zoals: beschouwingen over de waterstanden in Roermond en Maastricht; zeewaterstanden langs de Zuiderzee en de waarnemingen bij Den Helder 1851—1881.

Publicaties van Roelants

Categorie:Nederlands waterbouwkundige